Drive

Way back in 2008, toen R.E.M. nog liedjes maakte en
kookprogramma’s slechts een kwalijke droom leken, dropte de naar
Amerika uitgeweken Deen Nicholas Wending Refn ‘Bronson’ in de
zalen, een harde misdaadprent die genres oversteeg en critici over
het algemeen beschrijvingen ontlok als “a stylish thrill
ride
.” De film werd een hit op het festivalcircuit en
hoofdacteur Tom Hardy werd unaniem de hemel in geprezen – hij lijkt
nu, met ‘Inception’, ‘Warrior’ en zeker het op til staande ‘The
Dark Knight Rises’ (waar hij booswicht Bane neerzet), op weg naar
het sterrendom. Refn doet het procedé dit jaar nog eens over: zijn
eerste Amerikaanse productie, ‘Drive’, wordt her en der geprezen
als de coolste film van het jaar, lijkt een geheide culthit te
worden en voorziet protagonisten Ryan Gosling en Carey Mulligan van
een stevige boost op hun stilaan op kruissnelheid gekomen vlucht
naar de toppen van de A-list. Leuk is echter vooral dat ‘Drive’ ook
gewoon een ijzersterke prent is geworden, die veel beter is dan
onze aanvankelijke beschrijving als “B-film op z’n arthouse” doet
vermoeden.

Ryan Gosling is de Driver, een naamloos personage dat werkt in
een garage, bijklust als stuntchauffeur op filmsets en niet te
beroerd is om af en toe een stevige duit bij te verdienen als
getaway man – de kerel die tijdens een overval buiten
klaarstaat met de wagen. Zijn methode is precies, koud en
nauwkeurig; de mannen die hem in dienst nemen, krijgen exact vijf
minuten de tijd om hun ding te doen. Krijgen ze tijdens die vijf
minuten het leger op hun dak: so be it, maar zijn de vijf
minuten verstreken, dan staan ze er alleen voor. Zijn voornaamste
bezigheid lijkt daarnaast vooral oneindig cool staan wezen in een
stuntmanjacket, tot hij Irene (Carey Mulligan) en haar zoontje
ontmoet. Een voorzichtige romance begint, tot Irene’s man Standard
(Oscar Isaac) terugkeert uit de gevangenis en enkele schuldeisers
zijn gezin bedreigen. Het duurt niet lang of de Driver zit tot over
zijn oren in de shit.

Toegegeven, dat klinkt allemaal als de klassieke plot van een
heist movie en guess what, dat is het ook. Maar
het genie van ‘Drive’ zit ‘m in de details. Driver is geen
onwrikbaar James Bond-type, maar valt eerder te vergelijken met het
niet toevallig evenzeer naamloze personage van Clint Eastwood uit
de films van Sergio Leone. Zijn dialogen zijn schaars, hij loopt
continu rond met een tandenstoker in zijn mond en voortdurend
krijgen we hints naar een ultragewelddadig verleden dat hem als
relatief jonge snaak toch moegetergd en oud doet overkomen. Hij is
de loner die op zijn pad onrecht tegenkomt en het –
ondanks zijn agressieve karakter – opneemt voor de underdog.
Tegelijk komen er geleidelijk aan gaten in Drivers harnas die
aantonen hoe getroebleerd hij wel niet is. Scènes zoals die waarin
hij Irene komt opzoeken nadat hij net iemand vermoord heeft, of
waarin hij iemand in een diner bijna op zijn muil geeft
omdat de man hem durft aan te spreken over een job,
spetteren van de intensiteit, maar verraden ook een complex,
gelaagd personage.

De films waarbij ‘Drive’ zijn inspiratie haalt, zijn amper te
tellen: sixtiesfilms als ‘Bullitt’ (met Steve McQueen) en
actiefilms met een Europese toets, zoals Luc Bessons ‘Léon’, zijn
duidelijke voorbeelden, maar toch leunt Refn qua regiestijl veel
meer aan bij de grote regisseurs van de laatste vijftien jaar. Paul
Thomas Anderson is aanwezig in de manier waarop Refn creeping
zooms
en push-ins gebruikt, en de voorkeur geeft aan strak
afgelijnde composities; Christopher Nolans invloed voel je in de
openingsscène, waarin de spanning dodelijk efficiënt wordt
opgebouwd tegen een even kille als coole soundtrack; Michael Mann
valt te herkennen in de gestileerde weergave van een metropool
by night (denk vooral aan ‘Collateral’, met lichten en
schaduwen die de stad tot leven wekken); en je zou zelfs
‘Goodfellas’ kunnen aanhalen als je het hebt over de manier waarop
het strakke tempo af en toe ruw doorbroken wordt door een
uitbarsting van brutaal geweld.

Tegelijk gaat Refn voor een meer arty benadering van de
misdaadfilm. De nadruk ligt nadrukkelijk niét op de
autoachtervolgingen en shoot-outs – die nauwelijks in de
film voorkomen, maar verdraaid spannend zijn als ze dat toch doen –
maar wel op de fragiele relatie tussen de Driver en Irene, en het
fascinerende karakter van de Driver zelf. De soundtrack is daarbij
misschien net iets te opvallend aanwezig. Pompende synthpop wordt
afgewisseld met zweverige ambient die net iets te vaak lijkt uit te
schreeuwen, “zie ons een poëtisch gaan!” Maar dat maakt Refn
ruimschoots goed met een uitgekiende mise-en-scène, acteurs die
weten hoe ze moeten bewegen (een zeldzaamheid tegenwoordig) en mooi
gekadreerde shots. ‘Drive’ wordt hier en daar gepresenteerd als een
B-film en in se is hij dat ook, maar toch is dit veel meer dan een
‘Fast Five’ voor cinefielen. Refn kent zijn filmgeschiedenis en
doét er ook iets mee.

Hij heeft echter wel de hoerenchance ondersteund te
worden door een fenomenale ensemblecast. Carey Mulligan bevestigt
nogmaals als de schattige Irene; haar personage krijgt niet bepaald
veel diepgang mee, maar met lichaamstaal en vluchtige blikken weet
ze heel wat ziel te leggen in wat in principe een vlak personage is
dat we vooral nodig hebben om de plot op gang te krijgen. Ron
Perlman mag zich amuseren als vuilbekkende gangster, al is Albert
Brooks een stuk dreigender als diens malafide partner in crime.
Bryan Cranston laat dan weer zien dat zijn rol in ‘Breaking Bad’
heus geen toevalstreffer was en geeft een doorleefde vertolking van
de door het leven murw geslagen goeierd Shannon. Maar het is Ryan
Gosling – sinds ‘Half Nelson’ aan een steile opmars bezig – die
hier finaal in ons lijstje van Grote Acteurs terechtkomt: hij weet
zoveel gevoel, intensiteit, dreiging, verdriet, intelligentie en
mysterie te leggen in een rol die vijfendertig jaar geleden
evengoed door Charles Bronson gespeeld had kunnen worden, dat wij
er even stil van werden. En zijn wij het, of is Gosling toch zo’n
beetje de Amerikaanse Mathias Schoenaerts? Enfin, samen met Joseph
Gordon-Levitt en Michael Fassbender behoort hij tot de beste
acteurs du jour.

Zowel qua inhoud als qua stijl weet ‘Drive’ dus een vergeten
genre terug op haar pedestal te zetten; vergeet ‘The Italian Job’,
dit is the real deal. Wat ‘Brick’ een aantal jaar geleden
was voor de film noir, dat is ‘Drive’ voor de heist movie:
een intelligente, vooral in zijn omgang met conventies en traditie
veelgelaagde én nagelbijtend spannende parel van een cultfilm. De
meeste films gaan ofwel voor een ongegeneerd cool effect,
ofwel voor iets dat eventueel als artistiek beschouwd zou kunnen
worden: ‘Drive’ pist dat onderscheid omver en wordt zo een van de
meest trefzekere misdaadprenten van de laatste tien jaar. Plus:
wedden dat u binnen enkele weken óók met zo’n hypercool
stuntmanjacket rondloopt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 8 =