Phil Lord en Christopher Miller genieten binnen de Amerikaanse commerciële cinema een vreemd soort auteursrespect dat helemaal misplaatst is: op basis van de zwaar overroepen en lawaaierige Lego Movie wordt er naar het duo gekeken als creatievelingen, terwijl hun werk (zie ook de remake van 21 Jump Street en de sequel) meestal eigenlijk niet om aan te zien is. Hun nieuwste productie – die met het stevige prijskaartje van 110 miljoen dollar komt, plus nog eens een slordige 90 miljoen aan promotie – is een mengeling van E.T. The Extra-Terrestrial, The Martian, Alien en Sunshine, een mix die niet hoeft te verwonderen met dezelfde auteur als The Martian achter het literaire bronmateriaal en een script geschreven door Drew Goddard, zelf regisseur achter genre-hommages zoals The Cabin in the Woods en Bad Times at the El Royale en bovendien ook scribent voor onder andere The Martian en Lost.
Publiekstrekker Ryan Gosling mag de hoofdrol invullen als een leraar wetenschappen met een doctoraat in moleculaire biologie die ontwaakt uit een hyperslaap lichtjaren ver van de aarde en eerst geen idee meer heeft hoe hij daar terecht is gekomen. Blijkt dat hij de laatste (ja echt) redding is van de mensheid op een missie om uit te vissen waarom op één na, alle sterren in het universum (en dus ook onze zon) aangevreten worden door een substantie die ze zal vernietigen. Het blijkt echter dat er nog andere levensvormen zijn in het heelal die een afgezant gestuurd hebben naar dezelfde plek, wat wil zeggen dat de eenzame reiziger niet langer alleen is.
Geef toe, dat klinkt als de aanzet voor een majestueus intergalactisch avontuur, maar wat we eigenlijk krijgen op basis daarvan is flauwe lol en goedkoop sentiment in de ruimte. Nochtans, achter de camera staat Greig Fraser, de man die voor de epische cinematografie tekende van de beide (maar niet de nakende derde) Dune films van Denis Villeneuve en die een zekere grandeur weet te schenken aan beelden van logge ruimteschepen die in het eindeloze zweven tussen imponerende hemellichamen. Het probleem is dat de film daarmee werkt zolang we maar niet hoeven te kijken naar wat er zich binnen die schepen afspeelt, iets wat helaas twee en een half uur lang is wat we vooral wél voorgeschoteld krijgen. De vriendschap die zich ontwikkelt tussen het personage van Gosling en het ruimtewezen dat de naam Rocky krijgt (god mag weten waarom dat zo grappig is en de knipogen naar de cyclus met Stallone zijn dat nog minder), is immers een onnozele jolige bedoening die onder andere zelfs een partijtje karaoke inhoudt.
We lijken daarmee voortdurend te kijken naar twee verschillende films: een serieuze
science-fiction prent die zich wil spiegelen aan illustere voorgangers zoals 2001: A Space Odyssey en Arrival; en een domme familiekomedie die wanneer de grapjes niet meer werken dan maar de stroopkraan volop opendraait zodat flauwe humor plots vervangen wordt door plat sentimenteel gedoe. De botsing tussen die twee benaderingen is pijnlijk om te aanschouwen, ook al vallen er ontegensprekelijk hier en daar wel een paar indrukwekkende scènes te rapen. Maar elk moment van oprechte verwondering wordt helaas meteen tenietgedaan door een of ander beschamend slecht geintje.



