Smith Westerns :: Dye It Blonde

Weird World, 2011

Hoezeer wij er ook van kunnen genieten om te relaxen in
een bad van dichte ambientgeluiden, verloren te lopen in een
overwoekerd bos aan noiseklanken of een poging te ondernemen kop
dan wel staart te krijgen aan de meer gecompliceerde musique
concrète
, af en toe moeten ook wij gewoon eens een lekkere,
vettige rockplaat opleggen. Hoort u bij gelegenheid al
eens door ons raam schallen op een onverhoedse zondagmiddag: The
Rolling Stones, The Replacements, Sonic Youth – het vuilere werk –
afgewisseld met T. Rex, David Bowie, Blondie – de rock van de
glitter en glamour. Aan die laatste categorie mag u sinds heden ook
Smith Westerns toevoegen.

Wie de jonkies uit Chicago al kent van hun debuut uit 2009 zal
hier misschien even schrikken, want twee jaar geleden grossierde
het kwartet nog in rauwe, lo-fi opgenomen rammelnummers
die te klasseren waren bij het vuilere werk. Denk aan The
Shangri-Las in volledig mannelijke bezetting met een Beatlesfixatie
en niets meer dan een garage als opnamestudio. Dat was echter uit
eerder noodzaak dan uit artistieke overwegingen. Gelukkig pikte
label HoZac (zie ook: Dum Dum Girls) hen op, waarna ze naam maakten
op het internet, en voor de opvolger bij Fat Possum gebruik konden
maken van een echte studio. Resultaat: dik een halfuur springerige
glampop om Marc Bolan tegen te zeggen, met een muzikale reikwijdte
van de sixties tot gisterochtend.

In se blijven Cullen Omori en co. echter een aan
‘Nuggets’-psychedelica verslingerde troep muzikale gauwdieven die
nog steeds zingen over wat hen bezighoudt (meisjes, met name). De
gelikte sound van ‘Dye It Blonde’ is een serieuze stap voorwaarts
ten opzichte van het (overigens uitstekende) debuut, maar verder is
er aan de formule niet gek veel veranderd. Al lijkt Omori (vergeeft
u het ons dat wij bij het lezen van die naam, sinds het derde
seizoen van ‘Californication’, steevast onwillekeurig aan Eva
Amurri denken) wel een tikje meer volwassen te zijn geworden, zoals
in de momenten waarop hij tussen zijn “ik hou van jou, hou jij ook
van mij?”-teksten tijd vindt voor trieste observaties over ouder
worden.

Classic Shangri-Las is het nog wanneer hij zijn meisje
in ‘End of the Night’ vraagt “It’s the end of the night / Are you
gonna go home?”, de slaap niet kan vatten in ‘Only One’ (“Spend my
time wondering if you’re / Fallen in love with me”), of nog: een
intentieverklaring aflevert met “Na na na na na, a girl like you”
in opener ‘Weekend’. Verder nadenken doet Amurri – excuus, Omori –
op even eenvoudige als eerlijke wijze. “You’re not the girl I used
to know”, zucht hij ontgoocheld in ‘Imagine, Pt.3’. In ‘All Die
Young’ laat hij een bijna bedroefd “Love is love when you are
young” subtiel overgaan in “Love is lovely when you are young”. En
in ‘Fallen in Love’ verzekert hij ons dat het oké is om je gewoon
even kut te voelen: “By this time, you’ll try to fall apart / I
won’t let you disconnect your heart / And I’ll tell you, it’s
alright”.

De muzikanten van Smith Westerns voelen nog altijd vlinders,
lopen nog steeds met hun hoofd in de wolken en weten de weifelende
gevoelens van een ouder wordende adolescent immer accuraat te
verwoorden. Het leven is kort, en er moeten keuzes worden gemaakt:
“It takes all my time to be in love with you / It takes all of my
time, what do I do?” Antwoorden komen er in de vorm van
sixtiespsychedelica, seventiesrock en ninetiesindie. Het rockende
jongensantwoord op Robyns ‘Body Talk’ is er, en zal deze zomer
gezelschap bieden aan al uw hartzeer en kalverliefde. En als u dan
toch aan het puberen slaat: koop dan meteen een poster van Eva
Amurri. Geen dank.

http://www.myspace.com/smithwesterns

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =