Cullen Omori :: New Misery

Amper drie platen hield Smith Westerns het vol, maar met New Misery zet voormalige frontman Cullen Omori een veelbelovende eerste solostap. Nu de pathetiek nog weten te doseren en het komt allemaal goed.

“Het is raar en triest als groepen snel stoppen”, stond in 2013 nog op deze site boven een interview met Smith Westerns. Max Kakacek, gitarist en medesongschrijver, liet verstaan dat hij hoopte lang met de band te kunnen doorgaan. Eind 2014 had Kakacek de groep echter al verlaten en speelde Smith Westerns zonder hem hun afscheidsconcert.

High school dropouts die lekker de baan op gaan en niet neen zeggen tegen de geneugten die dat met zich meebrengt: ondanks goede intenties is een vroegtijdig einde in zo’n geval niet helemaal uit te sluiten. Smith Westerns heeft echter drie platen achtergelaten die stuk voor stuk het beluisteren waard zijn, van het rommelige, maar aanstekelijke titelloze debuut over het kleine meesterwerk Dye It Blonde tot de sentimentele zwanenzang Soft Will. Kakacek richtte ondertussen Whitney op en frontman Cullen Omori heeft eveneens de draad van zijn muzikale bestaan opnieuw opgepikt.

Een tijdlang leek dat echter weinig waarschijnlijk. Omori, nog altijd slechts midden twintig, kwam tot de constatatie dat hij sinds hij de middelbare school vroeger dan gepland voor bekeken hield, niet echt vooruit was gegaan in het leven, zoals dat door leerkrachten wel eens omschreven wordt. En hoe geef je die vervelende lui ongelijk als je borden staat te wassen in een stinkend restaurant?

New Misery is de titel van de heropstanding en dat debuut sluit, niet geheel onverwacht, logischerwijze aan bij de laatste plaat van Smith Westerns. Datzelfde poppy, op het meest catchy werk van T-Rex geënte geluid, de gouden melodieën en uiteraard Omori’s weemoedige stem.
Die vormt tegelijk de sterkte en de zwakte van de jongeman. De weltschmerz waarin het werk dat Omori aflevert steevast gedrenkt is, is van de mooist mogelijke soort, maar wanneer hij door zijn videoclip of commercials voor hipsterkledingwinkels met woekerprijzen paradeert, lijkt het allemaal net iets te veel een pose. Een overdreven vorm van zelfmedelijden waarvoor je, ondanks je pacifistische inborst, de jongen een klap voor z’n kop zou verkopen. Bovendien, een Smith Westerns-poster die in brand gestoken wordt in de clip van “Cinnamon”, heus?

Maar dan dat lied zelf. Single “Cinnamon” is zo aanstekelijk en simpelweg mooi dat het sinds het begin januari op de wereld werd losgelaten – ruim twee maanden geleden volgens een snelle telling – dagelijks meerdere keren moet weerklinken, ter opbeuring van slechte momenten of ter bevestiging van de fraaie. Op de plaat blijkt “Cinnamon” het sluitstuk van een trio songs dat op zichzelf een perfecte EP zou vormen. De feestvreugde begint met het van liefde overlopende “Hey Girl” en bereikt vervolgens met het episch klinkende “And Yet The World Still Turns” een hoogtepunt, om ten slotte met “Cinnamon” de extase nog enkele minuten te rekken.

Sneu voor “Poison Dart”, dat vervolgens behoorlijk underwhelming klinkt: dan liever de waaierende gitaarpartijen en aanstekelijke backings van “Synthetic Romance”. “LOM” klinkt als een overblijfsel van Dye It Blonde en met “Sour Silk” is een twee topper van een single op de plaat te vinden.

Dat album is daarmee niet het meesterwerk dat Omori ongetwijfeld in zich heeft, maar zeker niet de ontgoocheling die doorgaans te verwerken valt wanneer een frontman solo gaat. Een fraai werkstuk, is het minste dat over New Misery gemeld kan worden. Als hij het niveau van de beste nummers die hier te vinden zijn als standaard gaat hanteren, kan Omori uitgroeien tot een klepper.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + zeven =