Whitney :: 30 oktober 2016, AB Club

Gezien het avondconcert van Whitney meteen uitverkocht, laste de AB een extra matinee-concert in. Zo konden wij er ook bij zijn. Gezellig, op de koffie bij Whitney, terwijl het haardvuur knettert. Melk, suiker, of puur?

Twee minuten. Zo lang had Whitney deze zomer op Pukkelpop nodig om ons helemaal in te pakken met het wondermooie “No Woman”. We wandelden die nacht de nieuwe tent “de Lift” binnen en waren meteen verkocht toen ze dat nummer speelden. Helaas vormde “No Woman” meteen ook de afsluiter van de set, en bleven wij benieuwd achter naar wat deze band nog meer te bieden heeft. Whitney hield nochtans geen al te beste herinneringen over aan dat festival. Zowel gitarist Max Kakacek als zanger/drummer Julien Ehrlich speelden vijf jaar geleden immers bij Smith Westerns, net toen in de Chateau het noodlot toesloeg. Vandaag speelt de band wat met zijn eigen lot: het sextet strompelt doodvermoeid het podium op na een nachtje zwaar doorzakken in Parijs.

Van bij de lome americana van opener “Dave’s Song” valt meteen de wat vreemde opstelling van Whitney op: zo zit Julien Ehrlich centraal achter zijn drum, met de rest van de band als zoutpilaren rondom hem. Ehrlich kapt enkele geuten rode wijn naar binnen, gevolgd door flink wat vloeibare honing, en excuseert zich voor zijn raspy stem. Hij stelt drumles voor aan de kindjes op de eerste rij — het is en blijft zondagnamiddag — en vraagt of vandaag iemand naar beide shows komt. Algemene hilariteit volgt wanneer enkel de barman zijn hand opsteekt.

Het geheime wapen van Whitney’s rustgevende en hartverwarmende songs is de soulvolle aankleding ervan, onder meer met trompet. Net als Lambchop koppelt Whitney moeiteloos indie aan soul. De band komt dan ook uit Chicago, waar de soul in het stadswater verkalkt zit. Met Curtis Mayfield deelt Ehrlich zijn geboortestad, maar ook zijn hoge, gloedvolle falsettostem. Neen, Whitney is niet vies van zwarte muziek. We herinneren ons dat ze op Pukkelpop meteen na hun set een nummer van Kanye door de speakers van de tent joegen. Deze namiddag wordt “On My Own” aangekondigd als “a reggae song about love”, die toch opnieuw met Whitney’s beproefde soulvolle americanasaus overgoten wordt.

Met amper één langspeler op de teller is het songmateriaal beperkt, dus speelt de band enkele covers die nauw aansluiten bij het eigen repertoire. Zo kom Dylans “Tonight I’ll Be Staying Here With You” — niet per toeval van op zijn countryplaat Nashville Skyline — voorbij en van NRBQ, een groep die net als Dylan en Whitney snoepte van zowel rock, country als folkmuziek, wordt “Magnet” gespeeld. Met dat laatste werpt Whitney een extra blokje hout op de haard en gaat het tempo de hoogte in. Ehrlich nodigt ons uit voor een “cheesy dansje” en merkt op dat dit het punt is waar het optreden een echt goede show wordt. Er zit een waarheid in, jammer genoeg zitten we inmiddels al ver in de bisronde.

“Are we doing ok?”, had Ehrlich zich luttele minuten ervoor nog afgevraagd, waarna hij nog wat honing naar binnen kapte. Dat wel, want zelfs een half ingedommelde Whitney blijkt nog steeds een goede Whitney. Maar vanavond misschien toch maar op tijd in bed kruipen, jongens?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − zes =