Radiohead :: The King of Limbs

XL, 2011

Er is al heel veel gezegd en geschreven over ‘The King of
Limbs’. De plaat wordt alom uitgespuwd maar veel meer nog bejubeld,
een beetje zoals dat met de makers ervan al een tiental jaar aan de
gang is. Het minste wat je over Radiohead kan zeggen,
is dat ze zichzelf eens te meer talk of the town hebben
gemaakt. Waar ze ‘In Rainbows‘ vier
jaar geleden voor een zelf te kiezen prijs digitaal aanboden, ligt
het verrassingseffect nu niet in de prijs maar in het feit dat ze
het album al een paar dagen na het wereldkundig maken ervan hebben
uitgebracht. Een belangrijk verschil is dat ‘In Rainbows’ mocht
genieten van een niet aflatende stroom aan superlatieven, terwijl
de reacties bij ‘The King of Limbs’ wat minder hard van stapel
lopen. Het album is dan ook een stuk minder evident.

Dat ‘The King of Limbs’ een goede plaat is, is het allerminste
wat je van een band als Radiohead mag verwachten. Sinds de Britten
‘The Bends’ op de wereld hebben losgelaten, is Radiohead eigenlijk
een beetje buiten categorie geweest. ‘The King of Limbs’ breit een
interessant vervolg aan hun indrukwekkend oeuvre. Een uitdagend
vervolg ook, want in tegenstelling tot ‘In Rainbows’, dat in zekere
zin een krachttoer was gebruik makend van de verschillende facetten
die de band al had getoond, horen we op ‘The King of Limbs’ nieuwe
zaken. Het is een plaat met verschillende gezichten, al valt de
veelvuldigheid aan drumcomputer en synths op, vooral in de eerste
helft. Een aansluiting met hippere alternatieve elektronica ook,
zoals die van Burial of Flying Lotus.

Het zijn slechts acht nummers en een goed half uur dat ‘The King
of Limbs’ ons schenkt, maar neem maar van ons aan dat het een half
uur well spent is. Opener ‘Bloom’ zet aan met een
elektronisch bloementapijt in een hoog ritme, kenmerkend voor heel
wat songs op deze plaat. Stem en melodie zweven in de beste
Radiohead-traditie, waarbij de vocals naar het einde toe leuk in
reverb vooruitlopen. Geen bom van een openingsnummer, dit
‘Bloom’, maar prikkelend is het zeer zeker. Het aansluitende
‘Morning Mr Magpie’ prikkelend noemen, is nogal een understatement.
“You stole it all / Give it back” predikt Thom Yorke op een
broeiend elektronisch ritme. Vooral wanneer de song even een pauze
neemt om dan op de hoge tonen van Thoms falsetstem geleidelijk te
versnellen en het leven in zich te laten sijpelen, gaat de plaat
voor het eerst naar een hoogtepunt.

Met ‘Little By Little’ haalt Radiohead de rockinstrumenten van
stal in een knappe song die op ‘Hail to the Thief‘ had
gepast, al bewaart de band het beste voor later. Eerst is er nog
‘Feral’, de minst melodieuze song, maar ook de meest opwindende,
met een verslavende grootstadblues zoals we die van een Burial
kennen en een hoofdrol voor de bas en drums van Colin Greenwood en
Phil Selway. Maar het culminatiepunt uit zich in de vorm van ‘Lotus
Flower’ en ‘Codex’. Single ‘Lotus Flower’ combineert de straffe
ritmesectie die we al hoorden met een heerlijke melodie en een
fantastische zanglijn. ‘Codex’ is dan weer een bloedmooie
pianoballad, eentje zoals enkel Radiohead er kan maken, al staat
het nummer stilistisch een eind van de rest van ‘The King of Limbs’
verwijderd. Het is de enige song waar je onmiddellijk voor valt en
niet verwonderlijk de meest toegankelijke.

‘Give Up the Ghost’ brengt zowaar een akoestische gitaar naar de
voorgrond in een knappe ballad gedomineerd door de woorden “Don’t
hurt me”, die in een loop de ruggengraat van het nummer vormen. Het
is een song die het vooral van melodie en sfeervolle zanglijnen
moet hebben en die bitter weinig gemeen heeft met de eerste
albumhelft. Afsluiter ‘Separator’ ten slotte – als we dan toch alle
nummers overlopen – laat ons ietwat op onze honger zitten, al maken
de wat speelse melodietjes van de tweede helft wat goed in een niet
echt uitzonderlijke song.

Of ‘The King of Limbs’ het begin van een tweeluik is zoals her
en der wordt gefluisterd en/of gehoopt, kunnen we niet zeggen. Dat
het een sterke plaat is, die Radiohead- en muziekfans zullen
omarmen, staat wel vast. Meer nog dan in het verleden is het een
album dat tijd vergt, waarbij het vooral het spel met ritmes is,
dat het tot een verslavend iets maakt. ‘The King of Limbs’ is geen
plaat in de grootteorde van ‘OK Computer’, ‘Kid A’ of ‘In
Rainbows’, maar toont ons een van de meest boeiende bands van de
laatste kwarteeuw, die weigert stil te blijven staan.

http://www.radiohead.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + een =