Dahi pakt met zijn debuut Black Boy (Alternative) uit met een album met zoveel gaststerren als een groepsselfie op de Oscars. Toch weet de producer de teugels strak te houden en er een even strak album uit te puren.
Twintig jaar al is Dacoury Dahi Natche – Dahi voor de vrienden – actief in de muziekbusiness, De kans dat u zijn naam kende tot voor vandaag is echter klein, ondanks die Grammy die op zijn schouw pronkt en de indrukwekkende en vooral erg diverse lijst namen met wie hij al samenwerkte. Het was Dahi die Kendrick Lamars “Money Trees” bouwde rond die dromerige en achterwaarts gespeelde sample van Beach House en die zich in de middens van Diplo en Avicii begaf voor de productie van Madonna’s album Rebel Heart en zelfs überproducer Dr. Dre mocht bijstaan voor zijn comebackalbum Compton uit 2015.
Een producer dus die probleemloos de spagaat weet te maken tussen de commerciële wereld en meer avantgardistische undergroundproducties. Maar een spreidstand is en blijft een gespleten situatie, dus is dit soloalbum een open brief aan zijn jonge zelf, aan de puber die in het door hiphop gedomineerde Los Angeles zijn dagen doorbracht met luisteren naar alternatieve gitaarmuziek. Elf tracks lang krijgt de gitaar hier een hoofdrol, en dat telkens in verschillende gedaantes, de verschillende aspecten van één persoon. in “Stand For Something” scheurt ze als een ”Purple Rain”-solo, in “Love Me” ondersteunt de op West-Afrikaans leest geschoeide gitaarlijn al kringelend Obongjayars zang. De productie glijdt het hele album lang van gladde R&B naar milde elektronica.
Dat laatste klinkt bekend en Dahi omschrijft niet onbescheiden deze plaat als een ‘Afrikaanse Radiohead’. Het tegendeel beweren zou dan ook gelogen zijn wanneer de eerste nummers zo onbeschaamd naar Thom Yorke en de zijnen lonken. Zo zouden “Who Are You”, “Find me”, “Drowning” en “Running” niet misstaan op In Rainbows, waarbij het laatste nummer steunt op een ingewikkeld drumritme en wordt doorsneden met jazzy saxofoonstoten. Gaandeweg komt Black Boy (Alternative) wel meer los van Oxford en gaat het meer een ongegeneerde mengeling tussen Afrikaanse ritmes en gitaarspel, punk en scheve elektronica.
Dat zijn veel tegenstrijdige invloeden, maar Dahi beheerst zijn métier als producer zo goed dat hij alles doet klinken als een aangenaam weg te happen geheel. Geen van de elf nummers is een instant banger – zijn productiewerk voor Drake heeft Dahi niet op het slechte pad gebracht – eerder vragen de songs enige tijd om te pruttelen en in te dikken in de stoofpot tussen uw oren. Ze krijgen een stevige basis mee met de bas, gitaar en toetsen die worden gespeeld door muzikanten die normaal de boterham verdienen bij Anderson .Paak, SZA en Solange, terwijl Dahi zelf de drumkruk warm houdt wanneer er geen drumcomputers worden gebruikt.
Daarna mag er gekruid worden met een ronduit indrukwekkende gastenlijst: Vince Staples, Channel Tres, Kendrick Lamar, Moses Sumney, Childish Gambino and then some. Ook de minder bekenden doen niet onder voor de grote namen en allemaal voegen ze hun eigen accent toe, zonder dat dit ratjetoe aan artiesten de flow van het album verstoort. Dahi omschreef het proces van ideeën uitwisselen als een equivalent van speelkaarten ruilen. Het resultaat is als een Panini-album van muzikale ideeën, kleurrijk en verschillend, maar wel volledig.
Black Boy (Alternative) navigeert tussen Radiohead, Fela Kuti en SAULT, tussen sonische vernieuwing en zwart bewustzijn (u vindt op het net evenveel pagina’s die over dit album zijn volgeschreven over de muziektechnische details als over zwarte psychologie in de teksten). Black Boy (Alternative) bevat met andere woorden véél, ook de nodige foutjes. Soms is het net iets té stroperig, maar over het algemeen stoort dat niet, dat maakt het menselijk en tot een van de meer intrigerende en interessante releases van dit najaar.




