Radiohead :: Hail to the Thief (Live Recordings 2003-2009)

Verdomme, wat kon dat Radiohead een boos groepje zijn. Die gedachte schoot ons door het hoofd bij het beluisteren van het nieuwe livealbum van de groep, opgediept uit de archieven. En ook wel: verdomme, waarom moeten we het hiermee doen.  

We gaan het maar meteen op tafel gooien: deze liveversies zijn een must-listen, zeker voor de totale Radioheadnerd (schuldig) maar ook voor iedereen die van kortbij of veraf iets met de band uit Oxford heeft. Want ja, sinds A Moon Shaped Pool alweer bijna tien jaar geleden uitkwam, hebben we van Radiohead enkel nog maar geluiden uit het archief gehoord. Ondertussen zwermden de leden uit naar zij- en soloprojecten: alleen, met anderen of met elkaar. Gelukkig leverde de band wel altijd kwaliteit op hun heruitgaves, en niet enkel instrumentale demo’s die met een kapot recordertje tien kilometer van het repetitiekot zijn opgenomen (ja The Cure, we kijken naar jullie). Het is nog steeds onvergeeflijk dat “I Promise”, “Man Of War” en zeker “Lift” vanop OKNOTOK 1997-2017 zolang in het donker hebben gelegen. KIDAMNESIA was een beetje dubieuzer, maar bood een goeie tijdsschets van Radiohead anno 2000, een mooi kunstboek, en het dreigende pareltje “If You Say The Word”.

Bovendien is deze nieuwste vondst een livealbum, een zeldzaamheid in het oeuvre van Radiohead – in tegenstelling tot de vrachtwagens aan bootlegs die er van hun optredens circuleren. Radiohead is nu eenmaal bij uitstek een band die live eigen accenten legt, die met eigen songs aan de haal gaat en soms naar nog een hoger niveau tilt. Een goeie bootleg of livesessie van de band is goud waard. Bijna iedereen zal het erover eens zijn dat de In The Basement- en tourversies van de songs van het middelmatige The King of Limbs de originele nummers deden verbleken. De laatste tournee van de band, in 2017-2018, was dan weer uitzonderlijk introvert en fragiel in het licht van de scheiding van Thom Yorke en vervolgens het overlijden van zijn ex-partner Rachel Owen aan kanker. Persoonlijke pianosongs als “Daydreaming” van het breekbare A Moon Shaped Pool vloeiden op Werchter toen naadloos over in een oude parel als het intens droevige “Let Down”.

Het zijn dat soort songs en platen als OK Computer die Radiohead het etiket van “sad bastards” hebben gegeven, en dat klopt ook deels. Maar er is ook een heel andere kant aan deze weerbarstige band, en deze hervertelling van Hail To The Thief uit 2003 doet ons daar weer aan denken. Toen die plaat verscheen, werd ze als het meest openlijk politieke album van de band gezien. De haat voor Bush en Blair spatte van de hoes en de titel – de rechtlijnigheid en uitgesprokenheid van toen contrasteert trouwens fel met de vertwijfeling en verscheurdheid van met name Yorke over het conflict in Gaza nu, al zullen de gesprekken aan de keukentafel bij de band nu wel een pak gevoeliger zijn. Maar ook toen rommelde het intern bij de band, al ging dat eerder over  muzikale richtingen dan over politiek. En de hoes en titel waren bozer dan sommige nummers.

Tegelijk deed de terugkeer van de gitaarsongs bepaalde fans en recensenten een zucht van opluchting slaken: de muziek van Radiohead was toch niet helemaal beats en bliepjes geworden. Op Hail To The Thief staan enkele van de sterkste songs van Radiohead. Maar de plaat was ook te lang en soms te weinig gefocust. Ze viel wat tussen de plooien van de geschiedenis, tussen het experiment van Kid A/Amnesiac en de nieuwe start van In Rainbows. Een moeilijk beestje was het. Deze Live Recordings 2003-2009 zet dat grotendeels recht, door te focussen op wat er echt toe deed in deze periode. Yorke ontdekte de opnames tijdens het grasduinen voor een theaterproductie rond deze plaat en Hamlet en was van zijn sokken geblazen van de energie van zijn eigen band. We kunnen ons daar iets bij voorstellen:  Live Recordings 2003-2009 laat vooral een band horen die van de ketting mag en uithaalt naar wie maar in de weg loopt. Enkele songs uit het originele album werden geschrapt en wat overblijft mag vooral schuren en scheuren. Het is een goeie herinnering wat voor een kwade en dreigende band Radiohead twintig jaar geleden eigenlijk wel was.

Wie ooit eindeloos naar “2+2=5” op Glastonbury 2003 heeft zitten kijken (opnieuw schuldig) kan zich daar al iets bij voorstellen. Wie er ooit bij was ook. De rest kan nu meevolgen. Het nummer opent ook hier, met zijn perfecte opbouw, die snijdende gitaren, brutale uithaal en hysterische Yorke met zijn “ You have not been paying attention/ Payin’ attention, payin’ attention”.  “Sit Down. Stand Up” en “Sail To The Moon” krijgen hier eerherstel: de rustigere delen zijn meeslepender, de uitbarstingen nog manischer. Sowieso is wie van de maffe Radiohead houdt, hier aan het juiste adres: “Go To Sleep” eindigt op een totale gitaarfreakout (wij zien Jonny Greenwood zo loos gaan onder zijn bles). “Myxomatosis” gooit alle nuance uit het raam. “We Suck Young Blood” is dan weer het tegenovergestelde: een sinistere danse macabre die het verwoestende maar eeuwig doorgaande mediacarrousel met bloed overschildert. Ook Colin Greenwood, tegenwoordig aan het werk bij Nick Cave en soms Tamino, krijgt alle ruimte om te schitteren. Het pulserende en met acquired taste overgoten “The Gloaming” weet met zijn kraakheldere basloopjes een weg te vinden door een schimmenspel aan duistere beats – geef ons nog maar een glas, of weet je, geef ineens de fles.

De hoogtepunten van het origineel, niet toevallig de meest percussieve songs, zijn dat hier opnieuw. “Where I End and You Begin” is sowieso een verborgen parel in het oeuvre van Radiohead, maar wat de groep er hier mee aanvangt doet je hoofd ontploffen. De song dondert voort, met dat drumritme en zweverige gitaargeluiden die zich tussen de drumvellen wringen. Yorke huilt naar de maan en is verdwaalt in het bos. Het eindigt allemaal in een coda die duwt waar het pijn doet, laagje voor laagje opbouwt. Yorke dreigt dat hij je levend zal opeten en je durft niet anders dan hem te geloven. Ja, ook tekstueel was Hail To The Thief  geen lachertje. “There, There”  is hier uit een optreden in Buenos Airos in 2009 geplukt, met een uitzinnig Zuid-Amerikaans publiek in de hoofdrol. Feedback mag uitzwermen, Greenwood en Ed O’Brien die extra percussie brengen blijft werken. “ Just ‘cause you feel it/ Doesn’t mean it’s there”: je zou het zo aan een tegeltje in de keuken kunnen hangen. Halverwege verandert het schip van richting, en hopelijk zijn wij ooit op festivals ook een beetje meer Zuid-Amerikaans en wat minder bescheiden Belg – ja, zelfs bij Radiohead.

Helaas is “I Will” ook op deze liveuitgave niet meer dan een niemendalletje dat gemist had kunnen worden. En dan zijn we alweer bij het einde beland, waar we vertrouwde vrienden tegenkomen, te weinig bekend maar oh zo bemind. De tekst van “Scatterbrain”  is nog steeds onbegrijpelijk maar Yorke zingt het zo triest dat je hem meteen een knuffel wilt geven. “A Wolf At The Door” is dan weer uitzonderlijk direct, verbaal vandalisme met een Oxforddiploma. In een lange adem veegt de frontman de vloer aan met “city boys in first class”, nog een laatste keer spuugt hij in het rond alvorens de dwangbuis arriveert. “I keep the wolf from the door/ But he calls me up, calls me on the phone/ Tells me all the ways that he’s gonna mess me up”. Na die afsluiter, en bij uitbreiding heel deze Hail To The Thief (Live Recordings 2003-2009), voelt Meeting People Is Easy, de deprimerende documentaire over de breakdown van Yorke na OK Computer, aan als Little Miss Sunshine.

Het was de laatste keer dat Radiohead zo gewrongen zou zitten met zichzelf en met de wereld, en dat op zo’n directe manier muzikaal zou vertalen. Met andere woorden: dat dit vijftal zo luid en lawaaierig zou zijn. Vanaf In Rainbows leek de groep, en zeker Yorke, het allemaal al eens in perspectief te kunnen zetten. Er mocht al eens gelachen worden, naar het publiek en naar elkaar. Yorke kocht een hoedje, strikte een dot in zijn haar en zette al eens een stapje in de wereld. Tot daar in 2016 plots het intens trieste A Moon Shaped Pool was, en daarna niets meer. Buiten dus heel veel andere projecten, van matig (Atoms for Peace, EOB) tot zeer goed (The Smile, het soundtrackwerk). Maar bij het beluisteren van deze trip naar het verleden, besef je weer waarom Radiohead zo goed en zo uniek was/is. Waarom ondanks alle solo- en zijprojecten je die band toch zo mist. Deze groep is nu eenmaal geen toevallig samenraapsel. Het zijn wezenlijk vijf muzikanten met elk hun eigen karakter die elkaar aanvullen en naar een hoger niveau brengen, al letterlijk sinds hun tienerjaren. Elk bandlid schittert op deze liveplaat, samen zijn ze een gang of five – maar dan niet cool, enkel leunend tegen de muur met een lelijke brilmontuur. Hail to the Thief (Live Recordings 2003-2009) is de fluim in het gezicht die we nodig hadden in dit mottig muziekjaar.

 

8.5
XL Recordings Ltd
The Smile, Atoms For Peace

verwant

Eindejaarslijstje 2024 van Maarten van Meer

Fontaines D.C. :: Romance Een dwarse liefdesverklaring aan...

Eindejaarslijstje 2024 van Bart Van Put

2024 was alweer het zoveelste annus horibilis voor de...

Eindejaarslijstje 2024 van Maarten Langhendries

Was 2023 een rotjaar, dan was 2024 een klotejaar....

Eindejaarslijstje 2024 van Harald Devriendt

2024 was het jaar van de zondvloed. Het regende,...

Eindejaarslijstje 2024 van Jef De Ridder

Het muzikale universum bestond ook in 2024 voor het...

aanraders

recent

Claudio Stassi & Marc Bourgne :: Henri Vaillant – Een leven vol uitdagingen

Hoe de iconische renstal Vaillante opgericht werd, waarin piloot...

Affiche Eurosonic compleet

Met de aankonding van een laatste shot namen is...

Ronker :: Limelighter

Superman was een crimefighter, maar de nieuwe single van...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in