Neil Young :: Le Noise

Reprise, 2010.
Warner

Er was een tijd, dames en heren, dat Neil Young zelfs met
een knoert van een kater aan wat snaren kon rammelen en terstond
een nagelnieuw wereldnummer het collectieve geheugen in lanceerde.
Die tijd ligt met ‘Rust Never Sleeps’ echter al een dikke drie
decennia achter ons, en sindsdien ging het onze favoriete bard heel
wat minder voor de wind.

‘s Mans spelniveau verloor sinds ‘Hawks & Doves’ wat aan
consistentie, zodat sterke (zo was er de geweldige ‘Ragged Glory’,
‘Freedom’ en ‘Harvest Moon’-periode, alweer zo’n 20 jaar geleden)
en zwakkere (met het hiervoor prototypische ‘Landing On Water’)
momenten nu al zo’n 30 jaar verwoed haasje-over spelen in z’n
desalniettemin legendarische oeuvre, al naargelang het Canadese
grondwater er een goed of slecht jaar opzitten had.

Welnu, dames en heren, 2010 blijkt ginds kwalitatief een
bijzonder goed waterjaar te zijn, want na het zwaar teleurstellende
Fork in the
Road
‘ is z’n nieuwste plaat er weer boenk op. ‘Le
Noise’ klinkt immers op alle vlakken urgenter, gestroomlijnder en
gewoonweg beter dan een gemiddelde Neil Young-productie na de jaren
90, als een uiterst smakelijke melange tussen de furiositeit van
Living With War
en de weids uitwaaierende gitaarfestijnen waaruit ‘Chrome Dreams
II’ voor de ene helft bestond.

Een tijdloos recept, zo blijkt, en qua feel ietwat van
een curiosum in zijn ruim veertigjarige carrière. Hierbij lijkt
vooral de inbreng van fellow Canadian Daniel Lanois (op wiens
naam de titel een nogal opzichtige woordspeling is) van wezenlijk
belang geweest te zijn. Die gaf de plaat immers nét dat beetje
extra schwung mee, nét dat beetje tijdloosheid, dat we bij ome Neil
een beetje begonnen te missen.

Veel meer dan zomaar een (voor hem zo typische) geluidsmuur op
te trekken rond Youngs gitaarpartijen, voegt Lanois’ ervaren
knip-en plakwerk namelijk op zeer geraffineerde wijze diepgang toe
aan de totale luisterervaring. Door een subtiel spel van echo,
feedback en distortion sleept hij ons als het ware (evenwel pas na
enkele luisterbeurten) mee in het kolkende universum van ‘Le
Noise’.

De ware blikvangers zijn echter vanzelfsprekend de nummers zelf,
die voor het merendeel klinken als een zeer laattijdig vervolg op
de het 1989 uitgebrachte e.p.’tje ‘Eldorado’ (een lichtjes geweldig
‘tussendoortje’ waar wij nog steeds niet genoeg van kunnen
krijgen), zij het wel over de hele lijn beschouwd een graadje
minder sterk.

Beginnen doet ‘Le Noise’ uitstekend met ‘Walk with Me’, dat qua
melodie weliswaar niet al te veel om het lijf heeft, maar met z’n
over hun eigen voeten denderende toonladders en notenbalken toch
een uitstekende intentieverklaring biedt voor wat komen zal. En
daar is al meteen het eerste prijsnummer, ‘Sign of Love’, een
in se zeer intieme valse trage die al grasduinend in
Youngs grote ton van heerlijke ritmewisselingen mijlenver naast de
paden van klefheid wandelt, en en passant nog een
bekroning als klassieker mee graait.

Het is overigens een enorm fortuinlijk toeval dat ‘s mans stem,
ondanks een sterk uitdunnende haardos, amper aan kwaliteiten heeft
ingeboet. Er valt weliswaar al eens vaker een valse noot dan
vroeger, maar die breekbaarheid siert z’n hoge uithalen des te
meer. Faut le faire.

Los van die vocale kwaliteiten kan Neil Young uiteraard ook meer
dan een aardig stukje gitaarspelen, wat hij met verve bewijst in
‘Someone’s Gonna Rescue You’, in feite niet veel meer dan een lang
uitgesponnen (hoewel, met z’n 3 minuten 30 is dit het tweede
kortste nummer) variatie op een intro. Een heerlijke intro evenwel,
en een variatie die meer dan genoeg aan inventiviteit en vinnigheid
bezit om met hoog opgeheven hoofd z’n bestaansrecht op te
eisen.

Tegen dit zinderende openingstrio valt ‘Love and War’ (een
toespeling op ‘Peace and Love’, dé reden waardoor u zich ‘Mirror
Ball’ moet aanschaffen) ietwat lichtjes uit. Zonder flauw te worden
mist het nummer de tragiek en de weerhaken om echt te kunnen
bezielen, iets waar ‘Peaceful Valley’ iets verderop wel in slaagt.
Hoewel diens Spaanse gitaren hard lonken naar ‘El Dorado’ (het
nummer ditmaal), en de tekst duidelijk uit dezelfde thematische
kweekvijver komt als ‘Pocahontas’, weet de indianensetting te
charmeren, en slaagt Young erin, veel meer dan met ‘Love and War’,
om het contrast tussen de vrede in de natuur en de barbaarsheid van
de menselijke ontwikkeling voelbaar te maken, zonder daarbij al te
zeer te moraliseren.

Als we u er voorts nog bij vertellen dat ook ‘Angry World’,
‘Rumblin” en vooral het uit Neils archieven opgediepte
‘Hitchhiker’ hun euro’s meer dan waard zijn, dan is het eindverdict
even voorspelbaar (het percentage superlatieven ligt in deze
recensie toch wel enorm hoog, waarvoor onze excuses) als verdiend:
‘Le Noise’ is Neil Young op z’n best. Laat u niets anders
wijsmaken.

www.neilyoung.com
www.myspace.com/neilyoung

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + zestien =