Cocorosie :: Grey Oceans

Enkele jaren geleden was freak folk — de zoveelste boven de journalistendoopvont gehouden term — de noemer waaronder zowat elke band gecatalogiseerd werd die buiten de lijntjes kleurde. Nu de waan van de dag verdreven is, wordt pas echt duidelijk hoe de meest originele, eigenzinnige van die groepen altijd al op eigen benen stonden.

Joanna Newsom bijvoorbeeld heeft met Have One Me zonder twijfel de plaat van het jaar geschreven, maar ook CocoRosie weet na drie jaar relatieve stilte zichzelf nog steeds heruit te vinden. Na het door pre war blues en gospel vormgegeven debuut La Maison De Mon R&ecircve verkenden de gezusters Casady het avant gardische karakter van hun muziek verder in Noah’s Ark en The Adventures of Ghosthorse And Stillborn, waarbij de mix van invloeden en stijlen (waaronder ook hiphop, bijvoorbeeld in "Rainbow Warriors") diffuser en uitgesprokener werd. Geluid en aanpak bleven onmiskenbaar CocoRosie maar tezelfdertijd zijn de drie albums duidelijk van elkaar te onderscheiden.

Grey Oceans bouwt verder op dit elan, waardoor zowel van een breuk met het verleden als van een logisch vervolg òp gesproken kan worden naargelang het standpunt dat men inneemt of het element dat men uit de plaat puurt. Een rode draad of duidelijke omschrijving valt nog steeds niet te ontwaren, laat staan dat het album of de band in een eenduidige term gevat kan worden. Zo er al een insteek gegeven kan worden, dan zou het electro (genre oude Mùm) moeten zijn, met dien verstande dat de band net zo goed opteert voor tribale percussie wanneer dit het nummer ten goede komt.

Net als bij The Adventures Of Ghosthorse And Stillborn is er bovendien opnieuw sprake van een verzorgde productie (ditmaal Nicolas Kalwill en de in Buenos Aires gelegen Pandastudio, met bijkomende opnames in Parijs, Melbourne, New York en Berlijn) waardoor de rijkdom van de songs (luister maar eens naar "R.I.P. Burnface") beter tot uiting komt. Zo is in opener "Trinity’s Crying" het subtiele pianowerk van het nieuwe bandlid Gael Rakotondrabe, die op meerdere songs een belangrijke stempel drukt, duidelijk hoorbaar en komt het drumwerk van Bolsa uitstekend tot zijn recht in het intrigerende "Hopscotch" dat moeiteloos van ragtime naar dromerige jungle/drum’n bass hopt, en terug.

Hoewel Sierra’s operastem op meerdere songs de boventoon voert, kan Bianca’s rasperige stem evenmin genegeerd worden. Op het met tribale percussie gelardeerde "Smokey Taboo" bijvoorbeeld steelt zij de show zonder daarbij Sierra naar het tweede plan te verdringen. Naar eigen zeggen hebben de zussen er doelbewust voor gekozen om het contrast tussen beide stemmen meer in de verf te zetten, maar zoals "Grey Oceans" (een zachte pianoballad) aantoont, lijken de zussen veeleer naar elkaar toegegroeid te zijn zonder hun eigenheid te verliezen. Het ijle, hemelse geluid van Sierra vormt een perfecte match met het aardse van Bianca.

Een van de meest opvallende songs op de plaat blijft "Undertaker". Daarin wordt vertrokken van een oude opname van hun moeder wiens in het Cherokee gezongen lied een nieuw muzikaal kleedje krijgt en aangevuld wordt met een contrasterend maar passend middenstuk van de gezusters Casady. In sterk contrast daarmee staat het overbodige "Fairy Paradise" dat onnodig de technovelden opzoekt. In die zin is de romantische fiftiespastiche "Lemonade" veel beter geslaagd evenals het pompende "The Moon Asked The Crow". "Gallows" is een ontroerend maar ook klassiek(er) CocoRosienummer terwijl het stuiterende, met eightiespathos gezegende "Here I Come" bewijst dat de groep zijn eigenheid niet snel verloochenen zal.

Wie de vorig jaar verschenen tour-e.p. Coconuts, Plenty Of Junk Food gehoord heeft, zal zich ongetwijfeld in het haar gekrabd hebben bij het horen van de foute disco/techno-inslag die er primeerde. Op Grey Oceans valt daar gelukkig nauwelijks iets van te merken en is er veeleer sprake van een terugkeer naar het bekende geluid. Want hoewel CocoRosie op zijn vierde plaat nog steeds experimenteert en het eigen geluid verlegt, is er van een radicale breuk geen sprake. Grey Oceans is niet het eenvoudigste of toegankelijkste album, maar wie in het bijzonder de eerste albums van de zusters Casady wist te smaken, zal ook dit album snel genoeg in de armen sluiten.

CocoRosie staat samen met Efterklang op 15 mei in het Koninklijk Circus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − een =