Jónsi :: Go

Het vlot even niet zo goed meer in het Sigur Rós-kamp. Na de definitieve doorbraak met het nochtans tongkrullend getitelde Með suð í eyrum við spilum endalaust bracht frontman Jónsi Birgisson een plaat uit met boyfriend Alex, schrapte de groep een volledig nieuw album wegens "oude koek", en komt Jónsi nu met een volledige soloplaat. En dat, beste vrienden, blijkt een serieuze brug te ver.

Jónsi speelt hoog spel. Terwijl de rest van Sigur Rós god-weet-wat aan het uitvreten is, probeert hij de lat in zijn eentje wat hoger te leggen. Nu hij met die laatste groepsplaat ook daytime radio en de hoofdpodia van de zomerfestivals veroverde, wil hij live met Go de grenzen verleggen van wat een popconcert kan zijn. Afgaand op een boel making of-filmpjes op zijn site kan dat twee richtingen uit: of hij slaagt in zijn opzet en onze mond valt open, of dit wordt de meest g&ecircnante over the top-flop sinds Meatloafs Bat Out Of Hell III.

Maar niet zo snel. Willen wij eerst niet weten wat de soundtrack van al die bombast zal brengen? Ja, dat willen we, en wel vandaag. Ons oordeel na ettelijke luisterbeurten? Dat we ons hart vasthouden. Op zijn slechtst is Go immers een schaamteloze brok klefheid zonder enige vorm van weerhaakjes: een plakboel van al te vlotte melodieën, aanstekelijke percussie en mierzoete strijkers.

Bewijsstuk bij uitstek: opener "Go Do" die al even uw radio teistert. Dit is "Gobbledigook" zonder de opwindende percussie, "Við spilum endalaust" zonder de verheffing. En het is geen toeval dat we enkel aan Með suð í eyrum við spilum endalaust refereren; gedachten aan het oudere — betere — werk van Sigur Rós zijn ver weg. Jónsi solo is Sigur Rós voor mensen die nog nooit van Godspeed You! Black Emperor of Talk Talk hebben gehoord; easy listening voor een nieuwe generatie gemakzuchtigen.

Op dergelijke momenten begint een mens te denken dat het ware genie van Sigur Rós net bij de vier andere muzikanten zit, muzikanten die alle stroop van Jónsi met brute schuurborstels op een hoopje vegen, laten stollen om er dan de kettingzaag in te zetten. Wanneer je in bijvoorbeeld "Sinking Friendships" net dat keertje te veel die eeuwige vocale trekjes hoort; dat langgerekte uithalen, dat eindigen van elke zin in een hoog "ooooo". Over een flauwe geprogrammeerde ritmetrack werkt het bijna enkel op de lachspieren.

Zijn er lichtpunten? Hoe donkerder rondom, hoe helderder ze schijnen. "Tornado" is een mooie, ingetogen pianoballad met omfloerste toeters en bellen. Iets kaler en het had op die laatste van Sigur Rós gepast. En er is natuurlijk "Boy Lilikoi", het enige moment dat Go die heerlijk gezegende staat weet te bereiken waar Jónsi met band wel een patent op lijkt te hebben. Samen met de drumrush van "Animal Arithmetic" zal het één van de momenten zijn die ook op de planken wel vonken zal moeten geven.

Maar drie op negen tracks is te weinig. We kennen mensen die op basis van "Go Do" alles van Sigur Rós aan het afzweren zijn en daarbij de woorden "The Killers" durven te gebruiken. Dat is minstens één of zelfs twee bruggen te ver. Laten we vooral het kind van het badwater scheiden en stellen dat Jonsi met Go Do dan wel een draak heeft afgeleverd, maar dat we hem op basis van eerdere prestaties nog wel wat krediet willen geven. En we zijn benieuwd naar wat dat hele liveconcept nu zal blijken te zijn. Een mantel der liefde? James, een grote graag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − achttien =