Manu Chao :: Baionarena

Als vergelijkende reclame mag, dan ook vergelijkende recensies. En als Manu Chao twee liveplaten in één decennium uitbrengt, dan mogen die tegen hetzelfde licht gehouden worden. Enola: de Test Aankoop onder de muzieksites.

Er is veel kritiek op Manu Chao mogelijk. Dat zijn teksten tenenkrullend simplistisch zijn vaak. Dat hij telkens dezelfde riedeltjes recycleert. En dat hij nauwelijks een plaat verder na zijn vorige, alweer een concertregistratie uitbrengt. Maar al dat gemor gaat voorbij aan het feit dat Chao nu eenmaal pas live echt tot — euhm — leven komt: dan voelen de teksten juist, zijn die melodietjes zo opzwepend als maar kan. Live is Chao een bom.

Wat wel terechte kritiek is: dat Chao’s laatste tournee niet zijn beste was. Op Werchter een paar jaar geleden was het treurnis. Als rockband, met enkel bas, gitaar en drum mee, was het weinig subtiel en eenvormig. In vergelijking met de muzikale rijkdom van die vorige liveplaat Radio Bemba — blazers, een toaster, wat je maar wil — was het flauw. Wie Chao meemaakte aan het begin van dit decennium weet hoe hij op zijn best levens kan veranderen.

Maar niet meer vandaag. Of althans, toch nu niet. Nog steeds weerklinkt op Baionarena dat “Proxima Estacion: Esperanza!”, maar waar dat ten tijde van de gelijknamige tour klonk als een strijdkreet, gebruld met een wanhoop als was die hoop het enige wat hem nog rechthield, dan klinkt het nu plichtmatig. Als een cue, om naar een volgend nummer te gaan. En dat doet pijn. Chao die er niet honderdtwintig procent voor gaat, zo blijkt, is Chao niet meer.

Dan vallen de zwakheden op. De eenvormigheid, de drammerigheid van bepaalde nummers. De omschrijving “Albanese bouwvakkers” viel al eens om Chao zijn band te omschrijven, en zo voelt Baionarena op zijn zwakst: als werkmansrock. Je kijkt naar de DVD, het derde schijfje in de mooi vormgegeven kartonnen hoes, en je beseft het probleem: Chao is oud geworden, content, en het is allemaal niet zo belangrijk meer geworden. Hij kan het nog wel, maar het mist dat tikje extra.

Enfin, dat denkt een mens zo goed halverwege de eerste cd van dit naar goede gewoonte stevig uitgesponnen concert. Dan komt het dubbelschot “Mala Vida”/”Sidi ‘h Bibi” en klopt alles weer even. “Radio Bemba/Eldorado 1997” werkt: razend en drammerig, maar ook melodieus. Niet als op de muzikaal veel sterkere tour die op dat Radio Bemba is geperst, maar de toevoeging van toetsen en wat blazers, zorgt toch voor iets meer klankrijkdom.

Er zijn lichtpunten. Het op een zware groove drijvende “The Monkey” is nog even leuk als vroeger toen Mano Negra — Chao’s eerste band — nog bestond. En de manier waarop de latin guitar van “Clandestino” meteen countert is aangenaam. Is Baionarena dus fijn luistervoer? Ja. Zeker, zelfs. Maar wie de echte live-ervaring kent, wie Radio Bemba hoorde, weet dat dit maar een schaduw is van wat het kan zijn, moét zijn. De roekeloosheid van de jeugd (en die leek Chao tot voor kort eeuwig te hebben) ontbreekt en dat wringt.

Ons koopadvies? Radio Bemba.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =