The Beatles (White Album) – Yellow Submarine – Abbey Road




The Beatles (The White Album)

Sleuteltracks: Happiness Is A Warm Gun, While My Guitar
Gently Weeps, Helter Skelter, Back In The USSR

Lente 1968. The Beatles trekken naar India voor een meditatiesessie
met hun spiritueel begeleider Maharishi Mahesh Yogi om zo even te
ontsnappen aan de manie rond de band. Maar rustpauze of niet,
Lennon en McCartney kunnen het niet laten om songs te blijven
schrijven. Integendeel zelfs, het schrijversduo komt volledig onder
stoom en kent een bijzonder productieve tijd in het Oosten. Een
groot deel van de toen geschreven nummers komt terecht op ‘The
Beatles’ – omwille van zijn kale, witte hoes ook wel ‘The White
Album’ genoemd. De witte kleur staat symbool voor eenvoud, wat zich
in de arrangementen inderdaad vertaalt, maar in de totstandkoming
van het album verre van.

De opnameperiode van ‘The Beatles’ kan men gerust het begin van het
einde voor de band noemen. Niet alleen eindigt de verhouding tussen
The Beatles en Maharishi met een domper (met name Lennon kan niet
lachen met het gerucht dat de man avances zou gemaakt hebben bij
Mia Farrow, die de groep had vergezeld in India),
ook binnen de groep begint het te donderen. Verschillende oorzaken
dienen zich aan voor deze onrust. Niet alleen krijgen The Beatles
een hoop nieuwe stress te verwerken door de oprichting van hun
eigen multimediabedrijf Apple Corps, ook de vriendinnen van Lennon
(Yoko Ono) en McCartney (toen nog Francie
Schwartz
) verschijnen op het toneel – en meerbepaald ook
in de studio. Mede door hun veelvuldige aanwezigheid isoleren de
twee mannen zich meer en meer. Van volwaardige gezamenlijke sessies
is er amper nog sprake. Wanneer het er dan toch van komt, ontbreekt
het de groepsleden volgens producer George Martin vaak aan focus en
echte inspiratie. Leden van het productieteam verlaten de band, en
ook Ringo Starr heeft er op een bepaald moment genoeg van. De
andere groepsleden krijgen hem zover terug te komen, maar het is
duidelijk dat het niet meer snor zit bij The Beatles.

Het witte album mag dan wel een bijzonder moeizaam productieproces
vereist hebben, het resultaat is zeker en vast de moeite waard. Qua
kwantiteit heeft men alvast niet te klagen, want het dubbelalbum
telt in totaal maar liefst dertig tracks. Over de kwaliteit van het
geheel bestaat er meer twist, maar zowat iedereen is het er toch
over eens dat op zijn minst een behoorlijk deel van de plaat tot
het beste werk van The Beatles behoort.

Waar ‘Sgt.
Pepper’s Lonely Hearts Club Band
‘ duidelijk een concept is, kan
men ‘The Beatles’ zowat als het tegenovergestelde daarvan
omschrijven. Het witte album is een (dubbel)album dat van het ene
idee op het andere springt, zonder opmerkelijke samenhang. Als
enige constante kunnen we misschien het veelvuldige gebruik van de
akoestische gitaar aanhalen, het resultaat van het feit dat dit het
enige westerse instrument is dat de bandleden voorhanden hadden
tijdens hun verblijf in India. Ook de prachtige klanken van het
klavecimbel keren terug in verscheidene nummers.

Het is geen geheim dat er een behoorlijk aantal niemendalletjes op
‘The Beatles’ staan – ‘Wild Honey Pie’ en ‘Don’t Pass Me By’ om er
enkele op te sommen. En de bevreemdende geluidscollage van
‘Revolution 9’ mag dan wel als euhm, interessant te bestempelen
vallen, een topsong kan men het bizarre experiment moeilijk
noemen.

Daartegenover staat gelukkig heel veel moois. ‘Happiness Is A Warm
Gun’ is een onmiskenbare klassieker, een titel die ook ‘Helter
Skelter’ (zowat het eerste hardrocknummer ooit) en het mooie
Harrisonnummer ‘While My Guitar Gently Weeps’ met trots mogen
dragen. ‘Back In The USSR’ is een geslaagd eerbetoon aan de ‘surf
sound’ van The Beach Boys, maar we zijn ook fan
van ‘Blackbird’, ‘Revolution 1’, ‘Sexy Sadie’, ‘Martha My Dear’,
‘Dear Prudence’, ‘I’m So Tired’, ‘Everybody’s Got Something to Hide
Except Me and My Monkey’ of zelfs het grappige ‘The Continuing
Story of Bungalow Bill’. Meer dan genoeg om van een geslaagde plaat
te spreken, dus.

‘The Beatles’ verkoopt uitstekend en staat liefst 24 weken lang in
de Britse charts, al is dat in feite relatief magertjes ten
opzichte van de prestaties die ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club
Band’ eerder neerzette.

Meteen na de opnames van het witte album duikt de groep opnieuw de
studio in om de soundtrack bijeen te schrijven voor een
documentaire die de band volgt tijdens het schrijf- en opnameproces
en hen moet afbeelden als een leuke, zorgeloze bende. Dat lukt
echter voor geen meter en het idee wordt in de ijskast gestopt.
Later zal het materiaal echter nog gebruikt worden voor ‘Let It
Be’.

Yellow Submarine (soundtrack)

Sleuteltracks: Yellow Submarine, All You Need Is
Love

Bij de Beatlesfilm ‘Yellow Sumarine’ uit 1968 hoort een
gelijknamige soundtrack, al komt die pas een jaar later uit,
kwestie van ‘The White Album’ niet voor de voeten te lopen. De film
krijgt behoorlijk positieve feedback van de critici, en slaat bij
het publiek vooral in de VS en in mindere mate in thuisland
Groot-Brittannië aan. De receptie van de soundtrack is veeleer
gematigd tot negatief.

Op de eerste helft van het album vinden we twee nummers terug –
meteen ook de bekendste en tevens meest memorabele songs op de
plaat – die voordien reeds uitgebracht waren: de titeltrack met
Ringo als leadzanger en ‘All You Need Is Love’, dat in 1967 als
single reeds het lijflied werd van de Summer of Love. De tweede
helft van ‘Yellow Submarine’ zijn instrumentale songs die –
alleszins los van de film – weinig beduidend zijn.

Ook commercieel gezien wordt ‘Yellow Submarine’ beslist niet de
grootste verwezenlijking van het viertal. Het album piekt in de
Britse charts op een derde stek. Kleine kanttekening: in diezelfde
week wordt de hitlijst aangevoerd door…’The White Album’.

Abbey Road

Sleuteltracks: Come Together, Something, Abbey Road
Medley


Na het Get Back-fiasco is het duidelijk dat
het nog maar een kwestie van tijd is eer de band het voor bekeken
houdt, maar The Beatles zouden The Beatles niet zijn, mochten ze
niet in stijl afscheid nemen. Alle bandleden beseffen dat het de
laatste keer is dat ze samen de studio in trekken, en zijn dan ook
bereid alle meningsverschillen even aan de kant te schuiven om nog
een laatste keer als groep te pieken. De opnames van ‘Abbey Road’
vinden voornamelijk plaats in de zomer van 1969 en leiden, volledig
volgens plan, inderdaad tot alweer een onmiskenbaar meesterwerk van
The Fab Four.

Het meest typerende aspect van ‘Abbey Road’ is het verschillende
karakter van de twee LP-kanten. Terwijl kant één een traditioneel
album lijkt te zijn, is kant twee veeleer een collage van korte,
soms onvolledige songs.

Kant één is een indrukwekkende verzameling van nummers waarin alle
bandleden zichzelf tot de uiterste perfectie hebben gedreven. Als
we toch een échte uitschieter moeten kiezen, is het de prachtige,
van een schitterende baslijn voorziene openingssong ‘Come Together’
– officieel een Lennon/McCartney compositie, maar algemeen bekend
als een echte Lennon-song. John schrijft het nummer oorspronkelijk
voor de campagne van politicus Timothy Leary, maar
wanneer die nog voor het aanvangen van de campagne opgepakt wordt
(voor het bezit van marihuana), besluit Lennon het nummer alsnog
bij te houden en met The Beatles verder uit te werken. Het refrein
zinspeelt duidelijk op de campagne (die de naam ‘Let’s Get It
Together’ droeg), maar over de rest van de lyrics wordt aardig wat
gespeculeerd. Zo heet het volgens sommigen dat iedere strofe een
bandlid beschrijft.

‘Something’ is dan weer een knap voorbeeld van George Harrisons
kunnen. Het nummer, aanvankelijk bedoeld voor achtereenvolgens
Jackie Lomax en Joe Cocker, wordt
vaak beschouwd als de beste song van de gitarist en wordt dan ook
terecht diens eerste A-kantje bij The Beatles, weliswaar tezamen
met ‘Come Together’. John Lennon legt later uit dat er een periode
was waarin Harrison met een aantal zwakkere songs op de proppen
kwam, en dat hij en Paul zich pas bij ‘Something’ weer met volle
overgave op een nummer van George wilden en konden storten. De
kracht van ‘Something’ ligt allicht in zijn bedrieglijke eenvoud en
de focus op een mooie melodie, iets wat altijd al de sterkte was
van vele Beatlesnummers.

De volgende twee nummers op het album zijn van McCartney’s hand.
‘Maxwell’s Silver Hammer’ is een vrolijke popsong, terwijl ‘Oh!
Darling’ meer bluesy klinkt. John Lennon heeft echter commentaar op
beide nummers: het eerste acht hij gewoon niet goed genoeg – hij
weigert er zelfs aan mee te werken – het andere vindt hij wel
sterk, al is hij van mening dat hij de vocalen beter voor eigen
rekening zou kunnen nemen. Nochtans besteedt Paul veel aandacht aan
zijn zang op ‘Oh! Darling’. Een week lang trekt hij iedere dag –
steeds voor slechts één take – in de vroege uurtjes naar de studio
om het nummer in te zingen, omdat hij zijn stem wat doorleefder wil
laten klinken.

‘Octopus’s Garden’ is een leuk tussendoortje van Ringo Starr.
Lieflijk en ongedwongen, al kan het nummer zich niet echt meten met
de rest van ‘Abbey Road’. De vrolijke song steekt scherp af tegen
het daaropvolgende ‘I Want You (She’s So Heavy)’, een zwaarmoedige
Lennonsong met niemand minder dan Billy Preston
aan het orgel. Het opvallend lange nummer telt slechts een zeer
beperkt aantal lyrics en ook de gitaarlijn wordt steeds herhaald,
maar net dat repetitieve maakt ‘I Want You’ zo hypnotiserend, een
mantra als het ware. Opvallend is ook dat de luisteraar uit zijn
roes geschud wordt door het abrupte einde, dat meteen ook het einde
van kant één betekent.

Kant twee start met ‘Here Comes The Sun’, een akoestische song van
George Harrison die – ondanks het feit dat het nummer niet als
single uitgebracht wordt – een onbetwiste publiekslieveling wordt
en door de jaren heen ook veel airplay krijgt. Harrison schrijft
het nummer wanneer hij op een dag zijn kat stuurt naar een
vergadering van Apple en in plaats daarvan naar het huis van
Eric Clapton, met wie hij kort daarvoor heeft
samengewerkt voor een song van diens bluesrockband
Cream, trekt. De onbezorgdheid van George die zijn
dag liever spendeert in de tuin van zijn maat in plaats van tussen
de in pak gehesen zakenmannen, weerklinkt duidelijk in de song. Het
is allicht net die luchtige, opgewekte sfeer die het nummer
aantrekkelijk maakt voor zoveel mensen.

‘Because’ is het laatste volledige nummer op ‘Abbey Road’ en laat
The Beatles horen in het summum van hun kunnen. Vooral de prachtige
vocale harmonieën van McCartney, Lennon en Harrison zijn niet te
schatten. Om het effect van de knappe zanglijnen nog uit te
vergroten, worden deze harmonieën verdriedubbeld, zodat het lijkt
alsof er negen mensen aan het zingen zijn.

‘Because’ vloeit – met dank aan George Martin, die hier alweer
schitterend werk verricht – vlekkeloos over in McCartney’s ‘You
Never Give Me Your Money’, de eerste song van de zogeheten ‘Abbey
Road medley’. Hierop volgen drie Lennonsongs en opnieuw vier
stukjes van McCartney. Ook wat de aaneenschakeling van deze korte
nummers betreft, heeft Martin zichzelf overtroffen. De producer
heeft dan ook een aanzienlijk aandeel in de hoge waardering die de
tweede helft van ‘Abbey Road’ steevast toebedeeld krijgt, al is het
wel zo dat de korte stukjes op zich ook gewoon weer nieuw bewijs
zijn van de overvloed aan ideeën die The Beatles – ook dan nog –
duidelijk in zich hebben. ‘Abbey Road’ wordt afgesloten door ‘Her
Majesty’: het nummer wordt op de eerste releases van het album niet
vernoemd op de hoes, waardoor het als de eerste hidden
track
aller tijden beschouwd wordt.

De plaat – uiteraard ook bekend omwille van zijn populaire hoes
waarop de bandleden het zebrapad van Abbey Road oversteken (de
bewuste foto zou overigens ook een hoop aanwijzingen bevatten
betreffende het vermeende ‘overlijden’ van Paul McCartney in 1966,
zoals het feit dat hij als enige Beatle op blote voeten rondloopt
en zijn sigaret in zijn rechterhand vasthoudt, terwijl hij
feitelijk linkshandig is) – wordt een van de grootste
verkoopsuccessen van de band, en dat is volkomen terecht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 16 =