The Beatles: Get Back

John en Ringo waren toen de repetities startten 29 jaar oud. Paul 27 en George nog maar 25. Jonkies die toen al een carrière van 10 jaar achter de kiezen hadden. Laat die leeftijden even binnendringen want we krijgen ze ook zo onverbloemd snottig te zien. Vier jongetjes die een last van verwachtingen dragen en het vaak gewoon zelf niet weten. Yoko is er altijd, maar blijkt nu een liefdevolle présence naast een veelal besluiteloze (en vaak nog gedrogeerde) John. Paul neemt de leiding ook maar omdat niemand van de anderen in staat is te beslissen. The Beatles blijken net zoals wij normale stervelingen. Deze niet te missen miniserie is nu te zien via Disney+.

Ze raken niet altijd uit hun woorden. Ze schermen hun onzekerheden af met humor. Ze laten nooit het achterste van hun tong zien. Gelukkig had Lindsay-Hog her en der verborgen microfoons geplaatst. Het geheime gesprek tussen John en Paul na het vertrek van George is een pareltje van menselijkheid en vertwijfeling. Zo heeft nog nooit niemand eerder ‘The Fab Four’ gezien.

Na The White Album uit 1968 wilden ze iets anders doen. Tijdens deze opnames hadden ze ondanks het kortstondige vertrek van Ringo opnieuw ontdekt wat het betekende in een groep met vrienden te spelen. Een gevoel dat al enkele jaren weg was. Niet meer de studio in waar iedereen zijn tracks apart opneemt. Hitsingle na hitsingle uitbrengen voor alweer een langspeler. Nee, ze wilden na al die jaren routine even iets anders. Dat gevoel van de begindagen in Hamburg en in The Cavern vastleggen. Een tv-documentaire zou elke stap volgen. Een live optreden op een spetterende plek zou het orgelpunt worden.

De film die regisseur Michael Lindsay-Hogg uit al dit materiaal brouwde en in 1970 in de zalen bracht is een behoorlijk deprimerend product. De band was ondertussen gesplit. De teleurgestelde fans zochten en ‘vonden’ de oorzaak in deze film: de alom aanwezige intrigante Yoko, de dictatoriale Paul die de rest betuttelde, …  Maar nog deprimerender was eigenlijk de visuele kwaliteit.

Lindsay-Hog filmde deze ‘fly-on-the-wall’ reportage met meerdere 16mm camera’s. Uit financiële opportuniteit werd het tv-idee alsnog een bioscooprelease. De 16mm filmstrook werd opgeblazen naar 35mm, wat resulteerde in een groezelig beeld, met dikke korrel en nul dieptescherpte. Televisie had toen een full frame, 1.33:1, maar voor het grote scherm werd dit bijgeknipt naar breedbeeld met aspect ratio 1.85:1. Gevolg: het beeld onderaan en bovenaan verdween, sommige shots werden verminkt om het onderwerp in het midden te houden en heel veel informatie van wat er echt gebeurde was letterlijk uit het beeld verdwenen. Dit werd in de jaren 1980 dan nog eens erger gemaakt met een vhs-release volgens het toen populaire maar barbaarse ‘pan-and-scan’ dat het beeld aan de zijkanten kortwiekte. Er schoot toen gewoon niks meer over.

‘Enter’ Peter Jackson die in 2018 de documentaire They Shall Not Grow Old uitbracht. Filmbeelden uit het Imperial War Archive die hij volledig digitaal had opgefrist waardoor de loopgraafsoldaten er plots uitzagen als mensen van vlees en bloed, als mensen van nu. De toevoeging van geluid dompelde de kijker nog meer onder in deze totaalervaring waarin WO I nog nooit eerder zo tastbaar dichtbij was. Jackson bleek dus de geknipte persoon om deze schatkamer aan geluid en beeld van Lindsay-Hog op te kuisen.

Het beeld werd volledig ingescand, opgekuist en bijgekleurd. Het resultaat is een pareltje. Alles haarscherp zonder dat het ‘uncanny’ wordt zoals oudere films in de prille jaren van digitalisering er al eens uitzagen. Dit is een technisch huzarenstukje en maakt je als fan wanhopig dat The Beatles indertijd niet elke plaat zo uitgebreid hebben gefilmd. Het smaakt naar meer. Jackson zou een eerste versie van 18 uur hebben. Als fan kan je enkel maar hopen en dromen dat die ooit het daglicht ziet.

De camera’s die gebruikt werden namen al het geluid mee mono op, zonder geluidsmix. Hierdoor was heel veel dialoog niet verstaanbaar. The Beatles speelden vaak met opzet luid om ongehinderd onderling te converseren waardoor veel van deze audiotrack onbruikbaar bleek. Of zo dacht men lange tijd. Jackson zette z’n mensen erop en zij ontwikkelden een machine learning software, een A.I. die zonder verdere instructies zich ontwikkelde en erin slaagde om alle aparte geluidsbronnen van de monogeluidsband volledig geïsoleerd over te zetten naar aparte kanalen. Voor het eerst kwamen alle conversaties bloot, elk woord, elke tokkel, elke drumslag, elke kuch en elke grap werd plots afzonderlijk hoorbaar.

We krijgen ook de genialiteit te zien die vertelt waarom deze vier jongens ‘The fucking Beatles’ zijn. Het ontstaan van Get Back, dat moment van niets tot riff tot song is meesterlijk. Voor die paar minuten alleen al is The Beatles: Get Back verplichte leerschool voor elke songschrijver. Hoe die jongens knoeien en stuntelen doorheen de repetities en opnames is aandoenlijk. Hoe die songs groeien en evolueren is ronduit inspirerend.

De momenten dat ze achteloos samen oude rock-‘n-roll nummers uit hun Hamburgjaren jammen toont zo mooi de hechtheid tussen vier totaal verschillende individuen, de samenhorigheid van al de jaren, de diepe vriendschap tussen vooral John en Paul. Dit soort intense bromance was onder elke omstandigheid gedoemd te eindigen. Daar hadden Yoko of Linda (of haar dochter Heather) of de andere twee Beatles niets mee te maken. Hun vriendschap had een onvermijdelijke houdbaarheidsdatum.

The Beatles: Get Back zou eigenlijk verplicht kijkvoer moeten zijn voor elke werkgever en CEO. Het toont perfect dat hoe meer ruimte mensen krijgen om te grappen en grollen en lummelen, hoe strakker ze er staan op het moment dat het telt. Dit gaat niet over enkel The Beatles, dit overstijgt The Beatles. Wat Peter Jackson hier aflevert overstijgt kwantificering. The Beatles: Get Back omvat alles van de kleine dingen tot de grootste momenten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =