Kiila :: Tuota Tuota

Finland is altijd een buitenbeentje geweest binnen de Scandinavische landen. Het land dat pas na de Eerste Wereldoorlog ontstond (voorheen was het bezet door Zweden en Rusland) spreekt als enige van het clubje geen Scandinavische taal (het Fins is een Oostzeefinse taal) en bracht net zo min Vikingen voort. Geen wonder dat zelfs voor hun muziek het label ‘Scandinavisch’ niet echt van toepassing is.

Liefhebbers van het betere zwartgeblakerd metaal denken hierbij uiteraard onmiddellijk aan Beherit en Impaled Nazarene, bands die zelfs in de hoogdagen van de Noorse black metal er zowaar in slaagden om als een van de weinigen niet te klinken als hun buren, maar daarentegen met een heel eigen geluid en attitude naar buiten kwamen. Maar ook in andere muzikale stromingen weten Finse bands verrassend anders te klinken, waarbij vooral de rol van het Fonal Records niet onderschat kan worden.

Naast het wonderbaarlijke electro en meer-project ‘Es’ van Sami Sänpäkkilä (een drijvende kracht achter Fonal), is het label ook de thuisbasis voor onder meer het vaak onaards klinkende Islaja (folkrock gespeeld door geesten), het vrolijk gestoorde electrofolk-collectief Paavoharju en Kiila, de acid-folkband waar Sänpäkkilä zelf deel van uitmaakt. Die laatste geldt vooral sinds zijn tweede album Silmät sulkaset als meest toegankelijke band van het label, een “eer” die het met zijn derde album bestendigt.

Tuota Tuota van Kiila biedt immers geen noemenswaardige verrassingen tegenover zijn voorganger. De band zweert nog steeds bij een licht psychedelische folkvariant, gekruid met de nodige improvisatie/free jazz-uitstapjes die nergens echt breken met tradities of verwachtingspatronen en zelfs behoedzaam een popelement in de muziek incorporeren. Pas in de tweede helft van de plaat schuiven de nummers gestaag op in de richting van de free jazz zonder echt overboord te gaan.

Neem nu “Viisi Harvasti”(vijf elanden) dat een vlot in het oor liggende gitaarmelodie herhaalt en daar behoedzaam een speelse baslijn en wat rammelende percussie aan toevoegt. Wanneer de zachte zang op kousenvoeten aangeslopen komt, valt het nauwelijks nog op dat de groep in het Fins zingt. In dezelfde geest volgt ook het opzwepende lentelied “Kevätlaulu”, dat zowaar uitnodigt tot een reidans ondanks –of dankzij– zijn psychedelische inslag.

“Portaissa” start als een rustig akoestisch nummer, maar trekt halverwege het nummer een muur van vervormde gitaren op alvorens te eindigen bij zijn beginpunt. Dankzij het repetitieve marsritme en een melodielijn die door verschillende instrumenten wordt opgepikt, verliest de song evenwel nooit zijn herkenbaarheid of identiteit. “Niin Kuun Puut” volgt daarna als rustpunt met de viool als kern waarrond de andere instrumenten, inclusief de vrouwelijke zang, zweven. Meer nog dan op de andere nummers overheerst hier een gevoel van welverdiende rust.

Het feestje in “Kehotuslaulu” laat meerstemmige gezangen primeren en kiest daarbij voor een potpourri van folk en freejazz als muzikale ondersteuning. Het is een ogenschijnlijk vreemde mix die horen laat dat folkmuziek en de daarmee gelieerde instrumenten niet noodzakelijk oubollig of voorspelbaar dienen te klinken. Eenzelfde opmerking geldt ten dele voor “Uhka, Uhka, Uhka”, al overheerst de psychedelica middels gitaren en orgels zozeer dat de folkinvloed slechts nog via de zanglijnen als dusdanig te herkennen valt.

Ook in afsluiter “Pöllö Tulkin Mietteet” overheerst het experiment en de improvisatie. Kiila laat een laatste maal free jazz en psychedelica met elkaar in de clinch gaan. Toch is de breuk met de eerste nummers niet radicaal, daarvoor blijft Kiila te trouw aan het totaalgeluid. Bovendien wordt doorheen het album langzaam naar dit nummer toegewerkt opdat de overgang niet te bruusk zou zijn. Wie het nummer naast “Viisi Harvasti” legt, hoort twee verschillende bands, maar binnen de opbouw van het album is het een logisch sluitstuk.

Kiila weet de luisteraar op zo een manier te verleiden dat deze, naarmate de plaat vordert, zich steeds meer openstelt voor uitstapjes in het onbekende en aldus wordt klaargestoomd voor de finale jampartij “Pöllö Tulkin Mietteet”. Voor veel muziekliefhebbers zal Tuota Tuota helaas nog steeds enkele bruggen te ver zijn. Wie echter ontvankelijk is voor muziek die buiten de lijntjes kleurt, zal in Tuota Tuota een opvallend toegankelijk en poppy album horen dat op een intelligente wijze acid folk en improvisatie met elkaar weet te verbinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =