Passion Pit :: Manners

Frenchkiss, 2009

Het verhaal van Michael Angelakos leest als een stationsromannetje.
De man schreef wat nummers voor zijn eega, de missus zei:
‘Hé, als je die nu eens perste voor mensen die er wél iets van
kennen’, en hop: Passion Pit – oorspronkelijk Michael en zijn
laptop Willy, tegenwoordig live bijgestaan door een bont
allegaartje vrienden – werd ontdekt, onder curatele geplaatst van
een platenmaatschappij én vond intussen zijn weg naar de harten van
menig alternatief muziekliefhebber. Laatste stap in het
wonderparcours van Angelakos: de verovering van de wereld met
‘Manners’.

Zoals wel vaker bij sprookjes is de werkelijkheid een klein beetje
anders. ‘Manners’ is geen landslide victory van begin tot
einde, Passion Pit overdondert ons niet, en we hebben geen ruiten
ingeslagen om op deze zondagmiddag toch maar een fysiek exemplaar
in handen te hebben. Maar dat enkel om de droom aan de realiteit te
toetsen, want door de band genomen is ‘Manners’ wel gewoon een
steengoed album.

Dat merk je al op opener ‘Make Light’. Het heeft wat (heel wat,
zelfs) van MGMT – tag eveneens als ritmische loops,
Coldplay met
keyboards, hoge stem, hitgevoelig- maar we horen meer goesting in
dit werkje. Op ‘Little Secrets’ horen we Hot Chip Santi White
ontmoeten, en knikken we instemmend (al had dat kermisriedeltje
niet gehoeven), omdat Angelakos perfect weet wanneer hij zijn stem
als instrument tussen de steevast uitstekende ritmesectie en de
soms iets te nadrukkelijk aanwezige laptop moet duwen. Dat merken
we bijvoorbeeld op ‘Moth’s Wings’, waarbij we aantekenen dat we
Angelakos’ stem liever horen als de laptop wat heviger te keer
gaat. Claire obscure, weet u wel.

Het is echter een van de weinige echt mindere momenten op
‘Manners’, samen met ‘Eyes As Candles’. Vrij matige titel als je
het ons vraagt, en vooral het probleem waar ook Cave op ‘Stagger
Lee’ mee kampt: te gretig omspringen met een nieuw speeltje, en de
kunst van het minimalisme uit het oog verliezen. Even voelt het
alsof Passion Pit al te vaak hetzelfde geluidje op een ander nummer
geplaatst heeft, want ook ‘The Reeling’ is niet bijster origineel.
Toch is het hier wel beter (het lijkt wel MGMT met een hoek
af), ook al omdat ‘Swimming In The Flood’ niet meer dan een weinig
betekenend tussendoortje is.

Daarna knoopt Passion Pit evenwel weer aan met hun overvloed aan
talent. ‘Folds In Your Hands’ zal zowel geapprecieerd worden door
Jonny Greenwood – die echo – als door Deadmau5 – die hoeken –
terwijl ‘To Kingdom Come’ een ijzersterke popsong is. Op
‘Sleepyhead’ – dat naast een opnieuw prominente stem ook
Angelakos’talent om de perfecte drumloop aan het juiste nummer te
koppelen etaleert – vinden we opnieuw een teveel aan laptopeffecten
in de vorm van overdadig scratchen.

‘Let Your Love Grow Tall’ is even goed, maar meer poppy,
en ‘Seaweed Song’ – fijne titel vinden we dat – doet ons denken aan
Eurythmics en het feit dat we nog niet hadden vermeld hoe vaak
Passion Pit langs de smalle richel van de glamrock passeert.
Alleraardigst.

Passion Pit leest als Barack Obama en klinkt als Freddie Mercury
meets MGMT, ligt goed in de mond, maar heeft af en toe af
te rekenen met een lichtzure bijsmaak. Vijlen ze dat er nog af, dan
onttronen ze MGMT en openen ze een markt voor heel veel protégés in
hetzelfde genre. Niet meteen het onze, maar zie de white
girls
eens dancing!

Passion Pit speelt op 18 november in de Rotonde van de
Botanique in Brussel.

www.passionpitmusic.com

www.myspace.com/passionpitjams

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =