Andrew Bird :: Noble Beast

De
stad baadt in het eerste echte zonlicht van het jaar en laat het
zich, samen met z’n vele inwoners, welgevallen. In die stad staat
ze voor haar raam met de kleine digitale muziekdrager in haar
handen, ze scrollt maar heel eventjes want onder de ‘A’ duikt al
snel “Andrew Bird” op. Hoewel ze meer sympathie heeft voor de hoes
van de ‘Noble Beast/Useless Creatures’, die een zeer hoog ‘Erik of
het Klein Insectenboek’ heeft dankzij het handgetekende insect,
kiest ze toch voor de niet-deluxe editie ‘Noble Beast’. Useless
Creatures, overdenkt ze terwijl ze behoedzaam haar jas dichtknoopt,
het klinkt toch alsof Mr. Bird de vreemde beesten in zijn hoofd
verzameld heeft en ze allemaal samen op een album gedropt heeft.

Buiten snuift ze de frisse lucht op, stapt op haar fiets en drukt
eindelijk op de play knop. Andrew Bird, de koning van het fluitje,
zet meteen het kroontje stevig op het hoofd en laat ‘Oh No’ in haar
oren vliegen. Ze kan het niet laten om de associatie vogeltjes en
fluiten te maken en ze is lang niet de enige die zich die bedenking
ooit gemaakt heeft. ‘Oh No’ past perfect bij de lentedag die het is
en doet de stadsweg waar ze op rijdt plotsklaps veranderen in een
veldweg richting een farm in Illinois. Het is aardig vertoeven in
Birds hoofd, hoewel de tekst “the arm in arm we are the
harmless sociopaths
” als een hijgende hond achter haar aan
holt. Iets te lang naar haar zin en ze steekt een tandje bij.

Een bui van oplettendheid en even lijkt het erop dat ze zich op
stang zal laten jagen door een toeterende auto die haar zomaar uit
haar ‘Noble-Beast-dagdroom wil halen, maar ‘Mastersarm’ staat zo
bol van de rust en kalmte dat ze besluit zich in te houden en
rustig de weg voort te zetten. Het is een lange song die iets te
veel kronkelende wegen begaat, maar zich op de een of andere manier
weet te handhaven in het doolhof. Ergens in het midden van het
doolhof op een open plek, besluit ze dat “They took me to the
hospital and they put my body through a scan, what they saw then
impressed them all for inside my grows a man
” dé zin van deze
plaat is en vraagt zich af of ze ooit zo ver zal kunnen fietsen
totdat ze de vijver van de dichterlijke vrijheid en betekenisvolle
onzinnigheden vindt, waar Bird zo gretig uit vist.

‘Effigy’ probeert haar haastig het folkpad te laten berijden; ze
piept snel om een hoekje om er zeker van te zijn dat de meisjes van
Laïs niet ergens staan te wachten. Maar het pad maakt plots een
U-turn die haar bruusk laat remmen wanneer de intro plaatsmaakt
voor een uitgepuurde song met enkel wat gitaargepluk, een heerlijke
samenzang en een melancholische viool. Er is niemand in Birds
hoofd… “Fake conversations on a non-existent telephone“.
Het leven op de boerderij kan soms ontzettend leeg zijn.

Van sommige teksten snapt ze niks, niet alleen door de
onbegrijpelijkheid van de opeenvolgende zinnen, maar ook omdat Bird
z’n stem gebruikt als een instrument en dus niet de tekst maar de
klank laat primeren. Maar ergens hebben ze allemaal hetzelfde
effect: ze gooit de benen over de stang van de fiets, haalt de
dansschoenen uit de fietstas boven, neemt die eenzame jongeman die
langs het water slentert vast en zet een luchtig walsje in op de
tonen van ‘The Privateers’ of een licht stampende flamenco wanneer
‘Not A Robot, But A Ghost’ voorbij waait.

‘Souverain’ laat zachtjes de warme avond vallen en geeft haar
voldoende tijd om de wegen die ze die dag al eens eerder zag met de
nodige bombast in de omgekeerde richting weer te berijden. Net
zoals Bird zijn laatste nummer spiegelt aan het eerste. ‘Oh No’
wordt ‘On Ho’, althans wat de titel betreft, want de twee nummers
zijn eigenlijk elkaars verlengde en pakken alles wat daar tussen
zit mooi in; verbinden het tot een geheel.

Zonder dat het te beseffen, staat ze weer voor haar eigen deur en
als laatste toegift besluit ze ‘Nomenclature’ nog eens op te
zetten. Wanneer het nummer openbarst, laat ze zich moe maar
gelukkig in haar zeteltje ploffen en geniet nog na van de dag die
ze fietsend in Birds hoofd doorbracht en bedenkt dat ze wel vaker
zo’n ritje wil maken in zijn ‘Noble Beast’, omgeven door de
ogenschijnlijke eenvoud van piano’s, viooltjes, stemmen en
gitaargepluk die prachtige songs vormen.

www.andrewbird.net

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =