Telepathe :: Dance Mother

Als hallucinogene paddestoelen schieten ze uit de grond, de Brooklynse muziekhypes als High Places, MGMT of Animal Collective. Aan dat rijtje mag vanaf heden ook Telepathe toegevoegd worden, een eer die het duo niet meteen te danken heeft aan de kwaliteit van Dance Mother, maar veeleer aan zijn vrij unieke stomende en stampende geluid, én aan zijn vele invloedrijke vriendjes.

Je kan er moeilijk naast dat de dames van Telepathe — Busy Gangnes en Melissa Livaudais — behoorlijk kunnen ’netwerken’. Hun in 2008 uitgebrachte e.p. Chrome’s On It wemelde al van de remixes door grote en minder grote namen uit het door hypes heen en weer gezwierde hippe muziekwereldje. Uit Brooklyn en met een voorkeur voor een afwijkende muzieksmaak, kon het nauwelijks anders dan dat Telepathe’s weg vroeg of laat ging kruisen met die van David Sitek (TV On The Radio). Zo gebeurde dan ook en Sitek, nog maar net bekomen van zijn avonturen met Scarlett Johansson’s eersteling, werd als producer voor Dance Mother onder de arm genomen. Van zachte pop naar door dreunende beats voortgestuwde dance: Sitek draait er blijkbaar zijn hand niet voor om.

De eerste eigenzinnige tonen van Dance Mother zijn nog niet goed verteerd of je weet meteen waarom Gangnes en Livaudais zichzelf zo graag als vernieuwend beschouwen. Loodzware beats — de dames waren in een vorig leven niet vies van drones, en dat hoor je — trappen de uitstekende opener "So Fine" op gang. Dit is club op zijn best: indringend, uitzwermend, imponerend. En, op dit vlak heeft de hypemachine zich niet vergist, het is ook een eigen, nieuw geluid. Natuurlijk heeft het wat weg van Leftfield, wat van Giorgio Moroder himself, en hier en daar duiken zelfs flarden The Knife op. Ook Dizzee Rascal of the Cocteau Twins komen al eens om het hoekje kijken, maar het geheel is toch bovenal Telepathe en verdomd eigenwijs. Telepathe is de ideale stoofpot van dance, hiphop, club en dubstep waar we al zo lang smachtend op zaten te wachten, ook al wisten we het zelf nog niet.

Zeurderige half-gezongen stemmen bovenop beenharde beats, overgoten met torenhoge synths — het lijkt nauwelijks op een recept voor muzikaal succes anno 2009. In de handen van Telepathe worden die ingrediënten echter meermaals gekneed tot een heerlijk soort tegendraadse popmuziek voor de ’meerwaardezoeker’. Als summum daarvan kan "Can’t Stand It" gelden, een nummer dat reeds op de e.p. Chrome’s On It en op het compilatiealbum Living Bridge (van Rare Book Room) te vinden viel. Broeierig warme elektropop met een dijk van een geluid, zo horen we het graag. Alleen haalt Telepathe nergens elders op Dance Mother nog datzelfde niveau. Ruwweg hetzelfde recept wordt tot vervelens toe herhaald, maar veel boeiends levert dat verder niet op. Zeker, "Devil’s Trident" is een behoorlijk ingenieus popnummer en "Lights Go Down" voegt geslaagde R&B-invloeden toe. Maar een plaatsje in de annalen van de muziekgeschiedenis? Nah, daarvoor mag er wat hoger gemikt worden. Een aantal nummers op Dance Mother vallen bovendien nogal flauw uit en zijn niet meer dan uitgemolken plaatsvulling. Op het uitbrengen van een pretentieuze draak van een nummer als "Trilogy: Breath Of Life, Crimes And Killings, Threads and Knives" (het klinkt heus nog erger dan de titel laat vermoeden) zouden overigens bijzonder zware straffen moeten staan — maar dat uiteraard terzijde.

Even een mathematische eindbalans opmaken. Op Dance Mother staan drie briljante, twee archislechte en vier middelmatig goede songs. Een eenvoudige telsom leert ons dus dat we te maken hebben met een middelmatig goed album. Soms kan recenseren bedrieglijk eenvoudig zijn. Toch is Telepathe een groep die je moét gehoord hebben, want sla me dood als dit niet het geluid van de toekomst is.

Telepathe valt op 10 mei 2009 in levende lijve te bewonderen tijdens Les Nuits Botaniques.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + twintig =