The Lost World :: Jurassic Park

Vier jaar nadat Steven Spielberg gezalfd werd tot de
patroonheilige van de Amerikaanse cinema met ‘Schindler’s List’,
probeerde de regisseur opnieuw een gelijkaardige double
whammy
te forceren. Net zoals hij in ’93 ‘Jurassic Park’ en
‘Schindler’s List’ nog geen zes maanden na elkaar in de zalen
bracht, kwam hij in 1997 op de proppen met zijn nieuwe dino-film
‘The Lost World’ én met ‘Amistad’, een ernstig drama over een
opstand op een slavenschip. Het succes was gemengd: beide films
brachten meer dan genoeg geld in het laatje, maar ‘The Lost World’
was op z’n best een flauwe herhaling van wat we in ‘Jurassic Park’
al eens hadden gezien, en ‘Amistad’ was, ondanks z’n goeie
bedoelingen, geen ‘Schindler’s List’.

‘The Lost World’ heeft niet zozeer een plot, als wel een
premisse. Vier jaar na de gebeurtenissen in de eerste film, komt
Dr. Ian Malcolm (Jeff Goldblum) van John Hammond (Richard
Attenborough) te weten dat er nog een eiland met dinosaurussen
bestaat. Op Site B werden de dieren gekweekt, om dan als ze
volwassen waren naar Jurassic Park gebracht te worden. Sinds de
meltdown van Jurassic Park hebben de dino’s daar in
vrijheid geleefd, maar nu dreigen de op geld beluste zakenpartners
van Hammond (Arliss Howard speelt Peter Ludlow, de
corporate slijmbal van dienst) de rust op het tweede
eiland te verstoren om er alsnog geld uit te slaan. Hammond wilt de
publieke opinie voor zich winnen door een team naar Site B te
sturen en het leven van de dinosaurussen vast te leggen. Onder hen
bevindt zich paleontologe Sarah Harding (Julianne Moore), de
vriendin van Malcolm. Malcolm trekt naar het eiland om zijn lief te
redden van een zekere dood.

Dat alles is echter geen verhaal: de is de opzet van een
verhaal, dat daarna nooit echt verder wordt uitgewerkt. Het bestaan
van Site B en de aanwezigheid van mensen daar (hoewel die toch écht
beter zouden moeten weten), is alles dat we krijgen aan narratieve
push. In vergelijking daarmee was zelfs de originele
‘Jurassic Park’ nog goed voorzien van plotontwikkeling. En dan hou
je zelfs nog geen rekening met het feit dat de premisse van ‘The
Lost World’ niet klopt met de inhoud van ‘Jurassic Park’. Eén van
de voornaamste plotelementen van de eerste film was immers dat een
corrupte medewerker dino-embryo’s van het eiland wilde stelen.
Bovendien waren alle personages getuige van de geboorde van een
velociraptor. “Ik ben erbij geweest voor de geboorte van elk dier
op dit eiland,” zei John Hammond toen. Met andere woorden: er was
absoluut geen sprake van een Site B, waar de dieren geboren werden
en opgroeiden.

Maar goed, voor het verhaal ga je natuurlijk niet kijken. ‘The
Lost World’ is, net als z’n voorganger, een grote
speciale-effectenshow, waarin de menselijke personages hooguit
dienen als noodzakelijk kwaad om toch maar een excuus te hebben
zoveel mogelijk dinosaurussen te kunnen tonen. In dat opzicht zal
de film een groot deel van het publiek allicht niet teleur stellen.
‘The Lost World’ gehoorzaamt immers slaafs aan de regels van een
blockbuster-sequel, met meer creaturen, meer actie, meer
doden en meer special effects. Waar ‘Jurassic Park’ ons nog drie
kwartier liet wachten vooraleer het grote gebijt begon, is ‘The
Lost World’ gewoon een action extravanagza van begin tot
eind. Spielberg heeft ditmaal niet eens geprobeerd om er iets meer
van te maken dan wat het was, maar redeneerde klaarblijkelijk heel
eenvoudig: “Ach, het publiek wil dinosaurussen mensen zien
opvreten? Dan gééf ik hen dat gewoon.” Het gevolg is 124 minuten
rennen, springen en krijsen, zonder enig merkbaar gevoel voor tempo
of dosering.

Van veel suspense is dan ook geen sprake: we krijgen één knappe
scène, waarin een trailer half over een afgrond hangt, maar voor de
rest dreigt ‘The Lost World’ nooit spannend te worden. Spielberg
gaat volop voor bombast: hij propt zijn film afgeladen vol met
actiescènes en zoveel mogelijk lawaai, maar nergens wordt er (die
ene uitzondering terzijde) echt een gevoel van spanning opgewekt.
De aanval van de T-Rex op de auto met de kinderen, of de scène met
de velociraptors in de keuken, vindt hier nergens zijn gelijke. De
overdosis actie zorgt dan ook voor een verlammend effect. Na een
uur ben je al murw geslagen door de constante hysterie van de film,
en zit je de rest gewoon uit.

Hier en daar weet Spielberg wel wat sick humor in zijn
prent te verwerken: een man wordt verpletterd door de T-Rex, maar
blijft nog enkele stappen lang onderaan de poot van het beest
plakken terwijl het verder loopt. Fun. Ook een scène
tijdens de finale (nuja, één van de finales), waarin hetzelfde
beest een hond opeet – het hondenhok hangt nog uit zijn muil – is
bijzonder grappig.

Maar het blijft allemaal too little, too late. De
personages zijn nog meer karikaturen dan in de eerste film, die
zich louter onderscheiden door de stijl van hun
one-liners. Jeff Goldblum is hier beter dan in ‘Jurassic
Park’, voornamelijk omdat hij meer te doen krijgt en minder
arrogant geprofileerd wordt. Julianne Moore moet hier nog geen
honderdste van haar talent gebruiken als vrouw-in-nood van dienst,
Sarah. Vince Vaughn krijgt nauwelijks de kans om een indruk na te
laten als documentairemaker en Pete Postlethwaite krijgt de
sappigste regels tekst als Roland Tembo, een jager die per sé een
T-Rex wilt schieten (“Let’s get this moveable feast on the way,
shall we?”).
Niemand van de cast geeft ook maar een seconde de
indruk de film serieus te nemen, en maar goed ook.

‘The Lost World’ is het soort van crowd pleaser waar
Spielberg eigenlijk al voorbij geëvolueerd was tegen ’97. Je ziet
het ook in zijn latere films, die gedomineerd werden door ernstig
drama (‘Saving Private Ryan’, ‘Munich’) of op z’n minst
entertainment met ernstige overtonen (‘Minority Report’ en zelfs
‘War of the Worlds’). Na ‘Schindler’s List’ lijkt het alsof
Spielberg steeds meer behoefte had aan reële inhoud in zijn films.
Als je naar ‘The Lost World’ en, veel recenter, ‘Indiana Jones and
the Kingdom of the Crystal Skull’ kijkt, merk je toch dat de
regisseur zijn hart en ziel niet meer in dit soort zuiver populair
entertainment kan leggen zoals hij dat in de jaren zeventig en
tachtig wél kon. Op zich is daar niets mis mee – ook Spielberg
wordt ouder en verwacht allicht andere dingen van zijn eigen werk –
maar in dat geval kan hij het maken van dat soort films ook best
aan anderen overlaten en zich zelf bezig houden met verhalen waar
hij wél in gelooft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =