The Color Purple

Tegen het midden van de jaren tachtig was Steven Spielberg
zonder concurrentie de meest populaire filmmaker ter wereld. Met
‘Close Encounters’, ‘ET’ en de eerste twee ‘Indiana Jones’-films
had hij zich geprofileerd als de wereldwijde hofleverancier van
superieur Hollywoodentertainment. Geen wonder dat de man stilaan
andere uitdagingen opzocht. Spielberg wilde een overstap maken naar
“volwassen” cinema, en tijdens de tweede helft van de
eighties ondernam hij daar twee pogingen toe: eerst ‘The
Color Purple’ in 1985, en daarna ‘Empire of the Sun’ in ’87. ‘The
Color Purple’ heeft van de twee de beste reputatie – de film kreeg
11 oscarnominaties (zij het dan zonder er ook maar één te winnen)
en veel betere recensies dan ‘Empire of the Sun’. Maar nu, met
ruim twintig jaar afstand en de ervaring van écht volwassen drama’s
als ‘Schindler’s List’ en ‘Munich’ om naar te refereren, zijn de
gebreken van de prent ook veel duidelijker geworden. ‘The Color
Purple’ is een hyperambitieuze poging van Spielberg om serieus
genomen te worden, en dat zie je er aan. Twee en half uur lang zijn
we getuige van een clash tussen de instincten van een entertainer,
en de wens om iets betekenisvol te creëren. Het resultaat is een
boeiend, soms mooi, maar vaak ook sentimenteel en gezwollen drama
dat, als je de eindrekening maakt, lang niet zo betekenisvol is als
‘ET’ of ‘Close Encounters’.

Gebaseerd op de roman van Alice Walker, draait ‘The Color
Purple’ rond Celie (Whoopi Goldberg), een zwart meisje dat opgroeit
in het zuiden van de VS. Tegen haar veertiende heeft ze al twee
kinderen gehad van haar eigen vader, die haar allebei vlak na de
geboorte worden afgenomen. Daarna wordt ze uitgehuwelijkt aan
Mister (Danny Glover), een welgestelde boer die een vrouw nodig
heeft om zijn rommel op te kuisen, zijn kinderen te verzorgen en af
en toe met haar benen open te liggen. Aanvankelijk heeft Celie nog
de steun van haar zus Nettie, maar nadat die de avances van Mister
afwijst, wordt ze door hem letterlijk zijn land afgesmeten. Celie
blijft alleen achter. Haar leven verandert pas wanneer Shug Avery
(Margaret Avery) op het toneel komt, een zangeres waar Mister
altijd verliefd op is geweest.

Gezien de vrijwel volledig zwarte cast en de setting van de film
in het zuiden aan het begin van de 20ste eeuw, zou je
denken dat racisme het thema van ‘The Color Purple’ zou zijn, maar
dat is slechts zijdelings het geval. Openlijk racisme krijgt
eigenlijk enkel zichtbaarheid in een nevenplot rond Sofia (Oprah
Winfrey, of all people), een sterke madam met een grote
smoel die de fout maakt om een blanke man te slaan en vervolgens
acht jaar lang de bak in vliegt. Het is hier dat er een punt wordt
gemaakt van de neerbuigendheid van de blanken tegenover de zwarten.
Voor het overige is racisme weinig meer dan een subtekst, een
achterliggende motivatie die de personages wel beïnvloedt, maar
niet openlijk aan bod komt.

Veel meer dan dat, draait ‘The Color Purple’ rond emancipatie.
Het is een vrouwenfilm, die in wezen rond drie sterke vrouwen
draait (Celie, Shug en Sofia), die alle drie hun identiteit moeten
zien te vinden door zich los te maken van twee dingen: de mannen in
hun leven en God. Celie wordt klein gehouden door Mister en
spendeert het grootste deel van haar leven in de gevangenis die
zijn huis in feite is. Langzaam maar zeker vindt ze kleine
maniertjes om tegen hem te rebelleren – leren lezen is al een grote
stap, maar ook de manier waarop Mister van haar afhankelijk wordt
omdat hij in huis niet eens zijn eigen schoenen kan vinden, geeft
haar een vorm van macht. Ze behoudt, ondanks al haar miserie, wel
haar geesteskracht. Shugs vader is een dominee, die de levensstijl
van zijn zingende, rokende en seksueel agressieve dochter sterk
afkeurt – en hoe meer hij dat doet, hoe sterker Shug er mee
doorgaat. En Sofia trouwt met één van de zonen van Mister, Harpo,
die ze vanaf de eerste dag commandeert en afblaft – zij heeft
besloten om nooit nog van iemand iets te pikken. Alleen was dat wel
buiten de ongelijke relaties tussen blank en zwart gerekend.

Die drie vrouwen moeten een manier vinden om zichzelf te
definiëren zonder er God of de mannen in hun leven bij te sleuren,
en het is dat proces van zelfontdekking dat het hart van ‘The Color
Purple’ vormt. Daardoor werd de film ook wel geïnterpreteerd als
vijandig tegenover mannen, maar dat lijkt me een
oververeenvoudiging van wat je te zien krijgt – ook Mister maakt
immers een evolutie door, die eindigt met een enkele daad van
onzelfzuchtigheid. De suggestie is er – zij het dan onuitgesproken
– dat hij ook maar is wie hij is omwille van de tijd en de omgeving
waarin hij is opgegroeid.

Da’s een sterk verhaal, maar op dit punt in zijn carrière was
Spielberg wellicht simpelweg nog niet rijp genoeg om het op een
consequente manier te verfilmen. Veel critici van toen verweten hem
dat ‘The Color Purple’ er te mooi uitzag, dat hij de soms gruwelijk
emotionele roman van Alice Walker door een roze – of paarse – bril
had bekeken en die sentimentele interpretatie dan op film had
gezet. Gedeeltelijk hadden die critici gelijk. De hele film ziet er
perfect afgeborsteld uit: elke kadrering is loepzuiver, felle,
warme kleuren springen van het scherm, de zon tuurt altijd o zo
fotogeniek over de horizon en elke koe die in het landschap
rondloopt, lijkt individueel te zijn uitgekozen om toch maar zo
mooi en vet mogelijk te zijn. Spielberg maakte een mooie film over
een verschrikkelijk onderwerp, omdat dat nu eenmaal is wat hij
gewend was om te doen: hij kende de filmtaal van de
Hollywoodfantasie, maar op dat moment kende hij nog niet de taal
van de cinema vérité. Met ‘Empire of the Sun’ had hij al
bijgeleerd. Tegen de tijd van ‘Schindler’s List’ zou hij ook die
“ernstige”, dramatische taal perfect beheersen.

Daar hangt ook aan vast dat Spielberg een aantal scènes in zijn
film stopt die zo nadrukkelijk symbolisch of sentimenteel zijn, dat
ze hun doel vierkant voorbijschieten. Tijdens de scène waarin
Nettie door Mister van zijn land wordt gezet, wijst ze huilend naar
de camera en schreeuwt ze: “Alleen de dood kan ons uit elkaar
houden!”
Als dat geen tranentrekkerij is. Veel later zien we
Celie chocolademunten van een trein gooien, naar een kind dat er
achter aan holt – allemaal in toepassende slow motion,
natuurlijk. Op dat moment wil je in dekking gaan omdat Spielbergs
symbolen op hol zijn geslagen.

Dat alles neemt niet weg dat ‘The Color Purple’ wel de aandacht
weet vast te houden en dat er ook heel wat mooie scènes in zitten.
Meestal zijn dat de meest eenvoudige momenten, zoals één waarin
Celie Sofia helpt met een winkellijstje. Sofia, gebroken na acht
jaar gevangenis en nu in dienst van een afschuwelijke blanke
kakmadam, lipt de woorden “thank you” naar Celie. Celie
glimlacht en gebaart dat Sofia de moed niet moet verliezen. Dat is
een klein momentje, zonder woorden en het is zo voorbij, maar het
is krachtiger dan eender welke kreet van verdriet, woede of
vreugde.

De acteurs zijn bijna allemaal zwart en veel van hen stonden aan
het begin van hun carrière. Whoopi Goldberg maakte een verrassend
ingetogen debuut als Celie, dat het jammer maakt dat ze daarna voor
het makkelijke geld koos met onder andere de ‘Sister Act’-films.
Danny Glover is krachtig in een pre-‘Lethal Weapon’-rol en zelfs
Oprah Winfrey komt er goed uit als Sofia, hoewel zij dan ook een
bewust showy rol heeft. Het is Margaret Avery die de show
steelt als Shug, met een genuanceerde, erg menselijke vertolking –
Avery is daarna nooit echt doorgebroken, maar haar rol suggereert
een mooie carrière die had kunnen zijn.

‘The Color Purple’ is een overgangsfilm in het oeuvre van
Spielberg: een filmmaker die zichzelf probeert te overstijgen en
faalt. ‘Empire of the Sun’ was – wat mij betreft, hoewel ik met die
mening in de minderheid ben – al een veel betere poging. En nog
eens zes jaar later was er natuurlijk die ene holocaustfilm. Zo zie
je maar dat leergeld rendeert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + twintig =