Wolf Parade :: At Mount Zoomer

“De eerste was beter”, maar ook “het is een goed album van een
boeiende band”: dat zijn de twee gedachten die naar bovenkomen bij
de nieuwe Wolf Parade.

Canada was enkele jaren geleden het Brooklyn van vandaag: alles en
iedereen die muziek maakte, bracht platen uit die opgepikt werden
door de hipste blogs en zowat overal geweldige reviews kregen. Wolf
Parade behoorde tot de meest bewierookte. Ze kregen een contract
bij Sub Pop via Isaac Brock van Modest Mouse, toen
nog A&R-man bij het label, en ze mochten mee op tournee met
datzelfde Modest Mouse en Arcade Fire. Nog voor
het uitkomen van hun debuutplaat was er meer buzz rond Wolf Parade
dan rond de gemiddelde bijenkorf. Of zoals Hadji Bakara, de man die
voor de psychedelische synths en electronica zorgt bij de band,
stelde: “The weird experience of this band is that the internet
made us before we had a record.”

Gelukkig voor de band maakten ze het waar en leverden ze met
‘Apologies To The Queen Mary’ een dijk van een debuut af waar ze
meteen aantoonden wat ze in zich hadden. Wolf Parade slaagde waar
vele anderen faalden bij hun eersteling: ze vonden meteen een
signature sound. Spacy synths, een hortend pianoritme en
kronkelende gitaarrifs zorgden voor een vrij dicht geluid dat zich
afzette tegen de weidse stadionsound die tegenwoordig iedereen
probeert te ambiëren. Om het met een voorbeeld te stellen: Arcade
Fire werkt in Vorst, Wolf Parade zou er als een geluidsbrij
overkomen. Nu, Wolf Parade maakt op de eerste plaats indierock en
geen noise, maar het is toch altijd even wennen als je een nummer
van de band hoort vooraleer je de letters in de soep kunt
lezen.

De meeste ingrediënten van het debuut zijn op deze ‘At Mount
Zoomer’ ook aanwezig. Het geluid zit nu in zijn geheel wel minder
dicht en de instrumenten komen individueel beter uit de mix.
Frontmannen Spencer Krug en Dan Boeckner zijn er als zangers ook op
vooruitgegaan en lijken minder nasaal te zingen dan op het
debuut.
Toch mist ‘At Mount Zoomer’ de frisheid en de verrassing van die
eersteling. Nu zijn dat geen criteria om een plaat als goed of
slecht te beoordelen; heel wat bands baseren hun hele carrière op
één bepaalde sound en zonder aan die blauwdruk veel te veranderen
slagen ze erin toch steengoede platen af te leveren.
Het probleem bij Wolf Parade is dat sinds hun debuut er een
overdosis is geweest aan hun sound. En dat is voor één keer niet te
weiden aan mindere epigonen maar vooral aan Spencer Krug zelf. Krug
bracht de afgelopen drie jaar zes platen uit met drie verschillende
bands (Sunset Rubdown, Frog Eyes en Swan Lake), die allen
gelijkenissen hebben met de Wolf Parade-sound. Ook Boecner bracht
in 2007 een album uit samen met zijn vriendin onder de noemer
Handsome
Furs
, eveneens met elementen die in Wolf Parade terug zijn te
vinden.

Voor wie met maagdelijke oren luistert naar ‘At Mount Zoomer’ en
niet de backcatalogue van de heren in huis heeft gehaald, ligt hier
best een geslaagde plaat te wachten.
‘Soldier’s Grin’ is een catchy opener. ‘Call It A Ritual’ is
misschien het meest toegankelijke nummer op de plaat en heeft een
refrein dat blijft hangen, wat misschien de reden kan zijn waardoor
dit nummers vooruitgeschoven werd om de plaat te promoten.
‘California Dreamer’ is een van de beste songs die ze ooit gemaakt
hebben. De song grijpt de aandacht van bij de intro die naar
‘California Dreaming’ van The Mama’s & The Papa’s verwijst. Er
wordt langzaam opgebouwd naar het spaarzame gebruikte refrein
waarna echo’s te horen zijn van Steely Dan en Krautrock.
‘Bang Your Drums’, ‘The Grey Estates’ en ‘Fine Young Cannibals’
behoren tot de middenmoot: niet slecht maar ook niet memorabel. Het
eerste nummer doet denken aan Bowie ten tijde van ‘The Man Who Sold
The World’ en ‘Hunky Dory’, terwijl ‘The Grey Estates’ Bruce Springsteen als
vergelijking oproept: zowel het ritme als de keyboards refereren
naar Springsteen. En met een openingszin als “Darling please,
let’s get out of here on a train to who knows where”
is de
geest van The Boss duidelijk aanwezig.
De resterende songs zijn niet echt slecht maar overstijgen nooit
het niveau van wat ze al eerder lieten horen, zowel met Wolf Parade
als met de zijprojecten van Krug en Boeckner. Een song als ‘An
Animal In Your Care’ lijdt te veel onder barokke dramatiek die
nooit bij de lurven grijpt en veel te lang doorkabbelt zonder echt
ergens naartoe te gaan: een ziekte waar wel meer songs van Krug
onder lijden. Afsluiter ‘Kissing The Beehive’ probeert dan weer te
veel tegelijk te zijn: het lijkt wel of ze met de eerste acht songs
een samenvatting wilden maken.

Deze ‘At Mount Zoomer’ is geen makkelijke plaat en vraagt wat tijd
en inspanning. Hier is duidelijk een band met talent aan het werk:
een nummer als ‘California Dreamer’ behoort tot het beste van dit
jaar. Het zou daarentegen ook niet slecht zijn dat de heren Krug en
Boeckner zich bezinnen over hun output: een beetje selectiever zijn
zou hen zeker geen kwaad doen.

http://www.myspace.com/wolfparade
http://www.subpop.com/artists/wolf_parade

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − twee =