Aethenor :: Betimes Black Cloudmasses

Wanneer de mythe de speler overschaduwt en het verhaal belangrijker wordt dan de waarheid, is het opletten geblazen. Iets wordt heus niet interessanter of boeiender omdat de ontstaansgeschiedenis ervan zo vermeldenswaardig is. Een fait divers behoort niet in het spotlicht te staan.

Aethenor begeeft zich met zijn tweede album op glad ijs door te sterk de nadruk te willen leggen op de omstandigheden waaronder het tweede album tot stand kwam. Het nihilistische ambient-project van Stephen O’Malley (Sunn O))), KTL, …) Daniel O’Sullivan (Guapo, Mothlite, …) en Vincent de Rogien (Shora) legt iets te graag de nadruk op het opnameproces van deze tweede plaat om niet de nodige argwaan omtrent de intrinsieke muzikale waarde op te roepen.

Naar verluidt zou het trio met behulp van gastmuzikanten Kristoffer Rygg (Ulver — zang), Alex Babel (drums), Nicolas Rieg (drums) en David Tibet (Current 93, Nurse with Wound,… — zang en allerlei instrumenten) een nacht lang opnames gemaakt hebben in een koelkamer (voor vlees) ergens in Genève. Naar eigen zeggen zou de koude bovendien de manier van spelen beïnvloed hebben. Op Betimes Black Cloudmasses is de sessie met Rygg, Babel en Rieg te horen terwijl in het najaar een nieuwe plaat met Tibets bijdrages hoort te verschijnen.

Het promopraatje klinkt oervervelend en berekend, al dreigt het ook de vraag die er wel toe doet, namelijk of de plaat goed is, te overschaduwen. Wie het debuut Deep In Ocean Sunk The Lamp Of Light wel te pruimen vond, zal gelukkig ook met deze plaat zijn hart kunnen ophalen. Wars van alle pretentieuze praat slaagt Aethenor er immers opnieuw in om grillige improvisaties om te toveren tot een lange track (deze keer onderverdeeld in drie nummers) die slaat, verontrust, onzeker maakt en ja, zelfs angst aanjaagt.

Het eerste nummer, traditiegetrouw zijn er geen songtitels tenzij Romeinse cijfers meetellen, is niet meer dan een tien minuten durende, zenuwslopende aanloop tot een onrustige climax in het tweede deel. Een climax die zich overigens niet laat kenmerken door geluidsexplosies, maar wel door een samenkomst van de verschillende muzikanten waarbij eenieder zijn instrument in functie van de andere laat spreken. Hieruit vloeit een track die nergens (te) vol aandoet noch uitmondt in een dodemansgesprek. Elk instrument is aanwezig maar steevast verbonden met de andere.

Het sluitstuk, ofte nummer drie, vormt een verrassende coda bij de eerste twee nummers. Niet alleen staat het op zichzelf, maar daarnaast vormt het ook een logisch en aanvullend deel op de andere twee nummers waardoor de plaat net zo goed beluisterd en opgevat kan worden als één lange track en als bestaande uit twee songs (I-II en III). Uiteraard is het nummer in de eerste plaats een lange ambient/dronetrack gevormd door klanken, maar de manier waarop de dialoog tussen de instrumenten langzaam overloopt in enkele monologen getuigt van een bewonderingwaardige beheersing en aanvoelen van de groepsleden.

Betimes Black Cloudmasses toont aan dat Aethenor ook zonder (ver)gezochte uiteenzettingen rond het opnameproces een verhaal te vertellen heeft. Door, al was het maar achteloos, in te gaan op de manier waarop de plaat zou ontstaan zijn, bestaat echter het gevaar dat de essentie van de plaat verloren zou gaan. Het album heeft nochtans geen behoefte aan ontstaansmythes, de muziek (of liever sfeerstukken) spreekt voldoende voor zich en biedt aan de luisteraar ruim de mogelijkheden om zelf een genesis voor het album te bedenken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =