DIT WAS 2020: Spencer Krug (Wolf Parade) :: “Niemand heeft het al zo vaak verkloot als ik”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2020. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Dat Wolf Parade in 2020 opnieuw een plaat uitbracht, voelde bijna als een verrassing. Met Cry Cry Cry mocht het best bewaarde geheim in indierock twee jaar eerder dan wel een stevige pauze hebben afgesloten, dat vierde wiel Dante DeCaro er nadien afdraaide leek geen goed teken aan de wand. Verkeerd gedacht. In januari was er toch Thin Mind. Daarover zouden we even praten. Al werd het vooral een openhartig gesprek over Spencer Krug, de hele Spencer Krug, en niets dan Spencer Krug. “Je hebt gelijk, we hebben kansen laten liggen.”.

Het was Wolf Parade, de band die hij met Dan Boeckner (Handsome Furs, Operators) oprichtte, die hem de fans bracht, maar Spencer Krug was altijd al te veel songschrijvers in één om zich tevreden te stellen met één band. Naast dat powertrio – soms kwartet – was er dus ook het episch kronkelende Sunset Rubdown, en het ingetogen Moonface, en dan zwijgen we nog over Swan Lake; allemaal aliassen, al dan niet met groep, die zijn alle kanten uitschietende creativiteit probeerden te vatten. In Trix stond hij er vorig jaar onder eigen naam, en dat was een primeur, want zo zal het in de toekomst steevast zijn. Voor we het daarover hebben, snijden we echter toch maar even die nieuwe Wolf Parade aan. Want was het voor de groep altijd duidelijk dat het verhaal na comebackplaat Cry Cry Cry verder zou gaan?

Spencer Krug: “Dat was wel degelijk het plan, ja. We zouden het niet bij één plaat houden. Dante vertrok, niettemin. Ik wilde zeggen ‘we verloren’ hem, maar dat klinkt te negatief, want het is zowel voor hem als voor de band positief geweest. Hij is een onvervangbare muzikant, dus we hebben niet geprobeerd iemand anders zijn plaats te laten innemen, maar zijn teruggekeerd naar hoe we zijn begonnen: ik op orgel, Dan op gitaar en Arlen (Thompson) op drums. Back to basics was dat, opnieuw met drie, en dat heeft de dynamiek meteen veranderd. Er is een gat op het podium waar Dante stond, en dat is voor ons heel aanwezig. ‘t is heel opwindend, zelfs, om dat te moeten opvullen. We duwen nu alle drie wat harder door, om de afwezigheid van die vertrouwde vierde te compenseren. Veel van de baslijnen die Dante vroeger speelde, verzorg ik nu met mijn linkerhand, dus ik heb mijn toetsenpartijen moeten herdenken. ’t Is muzikaal wat uitgekleder, maar tegelijk blazen we het ook wat meer op nu. Misschien is het wat ruwer.”

enola: De laatste keer dat Wolf Parade in België optrad, sprak ik met Dan, die me vertelde hoe jullie platen altijd een reactie op de vorige zijn. Hoe verhoudt Thin Mind zich dan tegenover Cry Cry Cry?

Krug: Cry Cry Cry was veel meer een gitaarplaat, aangezien zowel Dan als Dante dat instrument spelen. Zelf had ik heel bewust enkel voor analoge synths en orgels gekozen, niets digitaals. We namen zo live op als mogelijk was – heel erg rock-‘n-roll. Toen Dante vertrok, en zijn rockenergie met zich meenam, wisten we dat de volgende plaat iets anders zou worden; veel dichter bij wat we oorspronkelijk maakten als trio. Dat hele Cry Cry Cry-geluid hebben we dus op de oprit gezet, en we zijn de studio ingetrokken met het idee dat we om het even wat zouden doen. Arlen was bijvoorbeeld van plan om te experimenteren met digitale drum pads, en ik ging aan de slag met digitale toetsen, en alle mogelijkheden die dat bood. En ook Dan bracht de synths mee die hij bij Operators en Handsome Furs gebruikte. Zo kwamen we vanzelf meer elektronisch uit.”

enola: Jullie waren op die tour met Cry Cry Cry, voor Dante vertrok, nochtans opwindender dan ooit. Dat zweempje rock-‘n-roll stond jullie wel.

Krug: “Dat denk ik ook. We waren wat ouder en wijzer dan voorheen. Nuchterder (lachje). En we wilden voor onszelf bewijzen dat we dit nog konden. Dan en ik worden gedreven door een zekere competitiedrang; naar elkaar kijken en ons afvragen of we dit nog konden doen, nadat we enkele jaren waren weggeweest, en het was fun. We hadden zeker het gevoel dat de energie en het volume er nog altijd waren, dat we nog altijd een goeie show konden leveren. Dat Wolf Parade-dingetje, wat gebeurt als wij bij elkaar komen en samen in een hok muziek gaan maken, is er nog. ‘t is een soort energie die ik nergens anders voel, en waar we ook niet over praten, om het niet in gevaar te brengen.”

enola: Je omschreef de groep zelf al eerder als het – toen nog – vijfde lid van de groep.

Krug: “Ja. En ik denk dat ik nu ook een beter idee heb van wat een Wolf Paradesong is en wat niet. Er waren heel wat redenen waarom we in 2011, na Expo 86, op pauze moesten, maar er waren er evenveel waarom we er opnieuw aan moesten beginnen. Dat dingetje dat Wolf Parade zo’n goeie band maakte, is nooit weggegaan. Het is gewoon zaak om dat aan te boren, en dat vraagt vooral dat we onszelf als individuen tussen haakjes kunnen zetten. Dat zal wel voor de meeste bands opgaan, dat je moet kunnen erkennen wat elkeen aan het bandgeluid toevoegt, maar het vroeg ouder en meer ervaren worden voor we die waarheid onder ogen zijn gaan zien: dat het niet om ons draait, of wat wij te zeggen hebben, maar dat het om de samenwerking gaat en wat de old unit als geheel kan vertellen.”

enola: Het heeft me altijd gefascineerd hoeveel rockbands eigenlijk bestaan uit jongetjes die elkaars beste vrienden zijn, maar er niet in slagen dat ook uit te spreken.

Krug: “En het had ook ons verhaal kunnen zijn als we niet hadden besloten opnieuw samen te komen. Om een of andere bizarre reden hebben we in 2017 echter besloten het nog eens een kans te geven, zoals elk koppel dat beslist even afstand te houden, om dan toch weer bij elkaar te komen en meteen ook maar te trouwen. Zo ontdekten wij tot onze aangename verrassing dat het een stuk gemakkelijker was geworden nu we wat gebalanceerder waren. En toen we opnieuw begonnen te schrijven, kwam het ook weer vanzelf. We moesten dat geluid niet heruitvinden, het was er meteen opnieuw. We realiseerden ons dat die Wolf Paradeklank er gewoon van komt als wij samenwerken, dat dat ding waar wij niet over praten, ons gewoon overkomt.”

“Het klopt wel wat je zegt. We zijn destijds gestopt omdat we niet met elkaar konden praten. We wilden allemaal verschillende dingen. We hadden die kunnen verzoenen, maar we misten het communicatievermogen om dat ook te doen. Tel daar nog ijdelheid en onzekerheden bij op, en het werd gemakkelijker om weg te wandelen dan door te gaan. Achteraf bekeken denk ik ook niet dat het slecht is geweest, want daardoor hebben zowel Dan als ik ons op nieuwe, eigen projecten kunnen terugplooien, en toen we opnieuw samenkwamen, was het vrij duidelijk dat Wolf Parade die niet in gevaar mocht brengen. Er zijn dus een paar afspraken gemaakt, want als je over zijprojecten niet duidelijk bent kan dat al snel animositeit veroorzaken.”

enola: Ik herinner me hoe jullie al ten tijde van Expo 86 met tegenzin promo deden, alsof je schrik had dat Wolf Parade jullie andere projecten zou overschaduwen.

Krug: “Dat was niet eens omwille van al onze zijprojecten, dat zat gewoon altijd ingebakken in het soort band dat we waren. Dan en ik zijn samen Wolf Parade begonnen, een week later kwam Arlen en waren we vertrokken. Er was geen leider, en die is er ook nooit geweest; van in het begin had iedereen evenveel te zeggen. Zo’n democratie is heel erg mooi, maar maalt ook traag, waardoor we soms kansen hebben laten liggen. Er heeft altijd een soort vaagheid gehangen over wat we nu precies waren, en wat we ermee wilden bereiken, want dat verschilde al eens. Het was pas die keren dat we echt allemaal wisten dat we iets absoluut wilden, of niet, dat we echt vooruitgingen; omdat er knopen werden doorgehakt. Al die keren dat we bleven hangen in een grijze, onbesliste zone, bleven we ter plaatse trappelen. Zo was het soms onduidelijk wat Wolf Parade nu eigenlijk was, zelfs voor mensen als jij. Het enige dat we altijd wisten, was dat we graag samen muziek maken, en dat is dan ook wat we doen: ‘Maken we nog een plaat? Awel, ja.’”

enola: Er was nochtans een moment, helemaal in het begin van jullie carrière, dat jullie met debuut Apologies To The Queen Mary voorbestemd leken om hetzelfde pad als Arcade Fire op te gaan, en vanuit een underdogpositie de mainstream te veroveren.

Krug: “Dat had gekund als ons die kansen in het gezicht waren geduwd, maar dat is nu ook niet echt gebeurd. We bleven toch meer underground dan dat, en ik denk dat dat komt door die vaagheid waar ik net over sprak. Ook in de muziekindustrie wisten ze niet wat ze met ons aan moesten, en dat maakte hen gek. Met mensen als wij zouden ze geen risico nemen. Eigenlijk weet ik niet goed wat er toen is misgelopen. Misschien was onze muziek toch ook wat vreemd, minder catchy dan Arcade Fire. Maar daar schaam ik me niet voor.”

enola: Apologies To The Queen Mary blijft wel de toetssteen voor elke Wolf Paradefan. Ik kan me voorstellen dat zo’n alles overschaduwend debuut een molensteen om de hals wordt.

Krug: (Resoluut:) “Zo zie ik dat niet. Ik denk er ook nooit over na, en ik beluister die plaat ook nooit opnieuw, maar ik weet dat het onze doorbraakplaat is. Voor heel wat mensen is ze het beste wat we ooit maakten, maar wij als groep willen vooral vooruitkijken en onze grenzen blijven verleggen. Dat is het belangrijkste: nooit dezelfde plaat maken als de vorige, niet op de lauweren rusten. Ik ben daar trots op. En verder steek ik het vooral op toeval: Apologies was de juiste plaat op de juiste tijd, net toen indierock uit Montreal hondspopulair was. Dat is sindsdien wat op de terugweg geraakt, en veel bands hebben moeite gehad om over die bult te raken. Ik neem mijn hoed af voor degene die daar in geslaagd zijn, en hebben bewezen dat ze ook platen kunnen maken zonder dat dat onnozele holle etiket erop plakt. Ik denk dat wij dat ook hebben gedaan, dus hoe populair onze eerste plaat ook is, ik zie die latere ook graag. Er staan nummers op waarvan ik soms denk ‘jézus, wat een shitty song’, maar we hebben ten minste geprobeerd om te groeien. En daar ben ik trotser op dan op het al dan niet behouden van populariteit.”

enola: Je stond in het voorprogramma van Arcade Fire toen ze op de Everything Now-tour met hun fameuze boksring rondtrokken. Een speelse denkoefening: hoe zouden jullie dat soort Sportpaleisconcerten benaderd hebben?

Krug: “Ik heb echt geen idee. Het is nog nooit ook maar in de buurt van een mogelijkheid gekomen, dus ik heb er geen gedachte aan besteed. Ergens ben ik daar blij om, want als dat soort succes komt, krijg je meteen heel andere zorgen. Maar nu je ‘t vraagt: ik denk dat we in dat geval niet veel anders zouden doen dan nu. Ook dat komt neer op geen bandleider hebben. Er is geen mystiek of imago; geen concept. De enige manier waarop Wolf Parade live werkt is als iedereen blij is, dus het kan niet één iemand zijn die zijn visie oplegt, het is drie of vier mensen die zichzelf zijn op een podium. Ik denk dat onze concerten in dat opzicht heel eerlijke rockshows zijn, bijna zoals die van een grungeband uit de jaren negentig.”

enola: Betekende grunge iets in het westen van Canada, toen jij daar opgroeide? Seattle was relatief dichtbij.

Krug: “Ik ben van British Columbia, dat is inderdaad recht boven de staat Washington, maar toch ver van Seattle hoor. En om eerlijk te zijn was ik toen Soundgarden en Pearl Jam doorbraken eigenlijk al zestien en vond ik mezelf te oud en te cool voor die shit. Ik luisterde naar Fugazi, Pixies, No Means No en van die dingen met net dat randje meer. Ik was een skater, en ik herinner me nog hoe één van mijn vrienden aan de ramps alle vroege platen van Green Day had. Toen Dookie ontplofte heeft hij ze gewoon verkocht; hij was zo ontgoocheld dat ze populair waren geworden. En ik weet nog dat dat ook opging voor vroege fans van Nirvana. Het werd zo’n ontgoochelend circus. Ik zie het zo nog voor me hoe op een schoolfuif “Smells Like Teen Spirit” werd opgelegd en alle populaire sportgasten plots begonnen te ‘pogo’en’. Plots was dat iets van het basketbalteam, terwijl het nauwelijks een jaar eerder iets was van mij en mijn vrienden die naar kleine concertjes gingen. Dat was ónze wereld, en die was plots ontploft. Ik was daar eigenlijk wel nijdig over.”

enola: Cry Cry Cry was een behoorlijk politieke plaat. Ik heb het gevoel dat Thin Mind daarin een andere benadering volgt.

Krug: “‘t Is niet helemaal anders hoor. Het is een voortzetting van wat we op Cry Cry Cry deden, maar dan minder acuut dan in 2016, toen Trump net verkozen was en we in die rare wereld belandden. Thin Mind kijkt vooruit naar de mogelijke toekomst. Want als de wereld niet verandert, eindigen we ongetwijfeld in die half post-apocalyptische, zelf-gecreëerde wereld vol stront.”

“Dan en ik spreken dat niet af. We gaan niet zitten om te zien waar we elk over zullen schrijven, het is iets wat we nadien ontdekten; dat als vage rode draad het gevoel door de plaat liep dat de toekomst wel eens heel erg kut zou kunnen zijn. Maar ik denk dat dat ook is hoe de meeste mensen er over denken, niet? En bij mij draait dat dan om wat het betekent om langzamerhand een man van middelbare leeftijd te zijn, en te kiezen voor een rustig leven voor de lange duur. Betekent dat soort beslissing nog iets? Heeft dat waarde in deze rare tijd? Kortweg: gaat de wereld nog lang genoeg draaien dat ik nog kleinkinderen ga hebben? En bij Dan wordt dat dan gewoon: wat zouden vampieren van deze wereld denken?”

enola: Waar komt de titel Thin Mind vandaan?

Krug: “In “Town Square”, de laatste song op de plaat, zing ik “Now my mind is thin”, en wat ik bedoel is hoe technologie ons leven zo geïnfiltreerd heeft dat we niet meer zijn wie we waren. En of we niet terugkonden naar de tijd voor het internet. Want soms heb ik het gevoel dat mijn geest dun wordt uitgesmeerd. Daarnet nog, in de auto onderweg was ik tegelijk een sms-je van mijn vrouw aan het beantwoorden, aan het praten met mijn tour manager én online aan iets aan het werken. Ik had geen focus, en dan ben ik niets waard voor deze planeet, maar ook niet voor mijn tour manager, mijn vrouw of wie dan ook. En zo is het echt. Technologie mag soms goed zijn voor de wereld op zich, maar als mensen maakt het ons niet per se beter. Daar moeten we op letten, of we worden allemaal gewoon een bunch of shitheads.”

enola: Je speelde vandaag met “Us Ones In Between” nog eens een nummer van Sunset Rubdown. Dat gebeurt niet vaak meer. Wat is er eigenlijk gebeurd met die band?

Krug: “Ik hou van dat nummer. Als ik het solo speel, wordt het een mooie pianoballad. Maar Sunset Rubdown is compleet uit elkaar gevallen, en alleen maar doordat de onderlinge relaties kapot waren. Hetzelfde als waar we het over Wolf Parade over hadden: niet kunnen communiceren, en niet de skills hebben om onze geschillen bij te leggen.”

enola: Ik zag Sunset Rubdown altijd als ‘nog maar eens een alias van Spencer Krug’, maar het was een echte band?

Krug: “Ja dat denk ik wel. Het was puur toeval dat net die muzikanten in de groep deed belanden, maar eenmaal we samen muziek begonnen te maken, was wie we samen werden wel uniek. Jordan Robson-Cramer is een erg getalenteerde gitarist en drummer, hetzelfde voor Mike Doerksen; zijn gitaarspel is heel erg apart. En dan was er ook nog Camilla Wynne Ingrs stem. Het werd allemaal zo’n belangrijk onderdeel van Sunset Rubdown dat ik het niet met om het even wie kon doen. Want zo is het wel als ik met anderen werk. Zelfs al heb ik de hele song klaar op piano, ik heb nog altijd graag dat andere mensen hun steentje bijdragen, wat het ook is. Ik ga niet dicteren wat een ander moet spelen, dat zorgt alleen maar voor een ongezellige atmosfeer en dus ook ongezellige muziek. Als je mensen vraagt wat zij denken dat ergens bij past, dan krijgen ze er ook schik in. En dat hoor je in de muziek. Dus het spijt me wel dat het gedaan is. Niemand vond de muziek rot, het was bij elkaar zijn dat we shitty vonden. En we waren te jong, naïef en stom om de job vóór onze ego’s te plaatsen.”

enola: Hoe zie je jezelf muzikaal oud worden? Ik kan me niet voorstellen dat je op je zestigste nog altijd in Wolf Parade zit.

Krug: “Geen idee; er is geen plan. Ik wil alleen muziek blijven maken. Optreden is een heel bijzondere, unieke vreugde die ik maar heb leren appreciëren op mijn vijfentwintigste. Ik ken het nog maar een dikke zeventien jaar dus, en ik ben niet klaar om dat los te laten. Ik tour nu solo op piano, en dat heeft iets klassevols dat ik nog wel even met waardigheid kan volhouden, al zal het misschien wat minder energiek zijn. Maar als ik over tien jaar nog rockmuziek maak; even goed hoor. Ik wil dat zo lang mogelijk blijven doen. En als ik niet meer kan optreden, dan wil ik anderen leren hoe ze moeten spelen, of schrijven. Ik wil in elk geval in de kunsten blijven, niet een job in Walmart moeten nemen. Ik heb dat ooit gedaan, en als alles fout loopt, moet ik dat misschien wél opnieuw doen. Want ik heb geen andere skills om op terug te vallen. Ik ben absoluut working class, geen academicus die les kan gaan geven aan de universiteit.”

“Ik zou mezelf graag als pianist kunnen beschouwen, maar dat is nog niet aan de orde”

enola: Hoe kijk je naar jezelf? Als singer-songwriter of als toetsenist?

Krug: “Als ik het iemand anders moet uitleggen – de grenswacht of een groottante of zo – dan noem ik mezelf singer-songwriter. Iemand die iets meer weet van de details van muziek zou ik durven zeggen dat ik pseudohedendaagse klassieke muziek op piano maak met teksten erbovenop. Dat is toch wat ik van mijn recent werk denk. En ik zou mezelf graag als pianist kunnen beschouwen, maar dat is nog niet aan de orde. Ik volg op dit moment zelfs pianolessen om technisch beter te worden.”

enola: Je solowerk is in elk geval niet het standaard Randy Newmanpianowerk. Het was behoorlijk complex.

Krug: “Dankjewel. Maar het is dus technisch nog niet zo goed als ik zou willen. Hoe het ook lijkt voor jou, ik sta nog steeds elke keer op het randje van alles verknallen. Elke show ben ik er maar, euh, drie seconden van verwijderd dat alles in elkaar stort, wat ik eigenlijk heel erg opwindend en leuk vind. Het afschrikwekkende daarvan verveelt zelfs een beetje. Het wordt van: ‘Wie weet of ik met de volgende song weg raak?'”

enola: Wat me ook opviel: je bent een almaar betere zanger aan het worden.

Krug: “Geen idee. Dankjewel, ook daarvoor. Ook met mijn stem probeer ik gewoon dingen te doen die ik nog niet eerder deed. Ik heb nooit zanglessen gevolgd, het is gewoon iets wat ik ben beginnen doen toen we met Wolf Parade zijn begonnen. Ik wist dat ik de juiste noten kon raken, maar het vroeg wel om dat vreemde gillen en gieren dat ik doe. Door de jaren heen heb ik dat beter leren controleren, en nu ik ouder word, is mijn stem dieper geworden. Zie het als de jonge tegen de oude Leonard Cohen; ook die werd almaar dieper, en kreeg wat meer soul in de stem.”

enola: Om af te sluiten: ik dacht dat Moonface je solo-alias was, maar je doet het vanaf nu dus als Spencer Krug?

Krug: “Ja. Ik heb de naam Moonface begraven. Ik heb er nooit iets mee gehad, die laatste vijf jaar. Ik hield er gewoon van om van achter het masker van een schuilnaam te werken, maar ik heb het punt bereikt waarop ik gewoon onder mijn eigen naam wil werken. Elk alias komt immers met zijn beperkingen. Als ik vanavond als Moonface had opgetreden, had ik moeten zeggen: ‘Dit is een Sunset Rubdown-song, dit is er eentje van Swan Lake’. Nu als mezelf speel, kan ik gewoon alles brengen. Ik moet niets meer uitleggen. Spencer Krug brengt Spencer Krugsongs.”

enola: Samengevat: Spencer Krug heeft na jaren Sunset Rubdown, Wolf Parade, Moonface en ga zo maar door zijn naam verdiend.

Krug: “Nu ja, 99 procent van de mensen weet nog altijd niet wie ik ben. Maar als ze dan op een optreden zijn en ze hebben nog niet van me gehoord, kunnen ze me googelen, en zal een wereld opengaan. Maar toch, het dubbeltje heeft twee kanten. Er zijn ook dagen dat ik het Moonface-masker mis om me achter te verstoppen. Maar ik moest de sprong ooit wagen. Ik weet niet of het de juiste beslissing was. Ik ben echt een ramp als het gaat om carrièrebeslissingen. Niemand heeft het al zo vaak verkloot als ik. Je had gelijk wat je zei over Wolf Parade die kansen liet liggen, en ik vrees dat ik voor mezelf net hetzelfde doe. Gewoon omdat ik koppig ben over hoe ik mezelf wil presenteren en omdat dat mensen verwart. Zo rem ik mijn eigen vooruitgang af, denk ik. Aan de andere kant: ik heb dit nu toch al een tijdje kunnen doen, ik kan nog altijd de rekeningen betalen en dat is eigenlijk alles wat ik ooit heb gewenst. Ik ben niet al te beschaamd over de dingen die ik heb gedaan. Ik denk dat ik eigenlijk niet meer dan dat kan vragen op dit moment.”

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =