Wolf Parade :: Thin Mind

Someone please Shine A Light, because This Heart Is Not On Fire.

Vorig jaar vond in Californië het Just Like Heaven-festival plaats, een mekka voor de ouder wordende indiekid wiens versie van de hemel zich afspeelt in 2009. Namen als Yeah Yeah Yeahs, Tokyo Police Club en Beach House vulden de affiche, maar geen spoor van Wolf Parade.

De nostalgie naar mid-2k indie is springlevend, maar ondanks de impact van Apologies To The Queen Mary (2005) bleven deze Canadezen net iets minder bekend bij het grote publiek. Ze smaakten nochtans als het beleg tussen een Arcade Fire-en-Modest Mouse-sandwich, maar de (a)typische stemmen van Dan Boeckner en Spencer Krug maakten de nasmaak iets te bijzonder. Drie albums en een vijfjarige pauze verder stemde het dan ook tot vreugde dat deze jongens van veertig weer oprecht zin hadden om samen muziek te maken. EP 4 (2016) en langspeler Cry Cry Cry (2017) deden het beste verhopen voor de toekomst, en ook live speelde het viertal strakker en meer begeesterd dan ooit. Hun passage op BKS 2016 is nog steeds een van de aangenamere manieren om dertig minuten te overbruggen op YouTube.

Maar het leven, die moeizame mars richting de dood, gaat verder. Multi-instrumentalist Dante Decaro trok na de laatste tournee in alle vriendschap de deur van het muzikantenbestaan achter zich dicht en een lichte heroriëntatie drong zich op aan het achtergebleven trio. Hoe klinkt Wolf Parade wanneer enkel drums (Arlen Thompson), gitaar (Boeckner) en synthesizer (Krug) de dienst uitmaken? Het korte antwoord: heel erg als Dan Boeckner, de frontman die met H.P. Lovecraft onder zijn hoofdkussen slaapt en vorig jaar met Operators nog een plaat vol dystopische synthpop uitbracht.

Proef maar van single “Against The Day” als opwarmer. Hoewel beide zangers aan bod komen, draagt de track voornamelijk de signatuur van Boeckner, met retrofuturistische synths, geluidjes die recht uit een eighties-computerspel lijken te komen en een clip die geniepig lonkt naar “Bastards Of Young” van The Replacements. Een eigen gevoel voor humor hebben de heren alleszins. “Forest Green” is eveneens vintage Boeckner: een gitaarlijn strakker dan het voorhoofd van Bart Kaëll, een ongenadig voortgestuwd ritme en een melodie die bijblijft. Vrijwel het enige uptempo nummer ook, dat een broodnodige shot cafeïne door de aderen jaagt.

Dat het tussen Wolf Parade en de moderne wereld wellicht nooit meer goed komt, bewijzen de tableaus over een half vergane wereld, waar stedelijke anarchisten de plak zwaaien en de mens maar wat verloren rondzwalkt. Boeckner ontpopt zich al snel tot een post-apocalyptische posterboy, worstelend met de zinloosheid van het bestaan. Tekstflarden als “Every day is like the one before, it seems” (“Forest Green”), “You get a hollow heart, you get a hollow head” (“Static Age”) of het naar Blade Runner knipogende “All our days will wash away like tears in rain” (“Wandering Son”) zetten niet meteen aan tot vreugdesprongen, maar tekenen wel voor de betere momenten van de plaat.

Met minder grillige indierock dan vroeger en meer wijdlopige prog-invloeden zet de op Cry Cry Cry ingezette tendens zich verder: onstuimige jongens worden groot. Wolf Parade 2.0 klinkt opgekuist en dat is goed. Een beetje ingedommeld ook, en dat is weer wat minder. Albumtitel Thin Mind wijst een beschuldigende vinger naar ons huidige gebrek aan focus. We scrollen ons de pleuris, hinken gedachteloos van schattige kittens naar de goorste rampen en blijven afgestompt en apathisch achter. Alles staat op gelijke hoogte, niets is bijzonder. Het besef dat je geliefde indiehelden je enkele malen met eenzelfde onbestemde leegheid opzadelen, snijdt ironisch genoeg nog het scherpst van allemaal.

“Nooit echt slecht, maar zelden achtenswaardig” zou het eindoordeel kunnen luiden. Het gevoel van een zesjescultuur overheerst, waarin men verwaterde versies van oude stokpaardjes geserveerd krijgt. Een aantal keer loopt het ook ronduit mis. Op “Julia Take Your Man Home”, met gemak het beste en meest toegankelijke nummer, betovert Krug nog met een wondermooie laatste minuut waarbij je hem haast in de armen wil sluiten, ondanks het feit dat hij net gestalte gaf aan een toxische versie van zichzelf. Zijn andere bijdrages doen de loftrompetten iets minder hard weerklinken. “Be as kind as you can”, zwijmelt hij in het gelijknamige nummer. We zouden wel willen, als de schmalz niet zo vervaarlijk op de rand van het ondraaglijke balanceerde. Sinds wanneer is Krug een charmezanger? Dit ongemakkelijk klinkende levenslied doet alle sympathie voor ’s mans goede bedoelingen sneller wegsmelten dan een bol geitenkaas in de middagzon.

In hetzelfde bedje stuiptrekt “Out Of Control”: vier minuten tandenbijten en hopen dat de verpleegkundige niet te lang wegblijft met het spuitje morfine. De melodie schiet zowat alle richtingen uit, maar zelden een die bevredigt. Op gelijkaardige wijze wordt de hypnotiserende groove van “Fall Into The Future” vakkundig de nek omgewrongen door de zangpartij. Dit is experiment in zijn meest vervelende vorm, dat prikkelt op plekken die niet wensen geprikkeld te worden. De contouren van die songs tekenen zich bovendien minder scherp af, waardoor ze nog voor de eindmeet verdampen in onze thin minds. De gedachte aan nog meer luisterbeurten doet ineenkrimpen, de hoop op groeipotentieel al lang opgegeven.

Voor het eerst vragen we ons af deze mélange van frontmannen nog steeds werkt. Op papier leken de twee nooit echt voorbestemd om samen te werken, maar tot hiertoe vormden Boeckner (de man van de hooks) en Krug (met zijn voorliefde voor abstracte songstructuren) steeds een gouden tandem. Hun stemmen vielen elkaar afwisselend aan en voor de occasionele track die op de grond landde als een verzwikte enkel, waren er weer twee catchy anthems die het mooie weer maakten. Het heropgestarte Wolf Parade moet het niet meer hebben van die spanning en dat wringt. Of net niet. Thin Mind schurkt immers regelmatig tegen de verveling aan. Nergens valt er eens een mus van het dak en te zelden krijgt men het gevoel dat dit voortvloeit uit urgentie of een noodzaak om te creëren.

Dit voelt aan als werk. De groep liet drie weken lang in een blokhut de schrijfsappen stromen en dat levert zeer degelijke momenten op, maar even vaak lijkt het hoorbaar wringen om die laatste druppel inspiratie eruit te persen. Streaming en platenverkoop leveren in 2020 nauwelijks nog wat op, zodat liveshows de voornaamste bron van inkomsten vormen. Vroeger ging een band op tournee om een album te promoten. Nu maakt men een plaat om op tournee te kunnen vertrekken. Op lange termijn wordt elke band een business.

Op zijn beste momenten bevestigt Thin Mind. Niet meer, niet minder. Die herrijzenis van de roedel wolven stemt nog steeds tot vreugde, maar hopelijk waait er tegen de volgende elpee een minder onverschillige wind door de Canadese bossen.

Wolf Parade speelt op 10 maart in de Botanique (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 9 =