Iron Man





125 min. / VS /
2008

En we zijn vertrokken: een nieuw blockbusterseizoen, een nieuwe
stripverfilming uit de kelders van Marvel. In afwachting van de
terugkeer van Batman, de nieuwe poging om Hulk te laten
smashen en de bizarre creaturen uit het universum van
Hellboy, valt de blikken doos van ‘Iron Man’ uit de lucht. Een
superheld die niet bepaald even bekend in de oren klinkt als een
Spider-Man of een roedel X-mannen, maar dat houdt deze luchtige
comic-bookadaptatie niet tegen om als een enthousiaste meevaller
door het luchtruim te scheren. Het is geen grand cru zoals ‘Spidey 2’, maar stinkt
gelukkig ook niet zo hard als ‘Daredevil’ en ‘Fantastic Four’. ‘Iron
Man’ worstelt een beetje met zijn rol als franchisestarter, maar de
schoonheids- en slordigheidsfoutjes worden met een brede grijns
weggeveegd wanneer de geweldige Robert Downey Jr. in beeld
verschijnt met zijn ironische pretoogjes. Welkom in het rijk der
supersterren Robert, het werd verdomme tijd.

Downey Jr. kruipt in de flamboyante huid van Tony Stark, een
geniale en superrijke wapenfabrikant die even naiëf als arrogant
door zijn zorgeloze luxeleventje struint. Denk aan het
ingenieurstalent van Batman, maar dan met de humor, de charmes en
het libido van James Bond. Wanneer hij tijdens een handelsmissie in
Afghanistan wordt ontvoerd door een bende terroristen, is het
echter gedaan met de jetsetfeestjes en onenightstands met sexy
journalistes. Stark wordt gevangen gehouden en moet een
revolutionaire raket bouwen voor de slechteriken. In plaats van een
raket bouwt hij een biomechanisch pak en mept en schiet hij zich
een weg naar de vrijheid. Drie maanden in een grot met terroristen
hebben Tony aan het denken gezet en hij zet zijn activiteiten als
wapenleverancier stop, dit ferm tegen de zin van CEO van Stark
Industries, Obadiah Stane (Jeff Bridges met een kale knikker).
Stark wil zijn technologie gebruiken om goed te doen en begint te
knutselen aan een geavanceerd supermannenpak. Nu enkel nog een
catchy naam bedenken…

Net wanneer je dacht dat ze zowat elke Marvelheld geëerd of
onteerd hadden met een grootschalige Hollywoodproductie, komt deze
‘Iron Man’ op papier een klein beetje over als een soort
leftover hero. Het soort superheld die ze in Hollywood
eigenlijk niet nodig hebben, zolang de andere spandexdragende
misdaadbestrijders genoeg geld in het laatje brengen. Maar sinds de
X-Men versplinterd zijn en Spidey zijn pootjes liet hangen na het
toch wel teleurstellende derde deel, is er terug een gaatje vrij in
de belachelijk winstgevende markt der stripverfilmingen. En zo mag
selfmade-superheld ‘Iron Man’ bewijzen of het genoeg lekkers in de
blikken doos heeft zitten om het te schoppen tot een nieuw
Marvel-paradepaardje. Het resultaat is een typische ‘eerste deel in
een franchise’-film, waarin veel aandacht wordt besteed aan de
uitgebreide set-up (verwacht geen Iron actie binnen de eerste drie
kwartier), maar waardoor er weinig plaats overblijft voor een
bevredigende pay-off (zie ook de eerste ‘X-Men’). ‘Iron Man’ is
geslaagd popcornvertier met een welkome knipoog, gaat goed vooruit
en bezit voldoende eye candy (ik wil ook zo’n pak!) om het
doelpubliek warm te houden, maar het blijft ergens wel een
tease voor wat nog moet komen. Laat ons hopen dat het de
investering waard is.

Geen regisseur met een herkenbare visuele stempel achter de
camera, maar wel acteur en swinger Jon Favreau, die erin slaagt om
een luchtig toontje en wat relativerende humor in het magere
verhaal te injecteren (inhoudelijk blijft het allemaal beperkt tot
de oorsprong van ‘Iron Man’), maar het laat afweten wat betreft
overdonderende set-pieces en een persoonlijke stijl. Favreau lijkt
een vreemde keuze, maar ergens weet deze comic geek wel de
juiste toon te vinden tussen de cartooneske silliness (de
eerste testen met het Iron Man-pak zijn hilarisch), een interessant
hoofdpersonage en een meeslepende drive om het allemaal
vooruit te stuwen. Vooral in het eerste uur houdt Favreau het tempo
strak, de actie snedig en de ontwikkeling van Stark boeiend. Hij
wéét dus wel wat een goeie comic-bookverfilming moet hebben, maar
beschikt niet over de virtuoze beeldvoering van iemand als Sam
Raimi of Guillermo del Toro om het allemaal waar te maken op het
scherm. Vooral de grote, snel afgehaspelde climaxconfrontatie is
een zwak staaltje actieregie, die bovendien veel te hard doet
denken aan eender welke generische robotactie uit ‘Transformers’. In ieder
geval, Favreau voelt zich duidelijk meer op zijn gemak als hij
Robert Downey Jr. kan laten wisecracken dan wanneer hij hem moet
dirigeren tussen de explosies.

De memorabele actie is dus wat schaars (enkel de
dogfight met Iron Man en twee straaljagers laat het hart
wat sneller pompen), maar dat wil wel zeggen dat het
oorsprongsverhaal van ‘Iron Man’ in functie staat van Stark en zijn
metamorfose van gladde playboy zonder scrupules tot gladde playboy
met een kickass robotpak dat kan vliegen. En daar kan
‘Iron Man’ met een niet onbelangrijke troef uitpakken. De rol van
Tony Stark wordt namelijk met veel plezier en panache vertolkt door
Robert Downey Jr., die zich zichtbaar te pletter amuseert in deze
kleurrijke speeltuin voor pubers. Hij keuvelt met zijn persoonlijke
WALL-E, maakt de meest onnozele toestanden (die paaldanseres op
zijn privévliegtuig!) aanvaarbaar door er een ironische draai aan
te geven én, niet onbelangrijk, geeft Tony Stark evenveel
zelfingenomen charisma als aanstekelijke sympathie mee. Dit is geen
norse vigilante als Batman, die gekweld wordt door duistere
psychologische trauma’s, maar gewoon een levensgenieter die zijn
geweten ontdekt, zonder zijn gevoel voor humor erbij te verliezen.
Het moet van Johnny Depp in de eerste ‘Pirates’-film geleden zijn
dat een acteur het niveau van een bombastische blockbuster zo naar
boven kon halen met een vertolking die het materiaal overstijgt.
Met de rest van de cast is het jammer genoeg iets fletser gesteld.
Jeff Bridges krijgt niet de sappige slechterikrol die hij verdient,
Terrence Howard is een verwaarloosbare sidekick en
love interest Gwyneth Paltrow voelt zich net iets minder
op haar gemak in dit soort nonsens dan haar tegenspeler. Al een
geluk dat ‘Iron Man’ Robert Downey Jr. en zijn bijzonder aanwezige
ringbaardje geen moment uit het oog verliest. Het is zijn show en
hij brengt het geweldig.

Een iets meer bekwame actieregie en een iets minder rommelig
verhaal (de derde akte hangt er maar losjes aan) hadden van ‘Iron
Man’ een (sub)topper kunnen maken. Nu blijft het bij een degelijke
en glossy verpakte (de technische snufjes zijn dolletjes), maar
iets te routineuze start van een wellicht zeer lucratieve
franchise. De reden waarom je toch constant het gevoel hebt dat je
naar een geslaagde en clevere blockbuster zit te kijken, is zo goed
als uitsluitend de verdienste van Robert Downey Jr., die met één
schuine grijns en een vat vol sarcastische, cynische en ironische
oneliners meer opwinding en plezier veroorzaakt dan alle
oorverdovende speciale effecten en pyrotechnics samen. Hopelijk
vergeten ze dat niet bij het maken van de ‘bigger, faster and
louder’- sequel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 1 =