Man Man :: Rabbit Habits

Tom Waits, Frank Zappa en Captain Beefheart. Voilà, dat zijn de namen die vrijwel automatisch over de tongen rollen wanneer Man Man ter sprake komt. Niet zo verwonderlijk: het tamelijk getikte zestal uit Philadelphia maakte de voorbije jaren op diverse podia furore als een uitgelaten stelletje rommelige gromberen met avant-gardistische trekjes. Net als… Yep.

Na twee even puike als schandalig over het hoofd geziene platen op Ace Fu (Pinback, Secret Machines, Tunng,…), maakte Man Man de overstap naar het grotere Anti-label (Tom Waits, Nick Cave & The Bad Seeds, Marianne Faithful, Tricky,…). Een doorbraak bij het grotere publiek zit er dus aan te komen, maar niet alleen dankzij de platenmaatschappij. Op Rabbit Habits laten frontman Honus Honus (een pseudoniem, gelukkig) en de zijnen namelijk de avant-garde wat meer links liggen en gaan ze voluit voor een toegankelijker geluid. Minder Zappa, meer Waits. Rabbit Habits is Man Mans popalbum.

Vooruitgeschoven single "Top Drawer" deed het al vermoeden: Man Man klettert en rammelt nog steeds als een overbevolkte grootkeuken, maar het mag allemaal iets makkelijker in het oor liggen. Het resultaat is fantastisch. Denk aan Rain Dogs van Waits gespeeld door punkers met oog voor detail en een voorliefde voor niet-alledaagse instrumenten. Zo is in "The Ballad Of Butter Beans" een hoofdrol weggelegd voor glockenspiel en xylofoon. Een gitaar is in geen velden of wegen te bespeuren, maar desondanks draaft het nummer door als het snelste van The Ramones.

Meer kinderlijk enthousiasme en bezopen percussie in opener "Mister Jung Stuffed" dat met zijn onweerstaanbare nonsensrefrein meteen de toon zet voor wat komen zal. Het guitige "Doo Right" bijvoorbeeld, dat klinkt als een pianoprobeersel van een apestonede Paul McCartney tijdens de opnames van de dubbele witte. Ook als er geëxperimenteerd wordt, is het resultaat steeds poppy. "El Azteca" doet iets vreemds met gemanipuleerde vocals en lonkt stilletjes naar The Residents, maar heeft wel een van de aanstekelijkste melodieën van de hele plaat.

Hadden we het al over Man Mans bittere en dikwijls misantropische teksten gehad? Die zijn namelijk ook niet mis, al vergt het vaak wel opperste concentratie om ze te ontcijferen. In "Big Trouble", dat begint als een treurig begrafeniswalsje maar al vlug ontaardt in een carnavalesk kermisnummer, gaat het refrein van "You walk like a man but you talk like a fool / You strut like a stallion but you fuck like a mule". Imposant nummer, dat spreekt.

En dan moet het beste nog komen. Single "Top Drawer", wellicht het beste dat de band tot nog toe heeft uitgebracht, is het eerste deel van een indrukwekkend drieluik dat Rabbit Habits afrondt. In iets meer dan acht minuten vertelt "Poor Jackie" het verhaal van een vrouwelijke seriemoordenaar ("There ain’t no God here as far as I can see") en met de lang uitgesponnen afsluiter "Whalebones" eindigt de plaat groots maar atypisch op een serene, jazzy toon.

’t Is een welkome rustpauze voor een bij momenten hyperkinetisch plaatje dat schijnbaar makkelijk in het oor ligt, maar door de onderhuidse spanning toch veel energie vreet. Met Rabbit Habits heeft Man Man voor het eerst de tomeloze drift van zijn optredens op tape kunnen vatten, met zijn beste album tot gevolg. Nu al in uw platenwinkel, binnenkort in de Botanique. Gaat dat zien!

Man Man speelt op 17 mei op Les Nuits Botanique in Brussel. Vetiver en The Teenagers doen het voorprogramma.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 3 =