Some Say Yes Some do Less + Mister Heavenly :: 30 november 2011, Charlatan

Beetje vreemde combinatie, daar in de Gentse Charlatan woensdagavond: eerst de strakke riffrock van Some Say Yes Some Do Less, daarna de zogenaamde doom wop van Mister Heavenly. Ondanks de ene tang op dat andere varken, maakte het niet uit: beide bands moesten niet voor elkaar onderdoen.

Some Say Yes Some Do Less moet één van de meest verrassende verhalen in de Belgische rock zijn. Jarenlang ploeteren in de marge met I Do I Do kreeg Jonas Tournicourt immers niet klein; na het splitten van die groep begon hij gewoon zijn eigen project, en dat blies deze zomer moeiteloos alle herinneringen aan wat vooraf ging weg; Can Not Be Played In Mono is wat ons betreft de Belgische rockplaat van het jaar.

Lang geleden immers dat we nog eens zulke strakke riffs hoorden en zo’n krachtige sound onze speakers hoorden uitblazen. In een tijd waarin alles pas straf klinkt als het wat orkestraal mag, is het een verademing om twee gitaren, een bas, een drum en een orgel een indrukwekkende geluidsmuur te horen optrekken. En dat gebeurt ook vanavond op het podium van de Charlatan; in omstandigheden die ongetwijfeld verre van ideaal zijn om de gelaagde gitaartapijten van op plaat te reconstrueren, wordt nog meer op kracht gespeeld.

Al is het bij opener “EZG” — deels postrock, deels “The End” van The Doors — nog wat zoeken naar een juiste klankbalans. Maar vlammen doet het. “Evry” schiet met vuur in de ogen uit de startblokken: wat een riff, wat een power. Twintig jaar geleden zou het de “grunge”-stempel gekregen hebben, maar dat doet deze groep tekort; alsof postrock ondertussen niet is gepasseerd. Some Say Yes Some Do Less brengt een fascinerend spel van kracht en dynamiek.

Wat ook opvalt is de wendbaarheid van de groep. “Filidra” is bijna dansbaar, terwijl gitaarmelodieën soms bijna zanglijnen op zich zouden kunnen zijn, zoals in “Strail” dat beukt en blijft beuken. Het doet beseffen dat er nooit genoeg van dit soort rock kan zijn; dat de riff buiten de metal te lang ondergewaardeerd is. Het is niet te laat voor dat eerherstel; en laat Some Say Yes Some Do Less uw gids zijn.

En dan is het tijd voor wat met hier en daar met tromgeroffel aangekondigd wordt als een “supergroep”. Dat zulks heel veel kan betekenen, mag vanavond duidelijk zijn: Michael Cera, het bekendste groepslid van Mister Heavenly maakt niet eens vast deel uit van de band, en heeft zijn faam toch vooral aan filmrollen als ultieme indienerd in Juno en Scott Pilgrim vs. The World te danken. De drie andere heren verdienden hun sporen bij Man Man, Modest Mouse en Islands, ook niet meteen bands die zomaar het Sportpaleis uitverkopen.

Integendeel: zelfs de Charlatan vol krijgen, blijkt een onmogelijke opdracht, maar omdat dit de eerste show van hun Europese tour is, hebben de mannen er zichtbaar toch behoorlijk veel zin in. Opener “Mister Heavenly” klinkt nog wat slordig, er moet nog wat gezocht worden naar het juiste ritme, maar de vrolijke stamper “I Am A Hologram” en het heerlijke fiftiesriedeltje “Hold My Hand” steken onverbiddelijk het vuur aan de lont. Met Honus Honus (uit Man Man) heeft de band een overenthousiaste zanger-keyboardist in de rangen die met zijn hamerend spel de songs vooruitstuwt, en daarmee ook het hele optreden naar een hoger plan tilt.

Al zou dat in zijn eentje ook niet lukken: de jongensachtige, nasalere vocals van frontman en gitarist Nicholas Thornburn (Islands, The Unicorns) vormen het perfecte tegengewicht voor de grommende rasp van Honus Honus, en het is een plezier om het samenspel tussen de twee gade te slaan. Zelden zagen we een band zich zo amuseren als tijdens de Cody Chesnutt-cover “Look Good In Leather”, en ook de vingerknippende meezingers “Charlyne” en “Pineapple Girl” (met hoekige drums) worden van een hoogst aanstekelijke schwung voorzien.

Zo’n supergroep hoeft dus niet zomaar een willekeurige opeenstapeling van beroemdheden te zijn: in het geval van Mister Heavenly wordt net het beste in de bandleden naar boven gehaald (het ietwat sullige baswerk van Cera niet meegerekend), en ondanks het lichtjes gimmicky opzet van de band (er wordt nogal opzichtig aan all things fifties en sixties gerefereerd, en vingeroefeningen als “Reggae Pie” zijn niet veel meer dan wat spielerei) was dit optreden vooral een klein uurtje pretentieloos indievertier. En dat mag ook wel eens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =