Quinn Walker :: Laughter’s an asshole / Lion land

De eerste generatie hippies geloofde nog ergens in, althans voor een tijdje. Maar eens de weed opgerookt was en de henna afgespoeld, kwam de orde van de dag er aan. Sandalen werden ingeruild voor leren schoenen en bloemenkleedjes transformeerden tot mantelpakjes. Geld en idealen gingen niet samen.

De huidige generatie ziet het duidelijk anders. In de documentaire The Eternal Children mogen Devendra Banhart, CocoRosie en compagnie dan wel als wereldvreemde dromers met de fantasieën van onschuldige kinderen voorgesteld worden, hun portefeuille zit netjes in de broekzak van een bankier. Zowel Banhart als Bianca Casady hebben immers een eigen platenlabel dat het vooralsnog goed doet.

Op beide labels verschijnen uiteraard in de eerste plaats gelijkaardige artiesten en bevriende bands. Nadat Voodoo Eros (Casady’s label) eerder al Metallic Falcons (met Sierra Casady), Diane Cluck en Bunny Rabbit uitbracht, is het nu aan Quinn Walker om zijn debuut uit te brengen. Voor geen kleintje vervaard speelde hij niet alleen bijna alle instrumenten zelf in op zijn kamertje maar gooit hij er ook meteen twee cd’s tegen aan. Al is het maar de vraag of dat zo een goed idee was.

Walker is geen artiest die onmiddellijk iedereens harten zal veroveren. Daarvoor is zijn mix van rammelende folk, psychedelica en vreemde experimenten te grillig en te dubbelzinnig. De nummers op Laughter’s an asshole bijvoorbeeld roepen zowel bewondering als misprijzen op. De hommages aan stokoude country, folk en blues klinken even oprecht als gekunsteld. Veelbelovende starts en goede ideeën lopen verloren in de stortvloed van probeersels en gezochte wendingen die niet door iedereen gesmaakt zullen worden.

Waar artiesten als CocoRosie en Devendra Banhart ondanks alles hun publiek toch nog bij het handje houden en los van alle bizarre gewaarwordingen continu de luisteraar in het oor fluisteren dat ze bij hen veilig zijn, zet Walker alle deuren van de perceptie wagenwijd open waarna het aan de luisteraar is om er het zijne van te denken — of net niet natuurlijk. De essentie blijft blues en folk, alleen baadt alles in een vreemd soort waanzin. Laughter’s an asshole is een folkie op een wel heel intense acid trip.

Wie hoopt of denkt dat Lion’s Land beter te verteren is, is er aan voor de moeite. "Capital Punishment" laat alle conventies achter zich en maakt meteen duidelijk dat Walker zonder afspraken of houvasten nog meer van de pot gerukt, maar ook nog genialer klinkt. De folk van de eerste plaats moet geregeld de baan ruimen voor avantgardistische uitstapjes en gefriemel met elektronica allerhande. Jammer genoeg betreedt hij hiermee ook (te) onbekend terrein en weet zelfs hij geregeld niet meer van welk hout pijlen maken.

Lion’s Land is een overbodige maar ook interessante plaat geworden. Want ze maakt duidelijk dat er in Walker een uitstekende songschrijver schuilt die zich nog te vaak verliest in spielereien en nodeloos gefriemel. Meer nog dan op Laughter’s an asshole verzuipen de goede ideeën (onder andere "By The Riverbank", "Let Freedom Ring", "Warm In The Sun – Worn In The Sun", "Lion Island") in onnodige experimenten die de plaat meer kwaad dan goed doen.

Was het lef, hoogmoed of pure zelfoverschatting die Quinn Walker liet besluiten om meteen met twee heel diverse platen te debuteren? Het album zelf geeft daar geen uitsluitsel over. De kans is bovendien heel groot dat u Lion’s Land volledig links zal laten liggen en al uw aandacht richt op Laughter’s an asshole, nochtans ook geen gemakkelijk plaatje. Dat is een begrijpelijke en verstandige keuze. Maar geef ze toch maar allebei voldoende luisterkansen want Walker mag dan wel geen gemakkelijke klant zijn, hij weet wel hoe een nummer — hoe vreemd ook — in elkaar zit.

Quinn Walker treedt op 15 mei op in het Koninklijk Circus, samen met CocoRosie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =