Counting Crows :: Saturday Nights & Sunday Mornings

Waar waren Counting Crows gebleven? Diep in de beginjaren van goddeau was er nog wel eens een album geweest, maar daarna werd het stil rond de groep. Live-albumpje hier, best ofje daar: de vele stopgaps leken slechts aan te geven dat de groep zo goed als op apegapen lag. Na zes jaar stilte is er dan toch een opvolger, zij het dat het maar om een bescheiden terugkeer op het voorplan gaat.

Wat er was gebeurd? Na de schijnbaar eeuwigdurende tour ter promotie van dat laatste Hard Candy en de aansluitende stopgaps was het tijd voor frontman Adam Duritz om eindelijk eens languit plaats te nemen op de divan van een psychiater en zijn vele psychologische problemen in de ogen te zien. Conclusie: een dissociatieve persoonlijkheidsstoornis (Duritz: "het komt er op neer dat het leven niet echt lijkt. Het is alsof ik er geen deel van uitmaak") werd vastgesteld en hij begon langzamerhand dan toch weer songs te schrijven.

"So if you see that movie star and me/If you see my picture in a magazine/Or if you fall alseep by the bedroom tv/Honey, I’m just trying to make soms sense outta me" (Los Angeles): conform de titel valt Saturday Nights & Sunday Mornings in twee helften uiteen en wat doet een mens op zaterdagnacht? "Zondigen", aldus Duritz. Saturday Nights is dan ook gewijd aan alle nachtelijke geneugten: foute seks, geweld, te veel drank en de spijt die daar dan vaak op volgt.

Het mocht eens goed scheuren en dus werd oude bekende Gil Norton (Nirvana, Pixies,…) aan boord gehaald voor de opnames. Het geluid maakt meteen ook een sprongetje in de tijd, terug naar Recovering The Satellites, die andere plaat waar Norton aan meewerkte. Dat is te horen aan de manier waarop de gitaren lekker gruizig klinken in de vlammende opener "1492" waarin Duritz een kinderrijmpje naar zijn hand zet tot een donker verhaal over zelfverlies in een oppervlakkig nachtleven.

Zit het geluid goed en krachtig, dan is het middelmatigheid troef wat het songschrijven betreft. "Sunday" klinkt als flauwe Sheryl Crow, "Hanging Tree" is zéér doorsnee Counting Crows-middle of the roadrock met wel nog een aangenaam catchy refrein, maar de manier waarop het matige "Los Angeles" met een banaal "it’s a really good place to find yourself a taco" besluit, is ronduit onnozel. Slechts een memorabel moment op deze helft: een heerlijk ronkend "Insignificant" dat net iets te veel weg heeft van zijn broertje "Have You Seen Me Lately?" van op Recovering… maar passons: we zijn halverwege Saturday Nights & Sunday Mornings al lang blij dat er eens een vonk van leven merkbaar is.

Op een stevige zaterdagnacht volgt zonder uitzondering de kater van de volgende dag. Beterschap moeten we dus niet verwachten. Met de hulp van Iron & Wine en Josh Ritterproducer Brian Deck sleept de band zich door en aantal ingetogen nummers die dat doodverveelde, halfverdoofde gevoel van een wazige zondagochtend muzikaal net iets te goed weten te vatten. Persoonlijkheidsloos, zijn nummers als "Washington Square" of "On Almost Any Sunday Morning" onderling inwisselbaar. Nog een relatieve uitschieter hier: "You Can’t Count On Me" een grimmige afrekening met voorbije liefdes en de kwalijke rol die Duritz daar zelf in speelde.

"Come Around" zorgt nog voor een opflakkering voor het einde, maar het verdict is dan al lang duidelijk. Met alle harde nummers vooraan en de trage naar achteren geduwd is Saturday Nights & Sunday Mornings het soort plaat waar een mens zich een half uur na afloop al niets meer van herinnert. De grote triomfantelijke terugkeer van Counting Crows werd dit dus niet, eerder een bescheiden binnenkomst zonder veel gedruis. We wippen ’s zaterdagavonds graag even binnen op een feestje bij Adam Duritz, maar we blijven zeker niet meer doorzakken tot zondagochtend.

Counting Crows speelt op 2 juli in de AB in Brussel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + twintig =