Clark :: Turning Dragon

Boem. Paukeslag. Daar ligt alles plat. De Britse elektronica-artiest Clark gaat op zijn nieuwe plaat Turning Dragon genadeloos tekeer. Niets blijft overeind staan. Razen rennen razen rennen razen rennen razen rennen razen rennen razen rennen. Stop!

Het moet maar eens gedaan zijn met Franse dancehegemonie, dacht Chris Clark bij het maken van zijn nieuwe album. Alsof enkel Vitalic, Sebastian en Justice moddervette beats uit hun laptop kunnen toveren. Niet dus. Waar Clark op zijn vorige platen nog moeite had met het vinden van een eigen gezicht — er werd hem steeds verweten een buigzaam derivaat van Aphex Twin en Autechre te zijn —, heeft hij dat nu duidelijk gevonden. Het blijkt een behoorlijk smerig smoeltje te zijn dat smalend grijnst naar al die criticasters, om vervolgens onverbiddelijk hard toe te slaan.

Turning Dragon neemt een aanvang "waar alle begrippen vallen". De vierkwartsmaat regeert, de noise assisteert en de razernij persisteert. Op het album is de invloed van andere artiesten nog steeds hoorbaar, maar wordt die zodanig vervormd dat hij nog moeilijk te achterhalen is. Zo vertoont "Violenl" sporen van Radioheads "How To Disappear Completely" en knipoogt "Volcan Veins" nadrukkelijk naar Masters At Work. Al laten beide nummers vooral een eigen geluid horen: smerige drumcomputers en ritmeboxen die voortdurend door stevige stroomstoten geplaagd worden. Nergens wordt er gas teruggenomen. Clark gaat meedogenloos op zijn doel af: werkelijk iedereen op de dansvloer krijgen. Zelf spreekt hij niets voor niets van zijn "club album full of energy dancefloor tracks."

Met de hoofdtelefoon op, wordt Turning Dragon pas helemaal interessant. Dan merk je dat er veel meer diepgang in de nummers zit dan bij collega’s T. Raumschmiere en Alter Ego, voor wie het vaak volstaat enkel de luidste te zijn. Clark onderscheidt zich door een latente gelaagdheid met oog voor details; een subtiel funkgitaartje in "Truncation Horn", melodieuze ruis in "Gaskarth/ Cyrk Dedication", wispelturige ritmepatronen in "Ache Of The North… Wellicht zit Clarks Warp-opleiding hier wel voor iets tussen. Want daar komt niemand ongestraft weg met oppervlakkig geluidsgefriemel.

"Mercy Sines" is, naast het hoogtepunt van de plaat, misschien wel de ultieme hoofdtelefoontrack. Verwaarloosde synthesizers roepen de troosteloze melancholie van Boards Of Canada op, om niet veel later verminkt te worden door de ongenadige beat van het nummer. Het is weinigen gegeven om schuldeloze schoonheid zo’n wrange en bloederige nasmaak mee te geven. Ook bijzonder straf is "Truncation Horn", een uitstap richting minimal funk. Gevolgd door "For Wolves Crew", dat eerder de grenzen van de minimale techno opzoekt.

Aan het talent van Chris Clark hebben wij nooit getwijfeld. Dat de Brit echter een impetuoso plaat in de vingers had die de enge elektronicaniche met gemak overstijgt, hadden we niet zien aankomen. Maar meer nog dan een dreun in het aangezicht, is Turning Dragon een draconische plaat vol verhitte beats die het onverbiddelijk op de onderste ledematen gemunt heeft. Als zelfs razen en rennen geen zin meer hebben.

Clark speelt op 23 mei in De Nijdrop in Opwijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + twintig =