Phon°noir :: The Objects Don’t Need Us

"Almost pop but not quite", staat er te lezen op de website van Phon°noir. Maar met de omschrijving "Indietronics from Berlin" weet u via diezelfde site al heel wat meer. Matthias Grübel is een zoveelste Duitser die in de Morrtraditie warmte tracht te creëren vanuit kille klanken. Op The Objects Don’t Need Us viert een dromerige sfeer hoogtij.

Zijn ze dan nooit klaar met hun bliepende gestuiter, die Duitsers? Het is geen verwensing, eerder een vraag vanuit verwondering. Morr mag dan wel lichtelijk geïmplodeerd zijn de afgelopen jaren; het beste van wat het label dit decennium aan hoogwaardig muzikaal geknisper afleverde, draait des winters nog steeds in high rotation door onze woonkamer. Phon°noir zit niet eens bij Morr, voor alle duidelijkheid. Maar in die traditie… dat wel.

Het is een slaapkamerverhaal zoals er zovele bestaan. Grübel speelt in een groepje, maar begint daarnaast op eigen houtje te experimenteren met allerhande elektronica. Al snel verzeilt dat eerste groepje (Phonofix, voor de geïnteresseerden) naar de achtergrond en kan Grübel solo zijn gangen gaan. Voorafgegaan door enkele ep’s kwam daaruit begin 2006 het verrassende debuut Putting Holes Into October Skies voort. Op zijn tweede kiest Grübel nu voor een meer songgerichte aanpak en laat hij een teveel aan geluidsexperiment achterwege.

Mochten wij voor de Britse sensatiepers schrijven, we deden The Objects af als "vroege Styrofoam meets Malcolm Middleton". Dit is Styrofoams I’m What’s There To Show That Something’s Missing, maar dan heel wat minder lichtvoetig. En dat is niet een beetje te wijten aan de reutelende zang van Grübel. Hij moet met een knoert van een verkoudheid te kampen hebben gehad terwijl hij zijn teksten inzong, en het is niet onbelangrijk voor de plaat dat hij hier en daar vocale assistentie krijgt.

Zo wordt het statige "We Still Miss The Future" mee ingekleurd door Anna-Lynne Williams van Trespassers William. Zij gaat met haar backing vocals een soort conversatie aan met Grübel. Een piano en een handvol samples overgieten het geheel. In het triphopperige "My Paperhouse On Fire" zingt Marie-Sophie Kanske van het Duitse Transatlanticism dan weer een refreintje mee, toch blijft ook hier de hoofdrol weggelegd voor Grübel zelf.

The Objects Don’t Need Us ontplooit zich niet onmiddellijk aan zijn luisteraar, maar wie bereid is ten volle te luisteren (een koptelefoon kan van pas komen) ontdekt een wonderlijke verzameling van interessante geluidjes en mooie melodieën. Opener "The Figurines Are Moving" lijkt zich nog bedeesd in te houden, in "Climbing Up That Hill" laat Grübel de almost-popmelodie de vrije loop en sijpelen de kleinste geluidjes je oren in.

In zijn teksten is Grübel vaak al even mysterieus als de film die zijn muziek aan ons geestesoog voorschotelt. "We still miss the future we once had", klinkt het onder meer in de gelijknamige track. "I’d like to be so slow/ I could climb through holes in time/ I’d like to be so close/ I could sing through the wires that leads to your heart", gaat het dan weer plastisch in het sterke "Sing Through The Wires". "As Seen At The End Of The Mechanical Age" is — de saaie titeltrack daargelaten — de enige louter instrumentale track op deze plaat. Dit nummer klinkt meer recht door zee, alsof de stem de muziek hier niet tegenhoudt.

"Indietronics from Berlin," dus. Klinkt een beetje als bananen van Chiquita of als poetsvrouwen uit Polen. Laat u echter niet leiden door een vrees voor herhaling. Kwaliteit is kwaliteit en Phon°noir levert die met hartverwarmend slaapkamergeknutsel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =