Lars and the Real Girl




Wat moeten de producers van ‘Lars and the Real Girl’ een
driedubbele frons getrokken hebben, toen ‘Six Feet
Under’-schrijfster Nancy Oliver met haar ‘dit kan ze toch niet
menen?’-scenario kwam aankloppen. Een tragikomedie over een
schuchter kereltje die verliefd wordt op zijn via het internet
bestelde sekspop is nu eenmaal een behoorlijke tough sell
op papier. Maar zie, dertig draaidagen later en ondanks een verhaal
dat erg makkelijk de weg van een scabreuze sekskomedie had kunnen
inslaan (naughty visioenen waarin een Boratachtig figuur
downtown gaat bij een love doll, ze flitsen heel
even door het hoofd), is er een opvallend ingetogen fabel ontstaan
over eenzaamheid, de diepgewortelde trauma’s die ons de meest
bizarre dingen laten doen en the little help of our
friends
die het allemaal iets draaglijker moet maken. Rits de
broek maar terug dicht en maak kennis met de meest hartverwarmende
sekspop van het jaar.

Lars (Ryan Gosling alweer in bijzonder straffe doen) is een
vreemde, verlegen maar vooral sociaal onvaardige jongen die zich
heeft teruggetrokken in de garage van zijn broer (Paul Schneider
underact voorbeeldig) en overbezorgde schoonzus (Emily
Mortimer overact iets te enthousiast). Lars, die de dood
van zijn ouders nooit heeft kunnen verwerken, praat zelden,
vermijdt contact en gedraagt zich grotendeels als een verloren
gelopen autistje. Lastige vragen ontwijkt hij door braaf te
glimlachen, hij kruipt als een schilpad in zijn schulp wanneer
sprankelseutje Margo (een stralende Kelli Garner) hem aandacht
schenkt en voor de rest trekt Lars zich volledig terug in zijn
eigen wereldje, waar die zich ook mag bevinden. Tot hij aanklopt
bij zijn broer met het heuglijke nieuws dat zijn verloofde
gearriveerd is. Verrassend nieuws met een twist want de jongedame
in kwestie blijkt een sekspop te zijn die op het internet verkocht
wordt om mee te… euh, seksen. Maar Lars behandelt Bianca – zo
heet ze – als een echte vrouw van vlees en bloed. Op aanraden van
zijn psycholoog (een elegante Patricia Clarkson) speelt het dorp
het spelletje mee in de hoop om Lars, die duidelijk met ernstige
mentale problemen kampt, zo goed mogelijk op te vangen. En Bianca,
die wordt met open armen ontvangen door de gemeenschap.

Verwachtingen zijn cruciaal bij het bekijken van ‘Lars and the
Real Girl’. In tegenstelling tot de absurde premisse en
gedeeltelijk toch ook de promotiecampagne – die dit blijkbaar wil
verkopen als een romantische komedie – is deze indie (ver
verwijderd van high profile-independents zoals ‘Juno’, maar dichter bij
het vaarwater van fijne kleintjes zoals ‘The Station Agent’ en
‘Junebug’) een sobere dramedy die voor elke gniffel wel
twee in tristesse gewentelde emoties opwekt. Begrijp me
niet verkeerd, ‘Lars and the Real Girl’ is ook een luchtig kleinood
dat het zeker niet zal laten om wat humor uit het dankbare concept
te halen (verwacht echter geen makkelijke en platvloerse moppen),
maar het is ook een kwetsbaar en intimistisch portret van een
geïsoleerde man die een wel heel bijzondere en originele therapie
heeft gekozen om zijn diepste angsten en grootste trauma’s te
verwerken. Op die manier bewandelt ‘Lars and the Real Girl’ een
niet altijd even strakke koord tussen een lichtvoetige en sombere
toon, maar dankzij een clever script, een substantiële betekenis en
geloofwaardige personages werkt het wel.

Achter de ironisch getinte titel (dat is al de tweede deze week,
na ‘Happy
Together’
) schuilt een aangename oncynische toon die door
hardnekkige cynici alleen maar als naiëf zal gezien worden.
Toegegeven, de manier waarop de inwoners van het dorp zo vlotjes
meegaan in het wereldje van Lars is niet bijster geloofwaardig
(enkel zijn eigen broer lijkt er wat problemen mee te hebben), maar
regisseur Craig Gillespie en Nancy Oliver zijn duidelijk niet
geïnteresseerd in een satirische dissectie van een goedbedoelende
gemeenschap (even spotten met een pastoor die zich afvraagt wat
Jezus zou doen in een soortgelijke situatie kan nog net) en spelen
het, net zoals hoofdacteur Ryan Gosling, met een gladgestreken en
oprecht gezicht. Hoe vergezocht en moeilijk te slikken het
uitgangspunt ook mag zijn, het wordt relatief serieus en zonder
knipogen gebracht en dankzij de nuchtere aanpak van de regisseur en
een subtiel geconstrueerd scenario is de sprong in het universum
van Lars dan ook een stuk gemakkelijker. Het komt niet zo ver dat
je het allemaal gelooft, maar je gelooft wel dat Lars en zijn
omstaanders erin geloven.

Het helpt natuurlijk dat Lars zelf vertolkt wordt door één van
de meest getalenteerde jonge acteurs van het moment. Ryan Gosling
(ooit Young Hercules met een Get Readykapsel) brak een paar jaar
geleden een beetje door met de verkeerde film, het snotterfestijn
‘The Notebook’,
maar het zijn de vertolkingen in ‘The Believer’, ‘Half Nelson’ en
‘Stay’ die
blijven hangen en zijn reputatie als up and coming man
blijven bevestigen. Gosling is indrukwekkend als Lars en overstijgt
de goedkope tics (achter het zenuwachtig geknipper van de ogen en
het onwennige gedrag schuilt een getroebleerd en gebroken hart)
door het personage met evenveel respect te behandelen als de
regisseur en scenariste. Wat op zich niks meer lijkt dan een
typisch disfunctioneel typetje (hij draagt een foute snor en loopt
rond in wat de versleten kleren van zijn overleden vader zouden
kunnen zijn) zonder echte diepgang, bloeit open tot een schat van
een personage dat je onmiddelijk met een troostende knuffel en een
aai over het kopje in een induffeldekentje wil steken. De eerste
kennismaking met Bianca is spannend giechelen, maar de wandeling in
het bos vertedert en wanneer Lars tussen eeuwig verdriet en geluk
staat te wankeldansen op een feestje, waar iedereen bijzonder lief
is tegen Bianca, breekt het hart in duizend stukjes. Allemaal omdat
Gosling het zo overtuigend, sympathiek (check die pretoogjes!) en
ook bijzonder genuanceerd vertolkt. Gelieve hem zo snel mogelijk te
ontdekken, want straks droppen ze hem in die onvermijdelijke maar
ook onpersoonlijke blockbuster en is het wellicht gedaan met dit
soort kleine maar tegelijk grootse rollen.

Uiteindelijk beklijft ‘Lars and the Real Girl’ niet zo hard als
je het eigenlijk zou willen – daarvoor blijft het allemaal net iets
te braaf en te vluchtig – maar minder dan charmant en
tenentintelend vertederend wordt het ook nooit. Het is een bizar
koppel, Lars en zijn aan een rolstoel gekluisterde sekspop met
half-Brazilaanse en half-Deense roots, maar net zoals de droevige
weemoed en het hoopvolle optimisme van de film, lopen ze mooi hand
in hand.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + elf =