There Will Be Blood




157 min.

Vijf jaar is het al geleden dat Adam Sandler tussen zijn
woedeuitbarstingen door Emily Watson binnendeed in de bizarre
romantische komedie ‘Punch-Drunk Love’.
Sindsdien werd het akelig stil rond wonderkind Paul Thomas
Anderson, de onredelijk getalenteerde schrijver-regisseur die nog
voor zijn dertigste verjaardag al twee kleine meesterwerkjes op z’n
cv mocht zetten: de ensemble-films ‘Boogie Nights’ en
‘Magnolia’. Het
enige dat we na ‘Punch-Drunk Love’ nog
van hem vernamen, was dat hij een zieke Robert Altman bijstond
tijdens de opnames van ‘A Prairie Home
Companion’
. De fans kunnen echter gerust zijn – Anderson heeft
zich tijdens die sabbatjaren schijnbaar ergens teruggetrokken op
een verlaten eiland om er héél grondig na te denken over zichzelf,
zijn carrière en de wereld, en hij is als herboren teruggekeerd om
‘There Will Be Blood’ te maken, zijn beste film tot nu toe. Waar
‘Boogie Nights’
en ‘Magnolia’
vooral een ongelooflijk begaafde showman aan het werk toonden, die
wonderlijke dingen kon doen met een camera en met de emoties van
zijn publiek, zien we in ‘There Will Be Blood’ een volwassen,
rijpe, geduldige cineast, die minder Sturm und Drang voelt
om zijn talent te bewijzen, maar op een zelfverzekerde, methodische
manier op zijn doel af gaat.

Daniel-Day Lewis levert een zoveelste tour-de-force af
als Daniel Plainview, een zilvermijner die zich aan het begin van
de 20ste eeuw weet op te werken tot oliebaron. Dankzij
een goed zakeninstinct en een meedogenloze ambitie om de beste, de
grootste en de rijkste te worden, slaagt Plainview er in om het op
enkele jaren tijd tot één van de meest succesvolle onafhankelijke
olieboorders in Amerika te schoppen. Zijn reputatie groeit, en zo
komt hij op een dag in contact met Paul Sunday, die hem weet te
vertellen dat er op de ranch van zijn familie in Zuid-Californië
zwart goud te vinden is. Plainview aarzelt geen moment en koopt zo
gauw hij kan de ranch en al het land errond op. Het blijkt de
coup van zijn leven: onder de grond steekt een “oceaan van
olie” en Plainview is definitief op weg om één van de rijkste en
machtigste mannen van de staat, zoniet het land te worden. Maar
zijn zakensucces heeft een verschrikkelijke prijs: de oliebaron
raakt steeds meer vervreemd van alles en iedereen (inclusief zijn
eigen zoon), en steeds meer raakt hij verstrikt in zijn eigen
misantropie. “Ik haat de meeste mensen,” zegt hij op een bepaald
moment – zonder erbij te vertellen of hij zichzelf daarbij
uitsluit. “Ik wil genoeg geld verdienen om me van hen niets meer te
moeten aantrekken.”

Op z’n meest basic niveau is ‘There Will Be Blood’ het
verhaal van de morele ondergang van een rijkeluis, enigszins
vergelijkbaar met de thematiek van ‘Citizen Kane’. Een man
die de hele wereld vergaart, maar zijn ziel verliest. Bij Kane ging
dat per ongeluk – trauma’s uit zijn jeugd en de corrumperende
kracht van het geld maakten een leeg mens van hem. Bij Daniel
Plainview valt het te betwijfelen of er ooit wel iets menselijks in
hem heeft gezeten. Hij heeft maar één ambitie: het beter doen dan
àlle anderen. Hij verdraagt niemand boven zich – concurrenten zijn
er om vermorzeld te worden, niet om mee samen te werken, tenzij ze
naar zijn pijpen dansen. In vrouwen lijkt hij nauwelijks
geïnteresseerd, zijn familieachtergrond blijft de hele film lang
erg vaag en zelfs zijn zoontje lijkt eerder een rekwisiet dat hij
gebruikt om mensen waarmee hij zaken wilt doen te vertederen. Hij
geeft om niets of niemand, behalve om zijn ambitie vooruit te
raken, méér te hebben, rijker te worden. Het voornaamste conflict
in ‘There Will Be Blood’ is dat tussen hem en Eli Sunday
(schitterend gespeeld door Paul Dano), de plaatselijke predikant
die graag al eens op lichtjes theatrale wijze een demon of twee
placht te verdrijven in zijn kerk. Eli is de enige in het dorp die
evenveel invloed uitoefent op de gemeenschap als hij. Plainview
vertegenwoordigt een dogmatisch kapitalisme (Geld über Alles) en
Eli een dogmatisch christendom (God über Alles), allebei trekken en
sleuren ze aan de ziel van het dorpje, allebei proberen ze de
mensen voor hun kar te spannen. Geen wonder dat die twee in een
ware doodsstrijd verzeild raken – Plainview wil niemand boven zich
hebben, zelfs God niet.

Het gevolg is dat Plainview de hele film lang bezig is elk
laatste restje menselijkheid in zichzelf te vermoorden. Hij raakt
aan de top, ja, maar aan de top is niemand anders terug te vinden.
Hij is steenrijk, ja, maar hij is van nature niet in staat om van
dat geld te genieten. Hij heeft alles en hij heeft niets.

Stilistisch kon ‘There Will Be Blood’ niet verder verwijderd
zijn van de twee films waar Anderson bekend mee werd, ‘Boogie Nights’ en
‘Magnolia’. Geen
grote ensemble cast, geen continu bewegende camera, geen hectisch
tempo of extreme emoties. Ditmaal krijgen we een bewust traag
verlopend, zeer zorgvuldig getimed historisch drama. We krijgen
statische shots, één hoofdpersonage dat de hele film moet dragen en
een onderkoelde toon – het is pas tijdens de onvergetelijke
eindscène dat Daniel Day-Lewis zich eindelijk eens mag laten gaan
en een tirade mag afsteken waar filmnerds eindeloos uit zullen
kunnen citeren (“I drink your milkshake!”). De muziek doet
sterk denken aan die uit Kubricks ‘2001’, en ook op andere
vlakken roept ‘There Will Be Blood’ herinneringen op aan diens
oeuvre. Niet alleen was het idee van de geleidelijke
ontmenselijking van een personage één van Kubricks vaste thema’s,
maar ook het lijzige ritme en de zorgvuldig gekadreerde shots
zorgen voor een sterke Kubrickiaanse sfeer. Dat ‘There Will Be
Blood’ zonder blozen naast het werk van de Kubemeister mag
staan, is zowat het grootste compliment dat ik de film kan
geven.

Het siert Anderson dat hij een andere richting durft in te gaan.
Het is niet de eerste keer dat hij een trage film maakt (ook zijn
debuut ‘Hard
Eight’
, dat veel te weinig mensen hebben gezien, ging maar
langzaam vooruit), maar zijn naam wordt wel continu geassocieerd
met opgefokte, hevig gechargeerde drama’s – Robert Altman, maar dan
met meer gehuil. ‘Punch-Drunk Love’ toonde
al aan dat hij iets anders wilde, en met ‘There Will Be Blood’
maakt hij die belofte helemaal waar: Anderson is gekalmeerd, maar
is daarom zeker niet minder efficiënt geworden als
verhalenverteller. In ‘Boogie Nights’ en
‘Magnolia’ stak
hij je hart vol dynamietstaven om het stante pede te doen
exploderen met de kracht van zijn personages en emoties. Hier
begint hij aan het begin van zijn film geduldig aan je hart te
beitelen en tegen de tijd dat er 157 minuten gepasseerd zijn, heeft
hij het net zo goed helemaal aan gort geslagen. Ja, de film is
lang, maar die twee en een half uur glijden opmerkelijk zachtjes
voorbij, met een onontkoombare spankracht. ‘There Will Be Blood’
moest gewoon zo lang duren, ik kan me geen enkele scène
voor de geest halen die er uit had gemogen.

En bovenop dat alles krijgen we nog twee absoluut briljante
acteerprestaties ook: Daniel Day-Lewis is fantastisch als
Plainview. Hij weigert om zijn personage ook maar een beetje
sympathiek te maken, maar hij weet, gewoon door zijn lichaamstaal,
het publiek er wel continu aan te herinneren dat Plainview wél nog
steeds een mens is. Een slecht mens, maar toch. De slechts
23-jarige Paul Dano (eerder al in ‘Little Miss Sunshine’)
is ook indrukwekkend als Eli Sunday – zie hem gaan tijdens zijn
fireball sermons! De enige kritiek op zijn aanwezigheid in
de film is dat hij, ondanks het voorbijgaan van de jaren in het
verhaal, nooit ouder lijkt te worden. Wat eerder een fout is van de
make-up afdeling dan van hem.

‘There Will Be Blood’ werd zo positief ontvangen door de
Amerikaanse pers dat hij bijna niet anders meer kon dan
teleurstellen. Maar I’ll be damned, ze hadden gelijk: dit
is een meesterwerk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 12 =