De in 2024 gepubliceerde graphic novel Le Cas David Zimmerman, die regisseur Arthur Harari samen met zijn broer Lucas schreef en illustreerde, ligt aan de basis van L’Inconnue – een moeilijk te doorgronden psychologische thriller met een tot de verbeelding sprekend concept.
In de film vertolkt Niels Schneider een fotograaf die geobsedeerd is door het verleden en met z’n analoge camera de veranderingen in de Parijse voorsteden vastlegt. De man leidt een teruggetrokken bestaan in zijn flat, maar wordt op een avond toch op sleeptouw genomen door vrienden die hem meenemen naar een gemaskerd bal. Daar maakt hij in de uitgelaten menigte oogcontact met een raadselachtige blondine (Léa Seydoux), waarna de twee zich in een kelder overgeven aan elkaar. Luttele seconden later wordt de eenzaat echter wakker in het lichaam van de geheimzinnige vrouw.
Het aan de Franse kunstschilder Jean-François Debord opgedragen L’Inconnue trok de aandacht op het 79e filmfestival van Cannes, waar de prent verdeeldheid zaaide bij pers en publiek. De bedrieglijk eenvoudige pitch heeft iets weg van een kruising tussen It Follows en het biologerende Under the Skin. Het uitgangspunt lijkt wel ontleend aan een goedkope komedie in de stijl van Freaky Friday, maar Harari (co-scenarist van de Gouden Palm-laureaat Anatomie d’une chute) geeft er toch vooral een eigen draai aan. De zowel sombere als intense sfeerschepping die onder de huid kruipt schuurt dicht aan bij de surrealistische wereld van David Lynch, maar roept evenzeer herinneringen op aan Michelangelo Antonioni’s Blow-Up. Verder lijkt het wel alsof de onderwerpen die het oeuvre van de Canadese regisseur David Cronenberg altijd hebben getypeerd (met name diens exploratie van de menselijke conditie en fixatie op de ontmanteling van het lichaamsbeeld) als een geest doorheen de film spoken. Hoe relaties een element vormen waaruit de sociale werkelijkheid is opgebouwd, is dan weer een sleutel die z’n oorsprong vindt in het werk van criticus en filosoof Jacques Derrida en er zijn zeker echo’s van Roland Barthes’ idee over de ongrijpbare essentie van beelden.
Los van deze referenties ontvouwt L’Inconnue zich tot een fascinerende karakterstudie over fysieke en emotionele desoriëntatie, waarin de genderwisseling – en het onvermogen om het eigen lichaam te beheersen – een welhaast Kafkaiaanse dimensie krijgt. Het body switch-gegeven wordt aangewend om vragen op te roepen over identiteit en existentialisme. Het dient als instrument dat aantoont hoe de morele stabiliteit wordt aangetast en het lichaam nog slechts een omhulsel wordt dat herinneringen en verlangens herbergt.
Met zijn beperkte narratieve structuur en dialogen die tot het strikte minimum worden herleid, weigert L’Inconnue eenduidige antwoorden te bieden of veel te verklaren. Eerder is het een kille beschouwing die met zijn doortastende mise-en-scène de toeschouwer steeds meer in z’n greep houdt. Een gevoel dat nog wordt versterkt door een obsederend pianothema van Andrea Poggio (die ook de muziek componeerde van Arthur Harari’s
voorgaande prent Onoda) dat nagenoeg de hele film domineert. Daarnaast ontving Léa Seydoux veel lof voor haar rol die wordt geprezen als één van de meest indrukwekkende uit haar omvangrijke carrière. De veelzijdige actrice weet de beslotenheid van een man die gevangen zit in een vrouwenlichaam (haar ademhaling is zwaarder en ze loopt tevens op een andere manier) met griezelige precisie weer te geven. Dit belet evenwel niet dat de film gaandeweg wat verstrikt dreigt te geraken in z’n eigen plot en het geduld van de kijker daarbij soms op de proef wordt gesteld – al weegt dit allerminst op tegen het gevoel van mysterie en vervreemding dat te allen tijde intact blijft.



