eels :: Useless Trinkets :: B-Sides, Soundtracks, Rarities and Unreleased

Universal, 2008

Onverlaten die beweren dat een aan de binnenkant gesimoniseerde
hersenpan noodzakelijk is om met doordacht songmateriaal voor de
dag te komen, hebben duidelijk het werk van eels hun grijze
breinmassa nog niet laten infecteren. In het hoofd van Mark Oliver
(‘E’) Everett huizen wredere monsters dan in de rangen van de
politieke peutertuin van de Octopusgroep, maar de man temt z’n
demonen met elke song die hij aan het papier toevertrouwt. Deze
modus operandi tegen mentale chaos duurt nu al meer dan een woelig
decennium met twee heuglijke gevolgen: E is nog steeds niet
volslagen gek of leeggeschreven en de wereld is een impressionant
oeuvre rijker. Om een welluidende kers op die 10 jaar te zetten
brengt eels twee verzamelaars uit. Wie het genoegen nog niet
gesmaakt heeft om de beste songs van de band te ontmoeten, kan zijn
heil vinden in een behoorlijk voorspelbare best of (hoewel wij u
eerder de ondertussen fel afgeprijsde studioplaten aanraden,
afgeronde verhalen die idealiter in een keer worden geconsumeerd).
Omdat die songs echter al een plaatsje hebben veroverd in de
platenkast van menige melomaan, laten we liever inkt vloeien over
het minder bekende broertje van ‘Essential eels Vol.1’: ‘Useless
Trinkets’ doet z’n naam iets te veel eer aan dan goed is en vormt
dan ook enkel voer voor hardcore E-adepten die geen noot van de man
onbeluisterd willen laten.

Universele, oprechte emoties door een prisma van verschillende
stijlen en stemmingen: vele bands streven ernaar, maar het is
slechts weinigen gegeven om met deze aanpak een geloofwaardige
discografie neer te poten. ‘Beautiful Freak’ vormde in de dorre
nineties een bevreemdend tegengif voor pseudo-suïcidale grunge,
waarna ‘Electro-Shock Blues’ het thema van zelfmoord wel als een
touw rond onze nek stevig aanspande. De man met de zeis had stevig
huisgehouden in de familie van E, maar op ‘Daisies Of The Galaxy’
werden de dode mussen en innerlijke tumoren ingeruild voor
springlevende roodborstjes en een joie de vivre waartoe niemand
Everett nog in staat zag. ‘Souljacker’ ging op het ingeslagen pad
verder, maar dan met ronkende gitaren in plaats van glorieuze pop
en na ‘Shootenanny’, het enige album van Eels dat op
middelmatigheid te betrappen valt, vond E dat de tijd was
aangebroken voor een onbetwistbaar magnum opus. Blinking Lights &
Other Revelations
is een op muziek gezet dagboek met geen
voetnoot te veel of te weinig dat de gedroomde dwarsdoorsnede van
E’s gevoelswerelden vormde. Zonder kapsels waarmee wij onze vloer
nog niet zouden dweilen (Tokio Hotel) of porties slijmerige bombast
dat enkel in door Jerry Bruckheimer geproduceerde rom-coms tot zijn
recht komt (Keane), triomfeerde eels een decennium lang en het is
dan ook jammer dat het niveau van deze verzamelaar niet recht
evenredig is met de output van de band. Waar de weesjes van Tom
Waits terecht werden opgevangen op het in 2006 verschenen Orphans, telt
‘Useless Trinkets’ net iets te veel stinkende mottenballen die
beter in de kast waren blijven zitten.

Zo bieden de herwerkingen van vele classics geen meerwaarde.
‘Novocaine For The Soul (Live From Hell)’ is nog een lillende
versie van hun eerste en enige echte hit, maar de Moog Cookbook
Remix van dat nummer had E beter in zijn onderste schuif laten
zitten. Hadden ook beter het licht niet gezien: de Michael Simpson
remix van ‘Your Lucky Day In Hell’, een niet kapot te krijgen
ballad (maar Simpson doet wel erg z’n best met fletse hiphopbeats),
de snedige rockversie van ‘I Like Birds’, verschillende
registraties van ‘My Beloved Monster’ en een compleet overbodige
alternatieve versie van ‘Dog Faced Boy’. Wel terecht van onder het
stof gehaald: ‘Susan’s Apartment’, dat de fundamenten van ‘Susan’s
House’ molesteert met een zware bas en strategische scratches en de
alternatieve versie van ‘Souljacker Part I’ die bewijst dat een
klassesong geen distortion behoeft om te overtuigen.

Het zijn echter de covers en enkele onuitgebrachte parels die bloed
door deze verzamelaar pompen. Zo zullen de versies van ‘Dark End Of
The Street’ (van James Carr) en ‘The Cheater’s Guide To Your
Heart’, twee bloedmooie ballads noir vol hunkerend testosteron en
oestrogeen dat zich nooit meer met elkaar zal verstrengelen,
ongetwijfeld voor hypertensie zorgen bij elke verstokte
melancholicus, waarna het titelnummer het eerste schijfje op
indrukwekkende wijze laat nazinderen. ‘Useless Trinkets’ is het
soort weemoedig popminiatuurtje met een glazige schijn maar
blinkend hart waardoor we zoveel jaren geleden voor eels gevallen
zijn.

De twee Prince-covers op ‘Useless Trinkets’ zijn ook niet toevallig
hoogtepunten. Everett is een grote fan van de man wiens gestalte
omgekeerd evenredig is met zijn talent en de versie van ‘If I Was
Your Girlfriend’ is er niet naast. Pop, giftige noise en vage funk
gaan namelijk een triootje aan dat Dennis ‘Black Magic’ Burkas
nooit meer zal verfilmen. ‘I Could Never Take The Place Of Your
Man’, de allerlaatste bis van hun legendarische optreden in Town
Hall, ontroert dan weer met zwierige strijkers en een vermoeide E
van wie de stem duidelijk de sporen draagt van het lange
touren.
50 nummers, goed voor 150 minuten muziek: ‘Useless Trinkets’ valt
allesbehalve een armtierig residu van een glorieus decennium
songschrijverij te noemen, maar de immer onvoorspelbare E had toch
beter iets minder kwistig met kwantiteit omgesprongen. De
muziekminnende omnivoor zal vast en zeker z’n gading vinden op de
rommelmarkt die eels op deze verzamelaar uitstalt, maar de
kieskeurige anderen zullen het materiaal wellicht als te
onevenwichtig ervaren om de honger te stillen. Laat u door ‘Useless
Trinkets’ echter niet met een kluitje in het riet sturen: wie lang
genoeg rondstruint in de lichtjes gekke, maar wonderbaarlijke
wereld van E, gaat immers onverbiddelijk voor de bijl.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − elf =