Cass McCombs :: Dropping The Writ

Domino, 2007

Cass McCombs is een fenomeen. Zijn levenswijze zou men orakelig
kunnen samenvatten als “Wat er is dat weet men niet, maar wat men
weet dat is er niet”. McCombs maakte reeds twee platen – ‘A’ en
‘Prefection’ – die door het grote publiek nog niet gekend zijn,
maar bij de notoire muziekliefhebber al veel stof hebben deden
opwaaien. Ooit was hij gitarist bij niemand minder dan Will Oldham,
wellicht beter bekend als Bonnie ‘Prince’
Billy
, maar sinds enkele jaren is McCombs het solopad
ingeslagen. enola volgde dat pad van kruimels en lichtende
voetsporen en kwam uit bij een dijk van een plaat: ‘Dropping The
Writ’. Het album vertelt het verhaal van zijn omzwervingen door een
toch wel duister sprookjesbos, maar kan even goed opgevat worden
als een aanklacht tegen de steeds toenemende industrialisatie in de
Verenigde Staten. Aan u de keuze!

Opener ‘Lionkiller’ grijpt meteen naar de keel. Een riff – ratelend
als een waterslang aan de oevers van de Mississippi, waar deze
singer/songwriter opgroeide – blijft nog uren nazinderen. McCombs’
klagerige stem stuwt dit nummer naar een hoger niveau, een ideale
opener als voorbode voor wat komen zal. ‘Pregnant Pause’ verheldert
meteen waarom sommigen hem de bastaardzoon van Neil Young noemen.
Ingetogen luistermuziek, de perfecte soundtrack na een avondje
doorzakken met een goed glas wijn. Niemand hoeft McCombs te
vertellen hoe het goed het leven kan zijn. De kale muzikale
begeleiding van dit nummer legt nog maar eens de nadruk op het feit
dat hij een begenadigd tekstschrijver is. Er ontzweeft een
weemoedige mondharmonica uit de leegtes van de song, en McCombs
laat zijn klaagzangen weerklinken als een echo.

Het derde nummer is ook de eerste single van de plaat. ‘That’s
That’: een riedel op basgitaar waar Alex Callier jaloers op zou
zijn, vervolledigd door de heerlijke falsetstem van de Amerikaan.
Het is een erg Radio 1-vriendelijk nummer, dat nogal veel doet
denken aan een kruising tussen Elliott Smith en Morrissey. Een
langzaam opgebouwde intro, twee strofes, refrein, wederom twee
strofes, refrein, een mooie dromerige bridge, die dan prachtig
wegebt. Soms moet een nummer niet meer zijn.

Wat volgt is het bloedeerlijke ‘Petrified Forest’. Op melismatische
wijze bezingt McCombs zijn liefde voor de simpliciteit van het
leven. “No means yeees!” roept hij vol overtuiging in een
song die voor de rest weinig soeps is. Door de betrachting deze
complexiteit met klem te ontkennen, bevestigt hij zijn eigen geest
en natuur die het soms grondig beu is om slechts in één lichaam
gevangen te zitten. Van een psychologisch profiel gesproken.
‘Morning Shadows’ duurt nog geen drie minuten en is McCombs’ ode
aan de Peer Gynt-suite van Edvard Grieg. Vertwijfeld zingt hij
met vele hoogtes en laagtes over de natuur, zijn eigen winterslaap
en de schaduwen die over hem neerdalen wanneer hij opstaat. Het
voor ons interessantste nummer op de plaat kreeg de naam ‘Deseret’
(wederom een dekselse woordspeling). McCombs’ stemmingwisselingen
worden perfect voorgesteld: het ene moment nog rustig kabbelend,
een paar seconden later rammend op een Hammondorgel, nog enkele
seconden verderop in volle samenzang. Dit is Cass McCombs ten top.
‘Deseret’ heeft veel weg van de vroege Thom Yorke ten tijde van
‘Pablo Honey’.

Een van de weinige up-tempo nummers is ‘Crick in my Neck’, dat erg
opzwepend van start gaat en vervolgens blijft teren op datzelfde
catchy begin. Desalniettemin blijft het een sterk nummer, dat op
het einde blijft naspinnen met een wispelturig herhalen van
lettergrepen. Zo krijgt de gehele song een apocalyptisch karakter.
‘Full Moon or Infinity’ doet erg veel denken aan de recente
‘gitaargetokkelplaten’ van sir Paul McCartney. Gelukkig geeft
McCombs’ hoge, gebalde gekir het nummer nog een extra dimensie.
McCombs mijmert over het leven in de ruimte en stelt deze
retorische vraag in de titel voor als ‘zijn leven slijten op de
volle maan, of een bestaan vol oneindigheid’, als ware het de Jack
Kerouac van de Amerikaanse muziekscene.

In ‘Windfall’ scheert McCombs hoge toppen met zijn ijle geschreeuw
en gaat hij als het ware zingend als de ruisende wind de toekomst
tegemoet. Een song die blijft beklijven tot de laatste tonen zijn
uitgestorven. Afsluiten doen we in stijl met ‘Wheel of Fortune’,
waarin hij het lot tart door de relativiteit van de wereld in vraag
te stellen. Het nummer vormt een ideale afsluiter – met
complimenten voor de drummer en ritmesectie van zijn
begeleidingsband, die ‘Dropping The Writ’ het einde geeft dat het
verdient. Langzaam uitdijend met een jamsessie is McCombs al lang
van het toneel verdwenen, klaar voor nieuwe avonturen.

Nu Cass McCombs zijn odyssee naar het oneindige heeft voortgezet,
kan u mee op zijn tocht. Treed in zijn voetsporen en verkondig de
leer van zijn geloof. Uw reisgids voor de tocht van uw leven heet
‘Dropping The Writ’. Een ideaal cadeu voor onder de kerstboom.
Gedaan met die kerstening (heeft u hem?) en u slaat een nieuw
tijdperk in: de periode van het McCombsisme.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =