Coheed and Cambria :: Good Apollo, I’m Burning Star IV, Volume Two :: No World for Tomorrow

Columbia, 2007

Nu ’emo’ tijdens scheldpartijen op het gezellige speelplaatsje van
uw plaatselijke school iedere achteloze voorbijganger rond de oren
gezwierd wordt, nu Fall Out Boy zowat het bekendste exploot is bij
de puberende jeugd en ronkende namen als Fugazi of Rites of Spring
tussen de plooien van het collectief geheugen verzand lijken te
zijn, uitgerekend nu kent de meest verassende emo-band van de
laatste jaren (sorry Sparta) meer aanhang
dan ooit. Slaat u er het aantal hits op hun MySpace maar eens op na. Ons gaat u geen moord of
brand horen schreeuwen, Coheed and Cambria kan zich met recht en
reden een topper in het genre noemen. En willen we heel compleet
zijn, uit nog een aanzienlijk aantal andere: progressieve rock,
post-hardcore en, we verzinnen dit niet zelf, art rock om er maar
enkele te noemen. Aan hokjesdenken doen deze New Yorkers dus niet
mee. Want zeg nu eg zelf: hoeveel bands kent u wiens platen
steevast rond hetzelfde epos draaien en, nog veel uitzonderlijker,
hoeveel bloedserieuze bands maken daar dan nog eens een stripreeks
rond?

Eentje maar, dunkt ons, en ze deden het tot dusver met verve. Het
sprookje van Coheed and Cambria ving aan in 1995, toen nog als
Beautiful Loser, en nu, 12 jaar later, breien ze met ‘Good Apollo,
I’m Burning Star IV, Volume Two: No World for Tomorrow’ het vierde
en op één na laatste deel aan hun huzarenstuk. De muziek is niet de
beste tot dusver, maar ze hebben er ook ditmaal een bevreemdend
spektakel van gemaakt. ‘Ze’, dat zijn nog steeds Claudio Sanchez,
Travis Stever, Micheals Todd en nieuw, in een wereld die niet op
zijn kop staat, de fenomenale Chris Pennie (The Dillinger Escape
Plan
) aan de cimbalen, maar wegens een hoop contractuele
ellende toch uiteindelijk maar Taylor Hawkins, jawel die van
Foo Fighters!
Hawkins doet echter zijn stinkende best en past wonderwel in de
geoliede machine. Zijn sobere drumstijl plaatst Stever en Sanchezs
gesoleer zelfs nadrukkelijk op het voorplan. Zo komt het dat ‘No
World For Tomorrow’ meer Pink Floyd bevat dan z’n voorgangers, ‘On
the Brink’ is zelfs eventjes een angstwekkend goeie Gilmour, zoals
‘The Final Cut’ dat op de voorganger in feite ook al eenwas. Maar
Pink Floyd is er om Pink Floyd te spelen en Coheed and Cambria is
er om gewoon zichzelf te zijn,. Net dit lijken ze op ‘No World for
Tomorrow’ af en toe wat het oog verloren te zijn, en ze hollen soms
wat achter hun beste vorm aan.

Een aantal niemendalletjes, ‘The Fearing’ om er maar eentje te
noemen, lijken wel erg goed op ander én beter werk, maar een plaat
van deze jongens zullen we wel nooit naar de pijnbank verwijzen.
Sanchez piept en schreeuwt wederom z’n zieltje bloot, er valt op
z’n minst een interessante lick te rapen, en de organische
productie is om vingers en tenen bij af te likken. Pluim dus voor
Nick Raskulinecz (Rush, Danzig, Ministry) die zich zo stilletjes
aan een reputatie aan het bijeenscharrelen is. En aan straf
materiaal nog steeds geen gebrek: we denken ‘Mother Superior’, een
betoverend mooie Gilmour-met-een-hoek-af, ‘The Hound (of Blood and
Rank)’, een vleugje tachtiger jaren Iron Maiden met een toefje
Coheed, maar ook ‘Radio Bye Bye’, zoete ear candy met
poppy aandoend refreintje. En wie het allemaal maar als
teringherrie klinken vindt, kan zijn hartje nog altijd ophalen aan
de boeiende verhaallijn doorheen de nummers. Waar wacht u nog
op?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 13 =