Neil Young :: Chrome Dreams II

Herstellen van een hersenbloeding, zestig worden … het doet Neil Young allemaal niets. Onze favoriete Canadese Amerikaan heeft geen zittend gat en dus is er alweer een volgende plaat. Chrome Dreams II is het vervolg op een verloren plaat uit de jaren zeventig, maar houdt de sterke lijn van de laatste twee Neil Youngs niet aan.

Ooit, in een ver verleden, toen de hippies geen grootouders waren en de drugs nog werkten, had Young de plaat Chrome Dreams op stapel staan. Ergens tussen september 1975 en november 1976 nam hij vroege versies op van “Pocahontas”, “Will To Love”, “Powderfinger” en andere nummers die later op platen als American Stars ’n Bars terecht zouden komen. Toen waren ze echter bedoeld voor een plaat die als Chrome Dreams werd aangekondigd, maar nooit verscheen. Meer dan een gefezeld begrip in Young-kennerskringen is de plaat nooit geworden, tot in de jaren negentig een proefpersing de kop opstak en de weg naar de bootleggers vond.

Waarom Young het net nu nodig acht met een Chrome Dreams II af te komen, is dan ook een groot raadsel. Er is geen hint naar een inhoudelijke link. Het enige wat de twee platen bindt is een stilistische verscheidenheid die het geheel een rafelig patchworkkarakter geeft: van een ingetogen countryballad naar een epische rocker geeft dit vervolg op iets wat nooit geweest is een idee van hoe breed Youngs palet wel is.

Dat klinkt mooi in de praktijk. Maar Chrome Dreams II is helaas een grotendeels vaal lappendeken geworden: wat ooit helder blonk, is nu maar een schijn van zichzelf. Wat overblijft, is een sfeer van vergane glorie. De veelzijdigheid is hier vooral een oefening in Neil Young-zijn, zonder dat de songs veel gloed afgeven.

Chrome Dreams II opent zelfs met een regelrechte draak. ”Bluebird” is schmalzerige, nostalgische pap die Young onwaardig is. Daarna wordt het niet veel beter. ”Boxcar” is een moedeloos voortstappend nummer, “Shine A Light” een vermoeide hymne die Young twintig jaar geleden niet eens aan de band had durven toe te vertrouwen. En dan hebben we het nog niet eens over de banale hippie-ismen van “The Believer” en “Ever After” gehad, of “Dirty Old Man”: doordeweekse caférock die zo muf ruikt dat we ons een setje mottenballen hebben aangeschaft.

Grote uitzondering is het langgerekte “Ordinary People”, dat live al twee decennia meegaat maar pas nu op plaat werd gezet. Achttien minuten lang schetst Young het leven van de gewone Amerikaan over een gruizige rocktrack die doet terugdenken aan de liveplaat Weld: het is een lange cocktail vol opwinding, oprechte woede en bekommernis, nog meer kracht ingeblazen door een kopersectie. Het was lang geleden dat Young nog zo’n straf nummer uitbracht, en het is zelfs een beetje zonde dat het in deze ondermaatse context moet staan blinken. Bijna ook goed: “Spirit Road” heeft nog iets van de aangenaam wegrockende Young, net als het ook al uitgerekte “No Hidden Path”, dat eindeloos soleert zoals we dat kennen van “Powderfinger” en “Down By The River”.

Met afsluiter “The Way” haalt Young er ook nog eens een koor bij, iets dat hij op zijn laatste platen al vaker deed, maar dat hier compleet misplaatst is. Net zoals er wel een reden geweest zal zijn om de oorspronkelijke Chrome Dreams zo lang niet uit te brengen, was ook deze versie beter in de kluizen blijven liggen: de nummers zijn op een uitzondering na nog niet klaar en kunnen wel enige rijping verdragen. Jammer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − een =