Jeffrey Lewis :: 12 Crass Songs

Een folkjongen die de radicaalste aller punkbands onder handen neemt, op papier lijkt het idee net zo weinig slaagkansen te hebben als Bart De Wever als federaal premier, maar het resultaat is verrassend indrukwekkend. 12 Crass Songs is een mooi eerbetoon aan het anarchisme als muzikale voedingsbodem.

"Love, peace and freedom, what was Crass, but now knows better."

Met die bittere groet zette Crass in 1984 een punt achter een zeven jaar durende radicale strijd. Negen jaar later leerde eerstejaarsstudent Jeffrey Lewis de muziek van de Britse punkers kennen. Hij was onmiddellijk verkocht, wat niet zo verwonderlijk is, Crass kent namelijk zijn gelijke niet. Waar andere punkbands zongen over anarchisme, bracht Crass het in de praktijk: de band was militanter dan alle anderen en haalde zijn ideologische inspiratie evengoed bij het pacifisme uit de jaren zestig als bij de gekende anarchistische theoretici. En anders dan andere punkbands, durfde Crass muzikaal buiten de lijntjes kleuren. Was debuut The Feeding Of The 5000 nog behoorlijk rechttoe rechtaan, met Penis Envy, amper vier jaar later, werd er volop geëxperimenteerd met geluidscollages, afwijkende songstructuren en noem maar op.

Hoewel Crass nooit de erkenning gekregen heeft die het verdiende, bleek de aanpak van de band bij momenten te werken: de groep werd het onderwerp van een debat in het Britse lagerhuis en de fraai vormgegeven platen gelden in het wereldje als standaardwerken. Toch is het niet slecht dat het werk opnieuw onder de aandacht gebracht wordt, zeker niet wanneer dat gebeurt door een antifolkie als Jeffrey Lewis.

De poëtische treurnis die, vaak gecamoufleerd onder een flinke laag gitaarwerk, op het originele werk aanwezig was, komt hier helemaal tot uiting. Zo is het moeilijk niet stil te worden van "I Ain’t Thick, It’s Just A Trick". De muziek van Crass vindt in de bewerking van Jeffrey Lewis de hippie-inslag terug die in de oorspronkelijke uitvoeringen verloren is gegaan, ondanks de aanwezigheid van de zogenaamde idealen van de jaren zestig bij de punkband.

Luister naar "Where Next Columbus?", een afrekening met de grote ideologen van de vorige eeuw en hoor hoe Lewis het nummer uitkleedt en met het nodige gevoel voor dramatiek opnieuw opbouwt. Veel van de kracht dankt die nieuwe invulling aan de stem van Helen Schreiner. Zij zorgt er niet alleen voor dat de vrouwelijke kant van Crass aanwezig blijft, dankzij haar toedoen is 12 Crass Songs bovendien een warme plaat geworden.

Het meest opmerkelijk is de uitvoering van "DEMOnCRATS", dat een bijna religieuze inslag heeft. Lewis neemt de ziel van het werk van Crass en geeft het een omkadering die je niet onmiddellijk met de anarchistische pamfletten — want dat zijn de nummers — zou associëren. Die nieuwe context geeft echter aan de songs een frisse wind die ze toegankelijk maakt voor, zeg maar, niet-punkers en anderen die afgeschrikt worden door de muzikale felheid van Crass.

Uiteraard is 12 Crass Songs een vreemde carrièrezet, om dat woord maar eens uit de kast te halen, zelfs voor een antifolkie, maar het is een gedurfde zet. Crass uitbenen en naar eigen goeddunken opnieuw vormgeven, is een risicovolle onderneming, waar Jeffrey Lewis uitstekend in geslaagd is. Hopelijk krijgt ’s mans oeuvre mettertijd net zo’n onverwoestbare status als dat van Crass.

"What vision is left and is anyone asking?"

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + vier =