Je moet het de moeilijk te catalogeren prent L’Espèce Explosive nageven dat er een behoorlijke dosis lef nodig is om de kijker voortdurend tegen de haren in te strijken en ook nog eens te verwachten dat die bereid is om zomaar van het ene sfeerregister naar het andere over te schakelen. Lef – en een mooie sfeeropbouw – is dan ook de voornaamste kwaliteit van deze film die het midden houdt tussen een sinister drama en een absurde komedie.
De plot lijkt op die van een doorsnee politiethriller – of erger, een aflevering van Flikken of Baantjer. Ergens in het rurale Frankrijk loopt de strijd tussen jagers en lokale landbouwers uit de hand en slaan de stoppen door waardoor er een plaatselijke notabele neergeschoten wordt. De dader verdwijnt, aangenomen wordt dat hij dood is. Een jaar later wordt een Corsicaanse politieman na een tuchtstraf overgeplaatst naar het dorpje en zijn komst, net als die van een psychologe die het politieteam moet bijstaan, veroorzaakt heel wat ophef in de kleine gesloten gemeenschap.
Tot daar het conventionele aspect aan L’Espèce Explosive, want wie zich verwacht aan speurwerk en een botsing met de stadsmentaliteit, komt toch wel een beetje bedrogen uit. Het verhaal is immers de springplank voor een film die werkelijk alle richtingen uitgaat en zich nog het best laat lezen als de expressie van de gekwelde psyche van de weinig sympathieke protagonist, iemand voor wie we bovendien als kijker ook weinig empathie kunnen opbrengen. De donkere en vaak dreigende atmosfeer die opgeroepen wordt, lijkt soms op een mengeling van Twin Peaks met het oeuvre van Fabrice Du Welz en dat van de stugge Bruno Dumont. Als dat u toch even de wenkbrauwen doet fronsen, dan bent u nog steeds maar half voorbereid op de excessen die hier worden opgevoerd. Om u een idee te geven: het laatste half uur zijn twee personages dusdanig onder invloed dat ook de film aan het zwalpen lijkt te gaan en nauwelijks nog enige coherente logica lijkt te vertonen. Dat klinkt als een recept voor chaos, maar het is opvallend hoe goed cineaste Sarah Arnold – die hier haar langspeeldebuut maakt – de zaken in de hand houdt. Ondanks de vele schijnbaar willekeurige zijwegen die de prent inslaat, ontstaat immers langzamerhand toch een vrij grimmige
bespiegeling over de menselijke aard. Vleiend is die niet: drift, emotie en eigenbelang primeren, maar je moet wel toegeven dat hier op bepaald verrassende wijze tot die eerder voor de hand liggende conclusie wordt gekomen.
L’Espèce Explosive valt nog het best te omschrijven als een uiterst weerbarstige prent die resoluut weigert om binnen de lijntjes te kleuren. Er zit voldoende filmisch vernuft achter om dat opzet ook waar te maken, maar ook weer niet genoeg om ons helemaal mee te slepen in deze voortdurend van toon wisselende nachtmerrie. Een buitenbeentje, dat is zeker, en daarvoor alleen al verdient de film de nodige lof en aandacht.



