Sleuth (2007)




Ik loop niet vaak nog echt gedeprimeerd uit een bioscoopzaal
naar buiten. Tienerabortussen, euthanasie, verkrachtingen,
trauma’s, oorlogen, Lieven Debrauwer, you name it: ik heb
al zóveel miserie op een cinemascherm zien passeren dat ik nergens
nog van wakker lig. Maar bij ‘Sleuth’ was het toch raak. Niet
alleen omdat regisseur Kenneth Branagh erin geslaagd was om één van
mijn favoriete films met zijn remake te ontdoen van alles wat dat
origineel zo geweldig maakte, maar ook – en dat is eigenlijk nog
erger – bij het besef dat zo goed als niemand in het publiek van
deze nieuwe versie dat origineel ooit gezien zal hebben. Branagh en
cohorten zullen vast wel een tik op de vingers krijgen van zeuren
zoals ik, die zich het meesterlijke verbale steekduel tussen
Laurence Olivier en Michael Caine herinneren, maar de doorsnee
cinemaganger, die nooit met een video of een dvd van de eerste
Sleuth’ gezegend
is geweest, zal nooit het verschil geweten hebben.

Bon, for the record dan maar: ‘Sleuth’ is gebaseerd op
een toneelstuk van Anthony Shaffer, dat voor het eerst werd
verfilmd door Joseph L. Mankiewicz in 1972, met de heer Olivier en
de heer Caine in de voornaamste rollen. Olivier speelde Andrew
Wyke, een steenrijke auteur van misdaadromans wiens vrouw een
relatie had met Milo Tindle, gespeeld door Caine, een middle
class man
van Italiaanse afkomst wiens financiële situatie op
z’n best twijfelachtig was. Wyke wist van de affaire af en maakte
niet eens bezwaar – zijn enige bedenking bij de situatie was dat
hij wel meteen voorgoed van zijn overspelige echtgenote af wilde
zijn, en haar niet opnieuw aan zijn deur wilde zien staan zo gauw
het geld op was. Daarom stelde hij Milo een deal voor: Milo moest
uit het huis van Wyke een partij kostbare juwelen stelen. Zo kon
hij met het geld dat hij daarvoor kreeg Wyke’s vrouw onderhouden,
terwijl de schrijver zelf het verzekeringsgeld incasseerde. Milo
stemde toe, maar dàn…

En zo waren we vertrokken voor een fantastisch buffet aan
schitterende plotwendingen en dialogen die knetterden van de
inventiviteit – de Engelse taal is zelden zo sappig en rijkgelaagd
aangewend als in de originele ‘Sleuth’. In deze nieuwe
versie blijft de basisplot behouden, maar ditmaal – alle
casting gimmicks nog aan toe! – krijgt Michael Caine de
rol die Laurence Olivier eerst speelde, terwijl Jude Law in de huid
kruipt van Milo Tindle. U dient daarbij helemaal van het lachen
achterover te vallen omdat Law eerder al de hoofdrol speelde in de
remake van ‘Alfie’, nog een oude
Michael Cainefilm. Jaja, die filmmakers, kapoenen die ze zijn.

Eigenlijk zou je een film als ‘Sleuth’ door twee verschillende
brillen moeten kunnen bekijken: als iemand die het origineel heeft
gezien, zit je onvermijdelijk continu te vergelijken – daar valt
weinig aan te doen. Maar ondertussen speelt ook wel het besef dat
dat voor maar weinig mensen het geval zal zijn, en ben je dus ook
een beetje verplicht om je af te vragen welke indruk een ‘Sleuth’-maagd van de
prent zal krijgen. ‘t Is een schizofreen gevoel, maar ik denk dat
ik er uit ben gekomen.

Gesproken vanuit de voorkennis van wat die eerdere film was,
scoort Branagh’s versie, ondanks het scenario dat werd gepend door
niemand minder dan Harold Pinter, een dikke nul. Deze nieuwe editie
is zo’n 50 minuten korter dan het origineel, en wat er daarbij
verloren is gegaan, is vooral de charme en menselijkheid van
Mankiewicz z’n versie. Al die messcherpe replieken (My dear
boy, I could copulate for England at any distance!),
de fijne
Britse humor en de subtiele manier waarop het klasseverschil tussen
Wyke en Milo continu werd aangekaart – dàt waren de dingen waar
Sleuth’ anno
1972 op dreef. En lang nadat de vele haarbochtwendingen van het
verhaal uit je geheugen waren vervaagd, waren het ook die dingen
die je je herinnerde. De versie van Branagh en Pinter is echter
koel en spartaans – in het eerste half uur zit af en toe nog wel
een geslaagde gag, maar de heerlijke spielereien zijn
nergens terug te vinden. De subtext over het klasseverschil wordt
er ditmaal met de voorhamer ingebeukt. (Het eerste dat de twee
personages doen, is de grootte van elkaars auto vergelijken, en ook
daarna noemt Caine Law ongegeneerd een spaghettivreter. ‘t Moet
zijn dat hij zich een beetje superieur voelt.) En waar je in het
origineel afwisselend sympathie kon voelen voor beide personages –
de bedrogen echtgenoot en de jonge wannabe – krijg je nu
twee even grote smeerlapjes op je brood, wiens lot je uiteindelijk
dan ook koud laat. Enkele belangrijke thema’s in de eerste film,
over een obsessie met het spelen van spelletjes en over de waarde
en functie van detectiveverhalen, komen eveneens helemaal te
vervallen. Dit is de fast and furious versie van ‘Sleuth’: sneller,
gebalder, cynischer, gemener, dommer en leger.

Maar goed, wat als je dat origineel nu niét hebt gezien (wat
voor ruwweg 99 % van u het geval zal zijn)? In dat geval geloof ik
dat je een onderhoudend, soms tamelijk geestig eerste uur gaat
zien, dat voor veel mensen onder de typische noemer “niet slecht,
maar je kunt evengoed wachten op de dvd” zal vallen. In ieder geval
gaat het goed vooruit en zijn de plotwendingen stevig genoeg om de
kijker bij z’n kraag te houden. Tot er dan het laatste half uur
komt, en het misgaat. Tijdens dat laatste deel wijkt het verhaal
plotseling ver af van eender wat dat ooit in het toneelstuk of de
eerste film zat, om ons een plottwist te geven die ongeloofwaardig
is tot op het belachelijke af. Niéts van wat er op het einde van
‘Sleuth’ gebeurt, is te verantwoorden door iets dat ervoor kwam.
(En, als ik dan toch stiekem weer even mag vergelijken met de
eerste versie van de film, vond ik het ook zonde dat zo’n
waanzinnig spannende derde akte overboord wordt gegooid.)

Caine en Law zijn respectievelijk erg goed en matig als Wyke en
Milo. Caine moest duidelijk veel meer zijn best doen toen hij 35
jaar geleden de Milo-rol speelde; hier teert hij eerder op
moeiteloos professionalisme. Maar hij is sterk als gefrustreerde
schrijver en slaagt er zelfs in om aan het einde zijn waardigheid
niet kwijt te raken. Jude Law dreigt soms dan weer over de top te
gaan als Milo – less is more, en een koele sneer kan soms
dieper snijden dan een geschreeuwde belediging.

Branagh heeft natuurlijk ook de setting gemoderniseerd – het
huis van Wyke is een schreeuwlelijke, minimalistisch gedecoreerde
nachtmerrie, waarin geen enkel normaal mens ooit zou kunnen wonen.
Felle lichten, kille, lege wanden en hallucinant lelijke design
meubelen domineren alles. Bovendien loopt Caine de hele film lang
rond met een afstandsbediening waarmee hij het hele huis kan
regelen: de lichten, verschuivende muren en aquaria,
beveiligingscamera’s, de lift, een trapladdertje dat plots uit het
plafond komt geschoven, ga zo maar door. Twee vragen: hoe kan het
dan zijn dat er zo weinig knopjes op dat ding staan? En wat doe je
in dat huis als de elektriciteit ooit uitvalt? Caine zou wellicht
niet eens meer in staat zijn om naar de wc te gaan.
Tricky.

De regisseur heeft zijn gebruikelijke roterende camerabewegingen
thuis gelaten, hoewel hij het niet kan laten om regelmatig door een
glas heen te filmen of zijn camera veel te lang op het scherm van
een security cam te laten rusten. Maar goed, dat soort van
pretentieuze gimmicks zijn hem vergeven: hij maakt
tenslotte veel ergere fouten.

De originele ‘Sleuth’ was een film die
smeekte om een deftige dvd-release, niet om een remake. Het enige
dat ik nu hoop, is dat deze nieuwe versie er eindelijk voor zal
zorgen dat die release er dan toch komt. Zo zal hij dan toch iets
positiefs hebben bereikt. Voor het overige kan ik ‘Sleuth’ 2007
niet eens aanraden aan wie de eerste film niet kent – daarvoor is
het laatste half uur veel te waanzinnig, en al wat er voor komt,
veel te banaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 11 =