The Jesus And Mary Chain :: Psychocandy (1985)

Een splinterbom. Een welgemeende Fuck You aan de George Michaels en Michael Jacksons van deze wereld. Een molotovcocktail van distortion die klinkt als gewapend beton. Psychocandy, het vlijmscherpe debuut van het onlangs herenigde Jesus And Mary Chain staat tweeëntwintig jaar na datum nog steeds zo stevig als de villa van Leo Delcroix.

We schrijven 1984. Stilaan raakt de new wave, het stijlvolle broertje van de punk, uitgeraasd. Tel zelf maar op: Ian Curtis is al enkele jaren dood, The Stranglers maken steeds inspiratielozere muziek en The Sisters of Mercy zijn verwikkeld in een bitse ruzie die hen uiteindelijk doet splitten. De hitparades worden bevolkt door groepjes als Duran Duran, Culture Club, Spandau Ballet en Kajagogoo, oftewel de New Romantics: vlotte posterboys die meer geld uitgeven aan haarlak dan aan hun niemand voor de borst stotende liedjes. Zelfs de Britse muziekpers ziet de zaken, ondanks de opkomst van groepen als The Cure en een jonge U2, somber in.

En toch zal één groep in 1984 het muzieklandschap grondig vertekenen, een blikseminslag die je misschien kan vergelijken met de opkomst van de rock-‘n-roll in de jaren vijftig, de punk in de jaren zeventig en de grunge in de jaren negentig. The Jesus And Mary Chain appelleert volledig aan de primaire driften van elke tiener met een puberteitscrisis.

De band, opgebouwd rond de Schotse broertjes Reid, pleegt als een volleerde kamikazepiloot een aanval op de goede smaak en trommelvliezen met een indrukwekkende, nooit eerder gehoorde wall of sound. Het is dat uitgekiende, piepende en overstuurde geluid van vooruitgeschoven single “Upside down” en debuutplaat Psychocandy (1985) dat als een magneet de aandacht trekt van pers, publiek, man, paard, kar, kortom van iedereen die de hitparade zo beu is als koude pap.

De broertjes Reid, aangevuld met bassist Douglas Hart en drummer/percussionist Bobby Gillespie — die niet veel later zijn eigen Primal Scream zal oprichten — hebben tonnen lef en blijken meesterlijke provocateurs te zijn. Hun live-concerten zijn een belevenis, met hun rug naar het publiek serveren ze twintig minuten loeiharde, withete noise waarna ze, elk concert opnieuw, hun instrumentarium volledig met de grond gelijkmaken.

Bovenal weten Jim en William Reid als geen ander hun gestolen invloeden — gaande van The Velvet Underground en The Stooges tot Phil Spector en The Beach Boys — om te buigen tot een uniek geluid dat én als een orkaan op de luisteraar inbeukt én superieure bubblegumpop omvat, een weerslag van niets minder dan dertig jaar popgeschiedenis. Want dat is de kern: onder die afschuwelijk piepende gitaren bevinden zich regelrechte juweeltjes van melodieën. Luister maar naar het feedbackloze “Just like honey” of de akoestische versie van “Taste of Cindy” (op Barbed Wire Kisses uit 1988), een song waar mindere goden een arm voor veil zouden hebben.

Psychocandy is letterlijk op elk vlak een schot in de roos: prachtige, loepzuivere melodieën worden gedrenkt in een prikkeldraadsound en fungeren als kapstok voor teksten die de zwalpende condition humaine van getroebleerde tieners tot op de millimeter juist evoceren. “I’m gonna run and find/ A place where I can hide/ Somewhere I can’t be found/ My little underground/ And it’s cold outside/ Gonna dance all night.”: onder de magische handen van de Reidbroeders transformeert zo’n banale tekst tot iets onwaarschijnlijk moois, alsof lood in goud verandert. Ook de single “You trip me up” is vintage Jesus And Mary Chain, net zoals op al hun latere werk stellen ze de roes van drugs gelijk aan de endorfinekick die je krijgt van verliefdheid, of beter: seks met een maanomgeven meisje. Love is the drug, inderdaad.

De invloed die The Jesus And Mary Chain had en heeft, valt haast niet te schatten. Zowat iedereen die in ’85 Psychocandy kocht, is later zelf met een groepje begonnen. Onder de schier oneindige lijst hele en halve epigonen vinden we klinkende namen als Pixies, Dinosaur Jr, My Bloody Valentine, Nirvana, Spiritualized en Black Rebel Motorcycle Club. De gebroeders Reid staan eveneens geboekstaafd als de authentieke uitvinders van de shoegaze, al zou die stroming pas vijf jaar later echt op kruissnelheid komen. En tegelijk is de band nog veel meer dan dat, zoals ze in 1987 bewezen met de opvolger Darklands, waar geen spoor meer van de beroemde feedback terug te vinden valt; of met het grotendeels akoestische Stoned And Dethroned uit 1994.

Munki, de voorlopig laatste plaat uit ’98, vat hun filosofie misschien nog het beste samen: de plaat opent met “I love rock and roll” en eindigt met “I hate rock and roll”. Of, zoals de heren het zelf omschrijven: “Er is niets ter wereld dat we liever doen dan in een groepje spelen, maar heel de business er rond kunnen we missen als kiespijn. Vandaar onze haat/liefdeverhouding met rock-‘n- roll.”

In ’99 splitte de band jammerlijk, maar kijk: twee maanden geleden kwam er een wonderlijke reünie op Amerikaanse grond en deze zomer toeren ze op enkele Europese festivals. Volgens de meeste recensies verkeren de broertjes Reid en co in bloedvorm, niet in het minst doordat schoon volk als actrice/sekssymbool Scarlet Johansson op het overzeese podium “Just Like Honey” kwam meezingen en doordat de herenigde band anno 2007 blijkbaar flink uit zijn debuutplaat put. Een groep die even legendarisch is als Nirvana of The Velvet Underground live aan het werk zien, het gebeurt niet elke dag. U zou al druk moeten bezig zijn met ofwel een vlucht te boeken, ofwel minstens, minstens, Psychocandy ergens te bestellen.

The Jesus And Mary Chain speelt op het Summercase-festival in Barcelona en Madrid, 13 en 14 juli. Staan ook op de affiche: Air, 1990’s, !!!’s, Bloc Party, LCD Soundsystem en OMD. Info: http://www.summercase.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − een =