Jarvis :: Jarvis

Een paar weken geleden werden we plots overstelpt door laaiend
enthousiaste, extatische besprekingen van ‘Jarvis’, het solodebuut
van ex-Pulp-frontman Jarvis Cocker. Stikjaloers waren we, want wij
zaten toen nog braafjes af te tellen tot de dag dat ‘Jarvis’ ook
voor gewone stervelingen in de winkels lag. Toen het dan eindelijk
zover was en we met trillende handen het schijfje in onze cd-speler
dropten, konden we een “Huh!?” niet onderdrukken. We begrepen
eerlijk gezegd niet waar al die superlatieven, loftuitingen en
lauwerkransen op sloegen, want wij waren na ‘onze eerste keer’ nog
niet echt onder de indruk.
Edoch, schoot het ons dan te binnen, toen we begin jaren ’90 ‘His
‘n’ Hers’ en ‘Different Class’ kochten van Pulp, duurde het toch
ook een tijd voor we echt ‘mee’ waren? En eens we de smaak te
pakken kregen, zijn we toch als een gek albums, verzamelaars,
singles en bootlegs beginnen te verzamelen van de Sheffieldse
groep? Welnu, de geschiedenis schijnt zich te herhalen, want ook nu
weer, een tiental luisterbeurten verder, blijkt dat Cocker erin
geslaagd is een plaat te maken die ons weet te raken en ons niet
gauw zal loslaten..

Men zou kunnen spreken van een comebackplaat, maar echt weg is
Cocker nooit geweest. Sinds de laatste Pulp-cd (‘We Love Life’ uit
2001) heeft hij songs geschreven voor Marianne Faithful, Nancy
Sinatra en Charlotte Gainsbourg, figureerde hij in een
Harry Potter-film, maakte hij deel uit van electroband Relaxed
Muscle
, presenteerde kunstprogramma’s en vorig jaar nog bracht
hij met Pulp-bassist Steve Mackey zelfs een mixalbum uit. Anno 2006
acht Cocker de tijd rijp om zijn plaats in de spots weer op te
eisen. Een eerste teken dat wees op een eventuele comeback kwam er
afgelopen zomer, toen Cocker ‘Running the World’ op MySpace
zwierde, een gloednieuwe song waarin hij ‘die twee Ieren’ (Geldof
en Bono) er in niet mis te verstane bewoordingen wilde op wijzen
dat een jaar na ‘hun’ Live8 nog steeds dezelfde klojo’s de wereld
regeren (en verkloten).

Nauwelijks enkele maanden later is er dus ‘Jarvis’, de plaat
waarmee hij weer aansluiting hoopt te vinden met de upper class van
de Britpop. Cocker kon hiervoor rekenen op de medewerking van oude
getrouwen Steve Mackey en Richard Hawley, gitarist tijdens de
laatste Pulp-tour en zelf ook een uitstekend singer-songwriter.
Maar de opmerkelijkste gast is ongetwijfeld Fat Truckers-drummer
Ross Orton. Een radicale breuk met het verleden is ‘Jarvis’ zeker
niet, want er staan genoeg songs op waarin echo’s weerklinken van
oude Pulp-songs. Maar Cocker pikt niet zomaar de draad weer op. Als
zanger en als songschrijver is hij er zeker niet op achteruit
gegaan. Integendeel, het verschil met de laatste (tamelijk donkere)
Pulp-platen zit hem eerder in de arrangementen. De songs krijgen
meer ademruimte, en geven de luisteraar veel minder dat beklemmende
gevoel dat ons soms overviel bij ‘This Is Hardcore’ en ‘We Love
Life’.

Na een korte, instrumentale intro begint de plaat met ‘Don’t Let
Him Waste Your Time’, een melodieuze (haast glorieuze) song die al
sinds de eerste luisterbeurt niet van onze hersenschors is weg te
branden. Ook van meet af raak was ‘Black Magic’, een naar
Cocker-normen felle song waarin een hoofdrol is weggelegd voor een
sample uit ‘Crimson & Clover’. Andere songs die ons snel wisten
te bekoren zijn het rockende ‘Fat Children’, het sinistere ‘Disney
Time’ en de zalige pop van ‘Tonite’. De rest van de plaat had een
beetje meer tijd nodig om door te dringen in ons (nochtans
behoorlijk vermemelde) brein. Maar als lichtjes van een kerstboom
die één na één aanfloepen, zo zagen we ook na elke nieuwe
luisterbeurt plots ‘het licht’ in ‘Heavy Weather’ (ver familie van
‘Something Changed’ uit ‘Different Class’), het sobere, indringende
‘I Will Kill Again’, en het aanvankelijk eerder onopvallende (want
misleidend simpele) ‘Baby’s Coming Back Again’.

De laatste parels die we bovenhaalden, songs die het in zich hebben
om uit te groeien tot ware classics, zijn het filmische ‘From
Auschwitz to Ipswich’ en afsluiter ‘Quantum Theory’, misschien wel
de donkerste song van allemaal, en diegene waarmee hij het dichtst
in de buurt komt van Scott
Walker
. Als uitsmijter – na een twintigtal minuten stilte –
volgt ook nog ‘Running the World’, de song die voordien alleen als
downloadsingle verkrijgbaar was. Niet dat het echt nodig was, want
we waren zo al meer dan in de wolken met deze verrukkelijke
plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − acht =