Jarvis

Nadat zijn groep Pulp in 2001 besloot ermee op te houden, trok
zanger en songschrijver Jarvis Cocker zich een tijdje terug in de
luwte. Hij was nog wel bezig met een aantal kleinere projecten hier
en daar, maar pas vorig jaar trad hij weer als popartiest voor het
voetlicht met een uitstekende soloplaat. Naar
aanleiding van dat album toert Jarvis (zijn familienaam heeft hij
in de coulissen gelaten) nu over het vasteland, afgelopen woensdag
streek hij neer in de Brusselse Ancienne Belgique.

Een goeie week vóór dat optreden stuurde Cocker via MySpace nog een
oproep de wereld in: voor een heleboel optredens, waaronder dat in
Brussel, was hij nog op zoek naar een voorprogramma. De eerste naam
die ons te binnen schoot als ‘passend bij Jarvis’ was die van Groep
Jezus, maar die band legde er een aantal jaar geleden jammer genoeg
het bijltje bij neer. Uit de honderden reacties die volgden op de
oproep koos Jarvis dan maar voor het Waalse
Ruacutane. Dit vijftal (vier heren en een dame)
bestaat sinds 2003, en mocht haar mooie, met elektronica
gelardeerde indiepop in oktober ook al voorstellen aan het publiek
dat voor The Veils naar de Botanique was afgezakt.
Woensdag kreeg de groep negen nummers lang de kans te bewijzen
waarom zìj en niet één van de vele andere kandidaten werden
uitgekozen als voorprogramma. We weten natuurlijk niet wat u er van
vond, maar wij zijn nagenoeg de hele tijd geboeid blijven kijken en
luisteren naar een rustige, evenwichtige en bijwijlen sprankelende
set, met als hoogtepunt een geslaagde cover van Otis Reddings
‘(Sittin’ On) The Dock of the Bay’. Vorig jaar bracht Ruacutane een
eerste e.p. uit bij Carte Postale (‘Interior Design’), later dit
jaar zou er een full cd moeten komen. Kortom: dat is wat wij
verstaan onder ‘een mooi vooruitzicht’!

Doet-ie het of doet-ie het niet? Gaat hij oude Pulp-nummers spelen
of niet? Een welbepaalde krant meende het antwoord al te kennen, en
verzekerde de fans dat Jarvis in de AB. zeker ook
‘zou grossieren in zijn oude hits’. Dat leek ons een beetje
verwonderlijk, want de hele tour al werkt hij nagenoeg dezelfde set
af, en dat zonder één nummer van zijn vroegere band te spelen. Dat
was ook woensdag niet het geval. Een oude hit of twee ware
misschien leuk geweest, maar wij vonden de prestatie van Cocker zo
al sterk genoeg. Waar wel af en toe variatie in zit, is de
begeleidingsband. Bij de muzikanten die woensdag het podium
betraden zaten dan ook geen Candida Doyle of Richard Hawley (te
druk bezig met zijn eigen solocarrière), wél trouw op post waren
ex-Pulp-bassist Steve Mackey en diens collega-producer Ross Orton
aan de drums.

Het eigenlijke optreden, bissen niet meegerekend, duurde ongeveer
een uur. Van de elf songs waren er negen afkomstig van de cd:
alleen de korte ‘Loss Adjuster’-instrrumentals, ‘Quantum Theory’ en
‘Baby’s Coming Back to Me’ waren er niet bij. In de plaats daarvan
kregen we ‘One Man Show’ en het voor Lee Hazlewood geschreven (maar
afgewezen) ‘Big Stuff’. Beide songs figureren als zogeheten
b-kantjes op de single ‘Don’t Let Him Waste Your Time’, maar moeten
duidelijk niet onderdoen voor het materiaal van de plaat. Er werd
stevig afgetrapt met ‘Fat Children’, het vinnigste nummer van de
plaat en meteen één van de hoogtepunten van het concert. Ook sterk
waren ‘Heavy Weather’, ‘Tonite’ en ‘Disney Time’, maar hét
hoogtepunt was ongetwijfeld ‘Black Magic’. Al viel er op het
optreden als geheel weinig of niets aan te merken, pas tijdens dit
nummer hing er echt magie in de lucht.
‘(Cunts Are Still) Running the World’, de song die vorige zomer de
terugkeer van Cocker aankondigde, werd opgespaard voor de bisronde.
Zoals hij de hele toer al doet, bedankte hij na dit nummer ook nu
weer het publiek voor het geduld en voor het aandachtig luisteren
naar de nieuwe liedjes. Als beloning zouden we een oud nummer te
horen krijgen, voegde hij eraan toe. Terwijl iedereen zich
klaarmaakte om eens lekker uit de bol te gaan op ‘Disco 2000’ of
‘Common People’, volgde echter de gortdroge mededeling dat hij een
cover zou brengen van ‘The Cross’ van Prince. (Tijdens eerdere
optredens deed hij hetzelfde met classics als ‘Space Oddity’,
‘Satellite of Love’, ‘Purple Haze’, ‘Paranoid’ en ‘Silver
Machine’.)

Het concert begon iets over negen, om half elf zaten we alweer op
de trein naar Mechelen. Daartussen waren we getuige geweest van een
uitstekend, bij momenten zelfs erg knap concert, dat ons nog even
zal bijblijven door de sterke versies van de nieuwe songs én door
de droge, Britse humor waarmee Jarvis het publiek onderhield. Deze
week nog beloofde hij dat een volgende plaat niet zo lang op zich
zou laten wachten als zijn titelloze debuut. We houden hem
daaraan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =