Lais :: Documenta

Tien jaar na de grote doorbraak is het tijd voor Laïs om eens achterom te kijken en een pagina definitief om te slaan. Met het drieluik Documenta — een verzameling van livenummers, restjes en de eerste publieke pasjes — wordt het eerste hoofdstuk van de groep samengevat.

In 1994 vonden een stel meisjesstemmen elkaar in stoute liedjes over weverkes die leerden "naaien" en ander schoon Vlaamsch Erfgoed. Folkgroten Kadril promoveerden Laïs tot hun voorprogramma en twee jaar later verscheen een debuutalbum dat zo succesvol werd dat het in zijn slipstream nog wat andere jonge folkgroepen aan een publiek hielp waar die eerder maar van konden dromen.

Die folkboom verloor wat van zijn glans, hervond zijn elan in het Boombalfenomeen dezer dagen, en Laïs werd ondertussen "een genre op zich", aldus de drie dames. In 2000 bevestigde Dorothea dat de groep een eigen koers had gevonden. Twee jaar op rij triomfeerde Laïs op de planken van Rock Werchter. En toen werd het schip stuurloos.

Demoversies vonden de vuilnisbak als eindbestemming, om de tijd te vullen werd een a capellaplaat uitgebracht. Uiteindelijk namen de dames onder auspiciën van Wouter Van Belle Douce Victime op, maar de groep liep alle richtingen tegelijk uit. Artistiek leek Laïs in een doodlopend straatje te zijn beland.

Live waren de drie dames en hun begeleidingsband wel een stevige machine geworden die de culturele centra en ander podia moeiteloos inpakten. In die vorm is Laïs te horen op het eerste schijfje van Documenta. Hier is een groep hoorbaar voor wie de bühne de natuurlijke biotoop is, waar nummers herbouwd tot leven komen. We horen een opzwepend "La plus belle de céans" en een hertimmmerd "’t Smidje", maar ook het ingetogen "Blind Boy" en "Helplessly Hoping". Af en toe stoort het al te cleane karakter — zonder het applaus tussen de nummers zou je zweren dat dit een studio-opname is.

Ook één van de minst recente optredens van de groep is op een schijfje Documenta gestanst. Op het concert in Geel uit 1996 hoor je de nog jonge stemmen alles geven en je merkt hoe fors en zelfverzekerd ze toen al overkwamen. Zonder aarzeling wordt het ene nummer na het andere ingezet. Het klinkt allemaal nog wat braaf, maar karakter was zeker al aanwezig bij het trio.

Het interessantste is deze verzamelaar echter voor het schijfje Scrapbook, waarop de groep moeilijk vindbare nummers, tal van samenwerkingen en een aantal demo’s voor Douce Victime verzamelt. "De klacht van een verstoten minnares" figureert hier in een erg donkere versie, die zich ver van de opgepoetste plaatversie bevindt. En dankzij Documenta is nu ook het prachtige "De ballade van Boon" op tekst van Frank Vanderlinden op plaat gezet, na lang een live-favoriet te zijn geweest.

Memorabel zijn ook de samenwerkingen die Laïs met artiesten allerhande aanging. Buscemi’s remix van "Dorothea" doet nog net iets te hard denken aan zijn ander remixwerk voor onder andere Calexico, de versie die Laïs van Spinvis’ "Astronaut" maakte zorgt voor kippenvel. Bevreemdend is dan weer de a capella versie van Daans "Swedish Designer Drugs" die de groep samen met de componist zelf in elkaar stak voor Dranouter.

Documenta is wat zijn titel belooft: de plaat toont alle facetten die Laïs de afgelopen tien jaar heeft laten zien, en is zo een kleinood om in de kast te steken als getuige van het verleden. Een hoofdstuk is nu afgesloten, volgende lente zou de nieuwe cd er zijn. Dat zou het moment moeten worden waarop de dames eindelijk hun nieuwe richting vinden. "In planning zijn ze nooit goed geweest", waarschuwt de hoestekst van Documenta echter. Het kan dus ook iets later worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =