James Dean Bradfield :: The Great Western

Een soloplaat van iemand die tegelijk lid is van een succesrijke
groep: het wordt zelden uitsluitend op gejuich onthaald. Altijd
worden er wel wenkbrauwen gefronst of beginnen fans te vrezen voor
het plotse einde van hun favoriete band. De redenen die men opgeeft
om het ‘solo gaan’ te verantwoorden zijn erg uiteenlopend: men wil
wel eens ‘iets anders proberen’, de groep wordt als verstikkend
ervaren, men voelt zich als songschrijver niet serieus genomen door
de collega-groepsleden en ga zo maar door.
Na ‘The Eraser’, het opvallende, verrassende (qua timing dan) en
(vooral) uitstekende solo-exploot van Thom Yorke, is er nu ‘The Great Western’
van James Dean Bradfield. Bradfield kennen we als de
zanger-gitarist van de Manic Street
Preachers
, een band die ons sinds 1992 zeven goede tot
uitstekende langspelers, één greatest hits-plaat en één
fantastische dubbele compilatie met B-kantjes, outtakes en
verrassende covers schonk.

Ook al werd de groep rond de eeuwwisseling heel even erg groot, met
het opvallend toegankelijke (maar wisselvallige) ‘This Is My Truth…
Tell Me Yours’, echte stars of voer voor de boekjes zijn
Bradfield, bassist Nicky Wire en drummer Sean Moore nooit echt
geweest. En zéker niet sinds de raadselachtige verdwijning in ’95
van tweede gitarist en tekstschrijver Richey Edwards.
Egotripperij is dus zeker niet de reden waarom Bradfield, die zich
meestal even gemakkelijk laat interviewen als Van Morrison of Lou
Reed met een slechte dag, nu met ‘The Great Western’ voor de dag
komt. Deze soloplaat kwam er in feite uit noodzaak, omdat Wire en
Moore momenteel andere dingen aan hun hoofd hebben en even niet
beschikbaar waren. Bovendien beloofde de groep na de recentste tour
ook minstens twee jaar niks meer van zich te laten horen.

De afwezigheid van Wire en Moore plus het gegeven dat Bradfield het
gros van de teksten deze keer zelf heeft geschreven, zijn dan ook
zowat de enige verschillen met een ‘reguliere’ Manics-plaat. Net
als de meeste albums van de band werd deze cd dan ook grotendeels
opgenomen in de Sir Studio’s in Cardiff, met de hulp van toetsenman
(en officieus het vierde groepslid) Nick Nasmith. Opvallender is
echter dat ook Dave Eringa, Alex Silva, Greg Haver en Guy Massey,
lieden die de groep in het verleden al bijstonden als producer of
technicus, deze keer ook echt mochten meespelen. Een sprong in het
ongewisse werd het dus zeker niet.
Op ‘The Great Western’ staan elf songs, drie erg goede en acht
uitstekende. Eén ding hebben ze met elkaar gemeen, namelijk dat ze
op het eerste gehoor allemaal net zo goed op één van de
Manics-platen uit het post Edwards-tijdperk hadden kunnen staan.
Dat maakte de eerste kennismaking er natuurlijk een stuk vlotter
op, maar in het begin vreesden we dat we de plaat hierdoor ook
sneller beu zouden geraken. Niks was minder waar, want hoe vaker we
ze de afgelopen weken speelden (vooral ‘s nachts, met onze
koptelefoon op) hoe meer we gingen houden van dit album.

Het begint allemaal heel sterk met ‘That’s No Way to Tell a Lie’,
‘An English Gentleman’ en ‘Bad Boys and Painkillers’: de eerste
twee zijn schitterende, melodieuze rockers die meteen beklijven
dankzij de gedreven, enige zangstijl en zanglijnen van Bradfield.
‘Bad Boys…’ klinkt meer ingetogen en zalvend, en kruipt bijgevolg
nog dieper onder de huid. Van iets mindere kwaliteit (maar toch nog
erg goed, dus) zijn ‘On Saturday Morning We Will Rule the World’ en
‘Run Romeo Run’. Dat laatste nummer is net als het veel sterkere
‘Émigré’ een verre afstammeling van ‘You Stole the Sun From My
Heart’ uit ‘This Is My Truth…’.

Het eerste echte hoogtepunt van ‘The Great Western’, het eerste
nummer dat ons echt kippenvel bezorgde, is het bloedmooie ‘Still A
Long Way to Go’, een song waarvoor auteurs van
vlot-in-het-oor-liggende-maar-allesbehalve-platte emopop méér dan
een hand veil zouden hebben. En een track die hiermee gaandeweg
begon te wedijveren, is het sobere, pakkende ‘To See A Friend In
Tears’, een cover/bewerking van een nummer van ‘onze’ Jacques
Brel.
Een song die rustig en eerder onopvallend in het peloton over de
eindstreep bolt (maar niet zonder onderweg enkele leuke dingen te
laten zien) is ‘The Wrong Beginning’. Niet echt groots, maar dat
kan evengoed aan onze perceptie liggen. De song wordt immers
omringd door parels als ‘Say Hello To The Pope’ en afsluiter ‘Which
Way To Kyffin’.

‘The Great Western’ mist dan wel de scherpe randjes van de Manic
Street Preachers, tegelijkertijd zijn de songs van Bradfield
lichter verteerbaar dan het gros van de nummers op ‘Lifeblood’. Aan
‘The Holy Bible’ en ‘Everything Must Go’ kan deze plaat niet
tippen. Ze is wel véél beter dan (het meeste van) ‘Generation
Terrorists’ en ‘Gold Against the Soul’, én ze mag zonder blozen
naast de drie recentste groepsplaten staan. In één woord: great!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 6 =