Manic Street Preachers :: The Ultra Vivid Lament

Nummer veertien voor Manic Street Preachers, en de verveling slaat nu echt wel toe. Voor de zoveelste keer slaagt het trio er niet in om iets van betekenis toe te voegen aan wat voorafging. Dit is meer van dezelfde vermoeide bewegingen, dezelfde voorspelbare refreinen, dezelfde halve ideeën als het merendeel van zijn recente voorgangers.

‘I’m walking on my own, it’s 1993’. Als alles al eens gedaan, dan minstens drie keer door de Manics. “Snowing In Saporo” nestelt zich complexloos in het lijstje “openingsnummers die over het verleden van de groep gaan” dat ooit begon met “The Everlasting” (This Is My Truth Tell Me Yours) en doorging met “1985” van op Lifeblood. Ditmaal keert tekstschrijver Nicky Wire terug naar die eerste Japanse tour, toen de fragiele Richie Edwards nog deel van de groep was. Dit is dan ook een album dat gevormd is door verlies. Dat van Wires ouders vooral, maar natuurlijk blijft ook de ontijdige verdwijning van de tweede gitarist in februari 1995 nog steeds hangen; pijn slijt, maar verdwijnt niet, zelfs geen kwarteeuw later.

En zo is “Snowing In Saporo” het vroege hoogtepunt van deze plaat; een epische rocker, met een refrein waarin James Dean Bradfield nog eens flink zijn nekspieren kan opspannen. Net zo goed is het ook dat: het zoveelste weidse anthem van de groep, zoals de vorige dertien platen er ook leverden. Maar het is tenminste beter dan wat volgt: “Orwellian”.

Als dit ABBA moet voorstellen, noem ons dan Agneta. Het is niet omdat je jezelf in de lockdown piano hebt leren spelen – wij hebben gewoon gepuzzeld, Bradfield – dat een paar dansende toetsen je plots Benny maken. Maar zoals dat gaat: na ‘tig beluisteringen voelt die eerste single al zo vertrouwd aan dat je straks toch weer meewuift. Macht der gewoonte; als zij het mogen, wij ook.

Wat volgt dendert voort langs de gekende stramienen. “Quest For Ancient Colour”, met de tenenkrullende openingszin “I had a very bad dream, the main actor in it was me”, galmt als – we pikken er maar lukraak een paar – “(It’s Not War) Just The End Of Love”, “Sequels Of Forgotten Wars” en “Rendition”. Ja, wij waren die ook vergeten tot we nog eens oude platen opzetten. In “The Secret He Has Missed” dissecteert Bradfield met Julia Cumming van Sunflower Bean de getroubleerde relatie tussen de Welshe kunstenaars Gwen en August John, en het klinkt als een doorslagje van “Dylan & Caitlin” van op voorganger Resistance Is Futile.  Als zelfs je duetten op elkaar beginnen te lijken, waar ben je dan mee bezig? En ja, een ABBA-pianootje, het zal wel.

Je hoort een Manic Street Preachersplaat, ja, maar geef het zes maand, en je krabt je in je haar: wélke van de laatste tien jaar ook alweer? En daar kan geen “Great Gig In The Sky”-momentje in “Into The Waves Of Love” aan helpen; het stelt niets voor, net zoals een passage van Mark Lanegan die in het vervelende “Blank Diary Entry” precies dat komt doen: Mark Lanegan zijn.

“In the beginning, we were winning”, zong James Dean Bradfield destijds in dat “The Everlasting”. Dat begin is ondertussen 35 jaar of meer geleden, en terwijl de wereld verder draaide, is de groep ergens blijven stilstaan. Het laatste artistieke teken van leven van Manic Street Preachers, Futurology, dateert ook alweer uit 2014. Je voelde toen al aan hoe de setlists die nieuwe, door postpunk beïnvloedde plaat negeerden, dat het niet beter zou worden. Dat is dus ook niet gebeurd. In de wereld van Bradfield, Wire, en drummer Sean Moore is het nog altijd 1996.

Newsflash: het is 2021 en Manic Street Preachers mogen echt wel eens een nieuw trucje bedenken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =