Shearwater :: Palo Santo

Shearwater is ontsproten aan de creatieve breinen van Will Sheff en
Jonathan Meiburg, die beiden een uitlaatklep zochten voor de
rustige songs waar blijkbaar geen plaats voor was in hun andere
groep, Okkervil River. Drie full albums later is dit
‘gelegenheidsproject’ uitgegroeid tot een echte (rock)groep onder
leiding van zanger en multi-instrumentalist Meiburg. Deze keer
componeerde Meiburg alle songs volledig op zijn eentje en met ‘Palo
Santo’ neemt hij ook wat afstand van de oorspronkelijke
folk-country-sound, die zo kenmerkend was voor het oudere
Shearwater-werk.

‘Palo Santo’ gaat van start met het magistrale ‘La Dame et la
Licorne’, een song die samenhangt van de onderhuidse spanning en de
sfeer oproept van ‘Spirit of Eden’, het meesterwerk van de uiterst
relevante eightiesgroep Talk Talk. De breekbare stem van Meiburg,
die niet toevallig vervaarlijk dicht bij die van Talk Talk-frontman
Mark Hollis aanleunt, verliest kort na de openingsakkoorden even de
zelfbeheersing voor een hartverscheurende wanhoopskreet (“Where
is my boy?
“) die nog het hele nummer nazindert en uiteindelijk
culmineert in een grootse finale. Een song waarvoor kippevel is
uitgevonden en die zo goed is, dat het vermoeden rijst dat we
hiermee het beste wel moéten gehad hebben. Niets is minder waar,
ook na deze adembenemende aftrap blijft Shearwater in kwaliteit
grossieren, met een van de beste platen dit jaar als
resultaat.

‘Red Sea, Black Sea’, moet het hebben van een hijgend ritme, dat
als een versnelde polsslag de hele song domineert. In het refrein
laat Meiburg ons zelfs kennis maken met zijn beheerste agressie.
Het is ook een van de weinige up-tempo nummers op deze plaat. Ook
‘Seventy-Four Seventy-Five’ is voorzien van een meer dan gemiddeld
tempo en klinkt zelfs als John Cale in zijn hoogdagen! Het gehamer
op piano, de voorzichtig scheurende gitaren en zelfs blazers zijn
hier verantwoordelijk voor misschien wel het meest
radiovriendelijke nummer.
Minder snel, maar even meeslepend is ‘White Waves’, dat weliswaar
aarzelend van start gaat, maar dankzij een lichtjes bluesy
gitaarriff snel naar ons goedkeurend knikkend hoofd stijgt.

Het titelnummer is een breekbaar tokkelliedje, dat mooie
herinneringen oproept aan Radioheads ‘Exit Song’. Zonder de grootse
finale dan, maar dat blijkt hier geen echt gemis. ‘Nobody’ is ook
zo’n akoestisch gitaarliedje waaruit nog maar eens blijkt dat hoe
soberder een song soms aangekleed wordt, hoe meer effect hij
ressorteert. Tijdens ‘Sing Little Birdie’ wordt de gevoelige snaar
ook al overvloedig bespeeld, waardoor de plaat eventjes eenvormig
gaat klinken, maar daarvoor duurt de song nét niet lang genoeg. Al
snel serveert Meiburg ons met ‘Johnny Viola’ zijn meest poppy
Shearwater-compositie ooit, een nummer waarvan we even dachten dat
McCartney achter de piano had plaatsgenomen, maar twintig seconden
later wisten we al niet meer waar die gedachte vandaan kwam.

‘Failed Queen’, met enig mooie piano-coda, laat Shearwater weer op
z’n breekbaarst horen, waarna ‘Hail Mary’ het ideale platform
blijkt voor Meiburg, die zich vocaal nog eens écht mag laten gaan,
zonder dat het pathetisch wordt. Het is een song die niet had
misstaan op het magistrale ‘Black Sheep Boy’ van Okkervil River.
Het weemoedige ‘Going is Song’ mag het licht uitdoen, maar wie
troost zoekt in het plotse duister, zal snel de repeat-toets vinden
om zich nog eens volledig te laten onderdompelen in ‘Palo
Santo’.

Dat deze gelegenheidsgroep is uitgegroeid tot een echte band, is
hier duidelijk te horen. Op ‘Palo Santo’ bewandelt Shearwater niet
alleen nieuwe muzikale wegen, het is ook de plaat bij uitstek
waarmee frontman Jonathan Meiburg bewijst dat hij een uitstekend
songschrijver is. ‘Palo Santo’ is een warme, ietwat duistere plaat
geworden die heel waarschijnlijk in vele eindejaarslijstjes zal
opduiken, en zeker in het mijne. Aanschaffen en oeverloos genieten
is de boodschap!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 6 =