Venus :: The Red Room

Sommige groepen zullen er altijd in slagen te ontsnappen aan die blijkbaar noodzakelijke etiketjes die steevast in de muziekpers worden uitgedeeld. In België is Venus, samen met Zita Swoon en misschien het iets recentere en nu nog redelijk obscure Dez Mona een van de aanvoerders van de beginselen van deze journalistieke ongrijpbaarheid.

De groep komt hier met zijn derde studioalbum, The Red Room, op de proppen. De plaat is opgenomen in de Brusselse Caraïbes-studio met medewerking van Head, die in het verleden al zijn hulpvaardige schouders onder de klanken van PJ Harvey, Marianne Faithfull en Massive Attack zette.

Wie dacht op The Red Room nog eens verwend te worden door het somptueuze, Mercury Rev-achtige karakter van Vertigone is er dus aan voor de moeite en dat wordt duidelijk vanaf "Here And Now". Wat Cobain met "Where Did You Sleep Last Night" uitvoerde, doen Huyghens en kompanen hier ook met deze downtempo bluescompositie. We kunnen enkel hopen dat het qua parallellen met Nirvana — ook drie studioplaten en een live-opus op hun naam toen Kurt de dirty deed beging — hier ophoudt en dat de leider van Venus nooit besluit dezelfde weg op te gaan.

"Everybody Wants To Be Loved" is het eerste nummer van de cd dat soms aan PJ Harvey doet denken (zie ook de titeltrack en "Add Stars To The Sky"), nota bene dankzij de aanwezigheid van een zwaar snarengeluid (gitaar? bas?) dat samen met het onderliggende drumpatroon een perfect pulserend contrapunt vormt voor Huyghens’ sensuele, bijna verontschuldigende zang. En dit is een van Venus’ sterkste punten: het in eenzelfde nummer — en bij uitbreiding ook op elke cd — naast elkaar plaatsen van verschillende tegenpolen, zowel wat betreft media als wat betreft stijl. Ter informatie: het nummer is de transcriptie van de beginmonoloog van Gena Rowlands uit John Cassavetes’ Opening Night.

Nog een typisch trekje voor veel Venus-songs dat we ook op The Red Room vaak terugvinden, is de constructie van nummers naar een climax, een stijloefening die de groep stevig onder de knie heeft. En eigenlijk wordt dat nog het beste geparafraseerd door de titel van de track "Everything That Rises Must Converge".

Het titelnummer is de centrale song op de cd. Is "The Red Room", met zijn riffje dat aan Argents "Hold Your Head Up" doet denken, enkel een verwijzing naar een kamer in Huyghens’ demeure die, naar eigen zeggen, van de vloer tot de zoldering helemaal in het rood opgetrokken is? Of gaat het hier om een metafoor voor het hart, de Red Room van het menselijke lichaam? In Huyghens’ geval is de verkenning van zijn rode kamer, levensbron van zoveel passionele en poëtische levensbeschouwingen, desgevallend zeker een nadere verkenning waard.

Is Marc A. Huyghens een gelukkig mens? Een onverbiddelijke melancholicus? Of gewoon een scherpe waarnemer met een weidse blik? Waarschijnlijk is hij wel een beetje van dit alles, zoals zo vaak het geval is bij klassesongsmeden.

Zonder twijfel zijn er fans en puristen bij wie de hier aanwezige elektrificatie niet in goede aarde zal vallen, maar ach… in 1965 werd Dylan ook door zovelen als verrader bestempeld toen hij besloot electric te gaan… Ga nu echter niet denken dat het hier om een Venus-goes-metal-project gaat. Met "Underwater" betreedt de groep zowaar het domein van de kleinkunst. Je verwacht je er bijna aan dat Boudewijn De Groot of Liesbeth List vocaal zullen inzetten. Ook "Northern Cross", "I Spoke Too Soon" en "Unknown" zijn ingetogen, discrete pareltjes die de hele cd perfect in balans houden.

Er zijn platen die je bij de eerste beluistering ietwat onverschillig laten, maar verder gaandeweg groeien, en dan zijn er platen die je d’entrée — en met de juiste bedoelingen, welteverstaan — bij de keel grijpen en er toch nog in slagen je bij latere beluisteringen te blijven verbazen. The Red Room is er zo een. Venus slaat je met deze nieuwe cd smak in het aangezicht. Let wel: ze hebben hem vooraf in rode pluimen gewikkeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vijf =