Bronnt Industries Kapital :: Virtute et Industria

Verlaten industrieterreinen ademen een ongekende schoonheid uit. Als voortekenen van een beschaving in verval nemen logge doodse machines, aangetast door de tand des tijds, stilzwijgend de rol van het industriële geheugen op terwijl de natuur haar heerschappij herbevestigt. De menselijke creatie is niet meer dan een vluchtige droom.

Niemand wist de industriële aftakeling beter in klanken te vatten dan de vele Duitstalige groepen die medio jaren tachtig dit verval aan de lijve leken te ondervinden. De bands die — toepasselijk — tot de "industrial" gerekend werden, refereerden in songteksten en groepsnamen maar al te graag aan de ondergang van de industriële molochs, die ooit hele gezinnen op de rand van de armoede wisten te houden.

Bronnt Industries Kapital lijkt met Virtute et Industria eenzelfde nihilistische boodschap uit te willen dragen, maar met "Western Front" worden we onmiddellijk van deze illusie verlost. Het nummer laat dan wel keyboardklanken zweven boven roffelende drums, het beklemmende gevoel blijft achterwege. Net zoals bij "Polaris", dat wordt gedragen door een lichte jazzshuffle en vrolijk-weemoedige pianoaanslagen die langzaam overgaan in zachte industriële klanken. "Valmara 69" speelt met Oosterse klankritmes die plotsklaps ruim baan maken voor surreële pianoklanken, waarna beiden hand in hand een nieuwe bezwerende droomwereld creëren.

Nukkig weerklinkt vervolgens "Brocken": atmosferen zonder oog voor melodie of ritme, terwijl "Rats In The Walls" grootstedelijke paranoia over gemuteerde ratten vorm geeft. De rattenvanger van Hamelen klinkt wanhopiger dan ooit terwijl onaardse geluiden hem langzaam overstemmen. Bang voor de toekomst duiken we met "Endless Pressure" het verleden in. Romantische klanken die ons weg laten dromen bij Julie Andrews vloeien over in een ijle koortsdroom: "Maggots In The Rice" laat vervlogen stemmen (of is het uitgesponnen gitaargepluk?) de kamer verkillen terwijl iele pianoklanken de komst van mechanische drumslagen inluiden.

Het korte "Palus Somnii", een poel van slaap, is samen met "Sunken Gardens" verborgen achter wanden van water, de voorbode van het groter onheil dat zich in "Song Of The Easton Strangler" ontvouwt. Melancholische duisternis sluipt door de straten terwijl een verloren bel weergalmt. Angst vreet de zielen aan terwijl de moloch van de industrie dan toch nog van zich laat horen. Het venijn van het monster zit dan ook — zoals altijd — in de staart.

Bronnt Industries Kapital is het geesteskind van Guy Bartell en Nick talbot (Gravenhurst). Op Virtute et Industria speelt hij net als Murcof, met klanken waardoor een onaardse sfeer opgeroepen wordt. Ver verwijderd van de industrial waar ze aan lijkt te refereren in woord maar niet in daad, wordt ze door Talbot dan ook omschreven als "a sniggerin’ gentlemen’s club with rocking tunes". Wij denken bij Virtute et Industria vooral aan het album dat Radiohead ooit wilde maken maar nooit in slaagde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =